At Home Curacao Real Estate

Het grootste aanbod koop- en huurwoningen +5999 788 4663

Casestudie naar de sociale interactie van expats op Curaçao

1 ‘Waar je mee omgaat, word je mee besmet’ Casestudie naar de sociale interactie van expats op Curaçao José ter Haar 5689139 Eerste begeleider: Vincent de Rooij Tweede begeleider: Gerben Moerman Master scriptie Algemene Sociologie Augustus 2012 Universiteit van Amsterdam 2 3 Voorwoord Deze scriptie is geschreven als laatste onderdeel van de Master Algemene Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor het tot stand komen van deze scriptie heb ik onderzoek gedaan naar de zogeheten ‘expats’ op Curaçao. Deze hoogopgeleide arbeidsmigranten die voor een tijdelijke periode voor een bedrijf of overheid op Curaçao werken, bekleden hoge posities op de Curaçaose arbeidsmarkt. Vanuit mijn interesse naar leefstijlen en beweegredenen van mensen heb ik onderzoek gedaan naar de samenhang tussen de sociale interactie van deze expats en hun visie op de Curaçaose samenleving. Voor dit onderzoek ben ik drie maanden op Curaçao geweest en mijn bevindingen heb ik op kwalitatieve wijze verwoord in deze scriptie. Mijn dank gaat uit naar de expats en lokale bewoners van het eiland die naast hun medewerking aan het onderzoek ook gastvrij en behulpzaam waren. Daarnaast wil ik mijn oom en tante die op Curaçao wonen bedanken dat ik de eerste twee weken bij hun mocht wonen en mij wegwijs maakten op het eiland. Ook wil ik Vincent de Rooij en Gerben Moerman bedanken voor hun begeleiding en geduld bij het schrijven van deze scriptie. Amsterdam, augustus 2012 José ter Haar 4 Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1:

Inleiding……………………………………………………………………………………………….5
De aanleiding…………………………………………………………………………………………………………..5 Expats………………………………………………………………………………………………………………………5
Transnationalisme …………………………………………………………………………………………………..6
Sociale interactie …………………………………………………………………………………………………….8
Tropisch eiland: Curaçao ……………………………………………………………………………………….11
Vraagstelling..………………………………………………………………………………………………………..15 Onderzoeksmethoden…………………………………………………………………………………………….15
Structuur van de scriptie………………………………………………………………………………………..18
Hoofdstuk 2: De expat bubble…………………………………………………………………………………19
Gated communities………………………………………………………………………………………………..20
Riffort en de Albert Heijn……………………………………………………………………………………….24
Zweten in het Hilton en op de golfbaan…………………………………………………………………27
Expats clubs……………………………………………………………………………………………………………31
Een multiculturele samenleving?…………………………………………………………………….33

Hoofdstuk 3:
Waar hoor ik thuis? …………………………………………………………………………36
Ontmoetingsplaatsen: Cabana of de Snèk……………………………………………………………..36
Stagiaires..……………………………………………………………………………………………………………..43
Curacao.nl: forum voor immigranten…………………………………………………………………….47
Gedwongen groepsvorming…………………………………………………………………………………..51

Hoofdstuk 4:
Yu di Korsou……………………………………………………………………………………..55
‘Your a good makamba’………………………………………………………………………………………..56
Openbare school…………………………………………………………………………………………………..58
Schaamte voor mede-expats…………………………………………………………………………………60
Een bijdrage leveren aan de samenleving…………………………………………………………….61
Curaçao als verrijking van je leven……………………………………………………………………….62

Hoofdstuk 5:
Conclusie………………………………………………………………………………………….65
Bibliografie

Bijlage 5 Hoofdstuk 1 – Inleiding De aanleiding De groei in techniek, transport- en communicatiemiddelen en de wereldwijde economische integratie hebben grote migratiestromen op gang gebracht, waaronder ook de groei van professionele arbeidsmigranten. De menselijke mobiliteit en zijn kapitaal kunnen daarbij gezien worden als de motor voor een groeiende wereldeconomie (Faist 2000). Deze globalisering brengt naast grootschalige economische ontwikkelingen ook veranderingen op lokaal niveau met zich mee. Verschillende culturen, leefstijlen en kennis komen met elkaar in aanraking en dit heeft gevolgen voor zowel de lokale bewoners als de migranten. Integratie, botsingen, samensmeltingen en spanningen tussen verschillende groepen beïnvloeden mensen wereldwijd. Dit onderzoek richt zich op een klein aspect van deze migratiestromen, namelijk de sociale interactie van expatriates in hun gastland. Hoe gedragen expatriates zich in een ander land en wie of wat beïnvloedt dit gedrag? Welke visie hebben deze migranten op hun gastland en hoe wordt deze visie geconstrueerd? En wat betekent de sociale interactie van expatriates voor de sociale structuur in hun gastland? Expats Hoewel er geen eenduidige definitie bestaat van expatriates worden ze in de regel omschreven als hoogopgeleide werknemers die voor een tijdelijke periode voor een bedrijf, organisatie of overheid in het buitenland werken (Findlay, 1996; Harvey, 2008; Richardson & Mckenna, 2002). Het woord ‘expatriate’, afgekort tot expat, is afkomstig van de Latijnse woorden ‘ex’ (uit) en ‘patria’ (vaderland). Laagopgeleide arbeidsmigranten die voor tijdelijke periode in het buitenland werken vallen niet onder de definitie van een expat. Vanwege gebrek aan werk in hun eigen land vertrekken zij vaak voor een tijdelijke periode naar een buurland om daar te werken. Expats worden echter om hun expertise uitgezonden naar het buitenland waar ze doorgaans een goed salaris voor ontvangen en carrière kunnen maken. Dit onderzoek hanteert de gangbare definitie van een expat: een hoogopgeleide werknemer die in opdracht van een bedrijf, organisatie of overheid voor een tijdelijke periode in het buitenland werkt. Vanwege het proces van globalisering en internationalisering wordt het steeds gebruikelijker dat internationale bedrijven hun professionals naar een vestiging in het buitenland zenden. De voornaamste reden hiervoor is dat deze professionals de juiste kennis en vaardigheden bezitten om de vestiging in het buitenland succesvol te maken en de professionele relaties te versterken. Hierbij staan in het bijzonder kennis van het bedrijf in kwestie en ‘internationality’ als vaardigheid hoog aangeschreven. Dit laatste slaat op kennis hebben van de internationale cultuur, taal en het sociale netwerk (Findlay 1996). Vervolgens biedt de technische en institutionele ‘know-how’ van expats in de regionale economieën waar ze werkzaam zijn, op internationaal niveau een competitief voordeel voor de bedrijven waarvoor ze werkzaam zijn (Saxenian, 2005). Zo ontwikkelt zich een transnationale arbeidsmarkt en een internationaal netwerk bestaande uit hoogopgeleide professionals 6 (Beaverstock en Boardwell, 2000; Castells, 2000). In dit proces wordt veel waarde toegekend aan het sociale netwerk van expats. Theorieën en studies over expats omschrijven deze groep als een ‘transnationale elite’: ‘members of a cross-border culture that is in many ways embedded in a global network of ‘local places’- a set of international financial centers, with much circulation of people, information, capital among them.’ (Sassen 2001:188). Volgens David Ley (2004:157) en Jonathan Beaverstock (2002) bestaan deze ‘lokale plaatsen’ voornamelijk uit werk, bars en sportclubs en hopt de transnationale elite van de ene expatenclave naar de andere expat-enclave. Verder blijkt dat ook de verschillen tussen de lokale bevolking en expats in cultuur, taal, normen en waarden, kan leiden tot een ‘expat-enclave’ waarbij de integratie in het gastland gering is (Breton, 1964; Beaverstock, 2002). Deze verschillen in cultuur bemoeilijken expats om aansluiting te vinden in de nieuwe samenleving waarin zij terecht zijn gekomen, aansluiting die ze wel bij mede-expats vinden die zich in hetzelfde schuitje bevinden. Het behouden van eigen normen en gewoontes en je ergens sneller thuis voelen verloopt door middel van een expatnetwerk soepeler. Daarnaast biedt dit netwerk ook praktische hulp. Kennis op het gebied van wonen, werk, scholing en regelingen is gemakkelijk verkrijgbaar en een welkome hulp voor een expat in een samenleving waar hij weinig van weet (Saxenian, 2006). Verder benoemt William Harvey (2007) meerdere factoren die invloed hebben op de mate van clustering van expats in het gastland. Wanneer de expats een homogene groep zijn, het een relatief grote groep is, een jaarlijkse toestroom kent en/of een betrekkelijk korte tijd in het gastland verblijven, zijn ze meer geneigd te clusteren. Harvey’s onderzoek (2007) naar de sociale netwerken van Britse en Indiase expats in Boston laat zien dat deze professionals weinig tot niet clusteren in expat gemeenschappen en sociale netwerken. Dit komt omdat ze een relatief lange tijd (meer dan twee jaar) in Boston verblijven en in hun werkomgeving voornamelijk Amerikaanse collega’s hebben. Het is voor hun werk en carrière juist gunstig om contact te leggen met hun lokale collega’s, zij hebben namelijk de sociale netwerken en de kennis die de expats nodig hebben om zich verder te ontwikkelen in hun werk. De expats vormen geen homogene groep en de jaarlijkse toestroom is gering. Dit zorgt ervoor dat de expats eerder opgaan in de lokale bevolking. Wanneer expats elkaar juist nodig hebben om succesvol te zijn in hun werk door middel van kennis en een netwerk, en wanneer het een relatief grote, homogene groep is, zullen expats geneigd zijn meer te clusteren. Transnationalisme Wanneer migranten de sociale, economische, politieke en/of culturele banden met hun thuisland aanhouden, kan dit de verhoudingen tussen landen beïnvloeden. Deze grensoverschrijdende relaties kunnen daarnaast effect hebben op de lokale participatie en binding van migranten met het gastland waarin ze verblijven. Zo is dit onderzoek naar de sociale interactie van expats op Curaçao verbonden aan het concept ‘transnationalisme’. GlickSchiller, Basch en Szanton-Blanc (1992) hebben als antropologen de term ‘transnationalisme’ geïntroduceerd. Hiermee wijzen zij op de nieuwe verhoudingen die 7 ontstaan tussen het moederland en de landen waar migranten heen trekken. De grensoverschrijdende relaties van internationale migranten zorgen voor de vorming van ‘transnational social fields’ waarbij de banden met het moederland worden aangehouden en worden versterkt. Deze banden bestaan onder andere uit persoonlijk contact, geldzendingen, politieke betrokkenheid en professionele netwerken. Met de nieuwe technologische ontwikkelingen in transport- en communicatiemiddelen wordt het steeds gemakkelijker om contacten met het moederland te onderhouden en te intensiveren. Zo belemmeren landsgrenzen minder de professionele en sociale banden tussen migranten en hun thuisland wat weer gevolgen heeft voor de participatie en integratie in het vestigingsland. De meervoudige sociale relaties die het moeder- en vestigingsland met elkaar verbinden, worden in stand gehouden en ontwikkeld en dit is in wezen waar de term ‘transnationalisme’ voor staat. ‘The process by which immigrants forge and sustain multi-stranded social relations that link together their societies of origin and settlement. We call these processes transnationalism, to emphasize that many immigrants today build social fields that cross geographic, cultural, and political borders.’ (Basch e.a. 1994:7) De snelheid van het internationale zakenleven vraagt om actieve betrokkenheid bij medeexpats om zo geen deals, nieuws, beschikbaarheid en bruikbare contacten mis te lopen (Gad, 1991). Deze transnationale elite houdt er zo een eigen leefstijl op na die niet gebonden is aan een land of regio maar aan een sociaal netwerk waarin zij zich, vanwege hun expatbestaan, begeven. Portes e.a. (1999) geven aan dat transnationalisering niet alleen betrekking heeft op migranten maar ook op internationale bedrijven, organisaties en overheden. Dit noemt Luis Guarnizo (1997) transnationalisme ‘from above’. Daar tegen over staat transnationalisme ‘from below’ waarbij primair de relaties en activiteiten tussen migranten en het moederland centraal staat. Vanuit individueel perspectief zullen transnationale activiteiten zoals geldzendingen, persoonlijk contact of het heen- en weer reizen alleen persoonlijke consequenties hebben. Wanneer dit echter op grote schaal gebeurt, brengt dit veranderingen teweeg in cultuur, professionele en economische ontwikkelingen van zowel het gastland als het thuisland (Portes 2003). Transnationale activiteiten en bindingen ontwikkelen zich in hechte gemeenschappen en met name wanneer migranten moeite ondervinden met de vestiging in het gastland. Zo stelt Portes (2003) dat de manier waarop immigranten in een samenleving worden opgenomen, invloed heeft op hun neiging om transnationale initiatieven te ontwikkelen. Internationale kennismigranten zullen zo vanwege hun tijdelijk verblijf sneller geneigd zijn transnationale activiteiten te ontwikkelen. Lokale binding en participatie zullen het vertrek namelijk bemoeilijken. Als alternatief maar ook met het oog op hun terugkeer zal het aanhouden van de banden met het thuisland sterker zijn. 8 Transnationalisme en internationale kennismigranten Ongebondenheid en mondiale bindingen worden vaak als karakteriserend gezien voor expats of kennismigranten (Turner 2001: 241; Nijman 2007; Mahroum 2000). Hoewel bindingen met het lokale of nationale als zwak gezien worden, voelen deze ‘kosmopolieten’ zich volgens de socioloog Kanter, overal thuis en staan ze open voor andere culturen. ‘Cosmopolitans are card-carrying members of the world class – often literally card carrying, with passports or air tickets serving to admit them. They lead companies that are linked to global change. Comfortable in many places and able to understand and bridge the differences among them, cosmopolitans possess portable skills and a broad outlook. But it is not travel that defines cosmopolitans – some widely travelled people remain hopelessly parochial – it is a mind-set. ‘ (Kanter in ‘World Class 1995: 22-23) Sommige onderzoekers benadrukken hierbij juist het gebrek aan lokaal burgerschap (Scheffer 2007: 284-286). Een ongebonden kennismigrant zou wel degelijk sterke bindingen hebben, namelijk binnen de expatgemeenschap, de ‘expat bubble’ of de transnationale ‘third space’ (Fechter 2007). René Cuperus (2009) beschrijft kosmopolieten zo: ‘Kosmopolitisme zou een onbevangen nieuwsgierigheid naar en celebratie van culturele verschillen en leefwijzen moeten zijn. Maar dat staat haaks op het ‘kosmopolitisme’ van de internationale jetset, die binnen geprivilegieerde gated communities het ‘ons-soort-mensenkosmopolitisme’ voorleeft. De retoriek is er een van ‘ik voel me overal op aarde thuis’, maar men verplaatst zich onderwijl van de ene expat community naar de andere, ‘communities’ die net zo identiek aan elkaar zijn als de internationale scholen van hun kosmopolitische kinderen.’ (Cuperus in ‘De wereldburger bestaat niet’ 2009:28). Transnationale bindingen van migranten worden vaak als obstakel gezien voor de lokale participatie en integratie in een samenleving (van den Brink 2006: 292; Scheffer 2007: 285). Zo wordt van expats bijvoorbeeld gezegd dat zij de stad gebruiken als een hotel: ze checken in, maken gebruik van de geboden voorzieningen en checken vervolgens weer uit (Nijman 2007: 184; Friedmann 1998). Ze dragen wel bij aan het financiële kapitaal van de stad, maar leveren geen bijdrage aan de civil society. Faist (2000) geeft aan dat de internationale relaties, netwerken, activiteiten en interacties van kennismigranten plaatsvinden binnen ‘transnational social spaces’. Maar hierbij bevinden de kennismigranten zich in zowel lokale als internationale netwerken. Deze netwerken combineren ze met elkaar om zo uitwisseling van kennis, producten en contacten te vergemakkelijken en juist dit veroorzaakt transnationale banden. In navolging hiervan zegt Portes (2003) dat internationale migratie afhankelijk is van sociale netwerken waarbij mensen migreren naar plaatsen waar ze al banden en lokaal sociaal kapitaal hebben. Tegelijkertijd worden sociale netwerken juist gecreëerd door internationale migratie en door transnationale banden. Bij deze wisselwerking speelt de sociale interactie en lokale binding van kennismigranten met het gastland een grote rol. Communicatie en interactie zorgen voor de uitwisseling van kennis, ideeën, contacten en lokale binding. De lokale binding kan 9 gecreëerd worden doordat de transnationale activiteiten deels op lokaal niveau plaatsvinden. De binding is op haar beurt weer van belang voor het onderhouden en versterken van de transnationale bindingen. Het tot stand brengen van transnationale bindingen gebeurt in zowel de sociale, politieke, culturele en economische sferen. Zo laat een studie van Beaverstock (2002) zien dat Britse expats in Singapore op het gebied van werk en het bedrijfsleven diep ingebed zijn in de globale-lokale relaties door interacties met lokale collega’s en zo een wederzijdse overdracht van kennis en contacten teweegbrengen. Deze inbedding ontbreekt echter in hun sociale en lokale leven buiten het werk om bij gebrek aan omgang met de lokale bevolking in de privésfeer. De reden hiervoor wordt uit het onderzoek niet helemaal duidelijk al lijkt het zo te zijn dat de Britse werknemers zich wel thuis voelen in het (westerse) arbeidsklimaat van Singapore maar zich vervreemd voelen van de lokale cultuur van het land. Sociale interactie ‘Social acts and personality cannot be understood independently of the social context in which they are embedded because of the ongoing ‘dialectic’ or interchange between the person and his surrounds. (……) One does not merely act in a social relationship; one reacts’ (Cairns, 1979) Baldwin introduceerde het concept ‘sociale interactie’ door een individu te zien als resultaat van zijn omgeving; ‘we are members of one another’ (Baldwin, 1902:37). Zijn ideeën over sociale interactie vormde een belangrijke bijdrage aan de theorieën binnen het symbolisch interactionisme (Cairns, 1979: 4). Binnen deze theoretische stroming wordt sociale interactie gezien ‘the meaning actors attach to action and things’ (Bryman, 2004:544). De kern van sociale interactie is dat de sociale gedragingen en ideeën van een individu het resultaat zijn van zijn interactie met de omgeving. Het belang van de sociale context waarin een individu verkeert staat dus voorop bij het bestuderen van sociale gedragingen. Echter, de sociale omgeving bestaat ook uit de gedragingen en ideeën van individuen. Zo is een individu de producent en tegelijkertijd het product van een sociaal systeem. Deze wisselwerking en regulering van gedragingen zijn de focus van interactiestudies (Parke, 1976). Voor internationale arbeidsmigranten geldt dat ze zowel door de wereldwijde als de lokale omgeving beïnvloed worden. Door de moderne transport- en communicatiemiddelen kunnen contacten met het thuisfront en de wereldwijde relaties beter onderhouden worden. De sociale interactie bestaat wat frequentie en inhoud betreft dus niet meer alleen uit de directe omgeving van mensen. Zo worden de sociale gedragingen en ideeën van een individu niet alleen meer gevormd door zijn interactie met zijn directe omgeving maar ook door transnationale interacties. Parke (1976) geeft aan de meest belangrijke invloeden in elke verschillende setting beschreven moeten worden en de interacties met verschillende omgevingen en personen onderzocht kunnen worden. Familie, vrienden, collega’s en andere werkrelaties, buren, kennissen of losse contacten, iedereen die deel uitmaakt van de lokale, 10 professionele en ook wereldwijde omgeving moet hierin worden opgenomen. Hoe groter het contrast is tussen het gast- en thuisland, hoe duidelijker te zien is hoe expats beïnvloed worden door lokale of juist hun wereldwijde connecties. Bij onderzoek naar de sociale interacties van expats is het van belang te herkennen en te beschrijven welke fysieke omgeving, individuen, groepen en organisaties meer of minder invloed hebben op een internationale arbeidsmigrant. Zijn zij onderdeel van de lokale omgeving, werkrelaties, wereldwijde relaties, familie, cultuur van thuisland of vestigingsland? De mobiliteit van expats is hoog. Ze reizen voor werk-, familie- of vriendenbezoek naar hun thuisland. Daarnaast hoeven sociale netwerken tegenwoordig niet meer gebonden te zijn aan de lokale omgeving. Juist de netwerken van internationale professionele migranten bevinden zich boven het lokale niveau. Wellman (1987) geeft aan dat deze banden inderdaad niet meer zo nodig aan lokaliteit verbonden hoeven te zijn maar dat daarmee de lokale banden niet gelijk verdwenen zijn. Ook Davies geeft aan dat ‘Most people engage in neighboring and by maintaining friendly relations they achieve a sense of security and belonging’ (Davies, 1993:72) Dit is dus juist ook belangrijk voor expats omdat hun familie en vrienden ver weg wonen. Enerzijds zijn relaties niet langer meer gebonden aan een fysieke omgeving, anderzijds bieden de wereldwijde relaties niet de veiligheid en cohesie die lokale relaties wel bieden. Lokale binding Lokale binding wordt gedefinieerd aan de hand van het concept ‘binding’: ‘an individual’s voluntary (emotional) commitment to his or her residential location and its population’ (Dahl & Sorenson, 2008). Het gaat om een aaneenschakeling van gedachten, houdingen, gedrag en gevoelens die worden opgeroepen door de binding aan een plek (Dahl& Sorenson, 2008). Hierbij onderscheiden Stueve et al (1975) drie dimensies bij de binding aan een plaats: institutionele bindingen (school, kerk, lokale activiteiten en organisaties), priverelaties en vrienden in de buurt, en affectieve gevoelens over een plaats en het verlaten van deze plaats. Daarnaast worden er verschillende factoren genoemd die lokale binding al dan niet bewerkstelligen. Hiermee wordt getracht te bepalen in welke mate migranten zich lokaal verbonden voelen aan de nieuwe vestigingsplek. De moeilijkheid met expats is de duur van hun verblijf in een plaats tenopzichte van lokale binding. Vanwege het tijdelijke karakter van hun verblijf is het voor expats vaak moeilijk om een binding met een plaats te ontwikkelen. Het kost namelijk tijd om een sociaal netwerk en lokale binding te ontwikkelingen. Daar komt bij dat ze ook nog tijd steken in het onderhouden en versterken van hun wereldwijde bindingen. Toegeschreven of verworven identiteit Eriksen (2002) schrijft over de sociale constructie van etniciteit en identiteit. Een sociale constructie bestaat uit eigenschappen die ‘ascribed’ (toegeschreven) of ‘achieved’ (verworven) zijn. Toegeschreven eigenschappen worden op basis van bepaalde aannames aan iemand toegekend. Volgens Eriksen is het vervolgens onmogelijk voor een persoon om 11 deze toegeschreven eigenschappen volledig kwijt te raken (Eriksen 2002:7-8). Verworven eigenschappen daarentegen worden aan een persoon gekoppeld op basis van wat hij heeft bereikt (Eriksen 2002:6). Zo wordt bijvoorbeeld in Brazilie de huidskleur van mensen als lichter gezien naarmate zij meer bereiken terwijl feitelijk gezien hun huiskleur natuurlijk niet lichter wordt (Kottak 2008:310) Dit is een verworven eigenschap. Daarentegen word in Amerika iemand soms als ‘zwart’ gezien omdat hij een verre zwarte voorouder heeft terwijl de persoon in kwestie een veel lichtere huid heeft. Eigenschappen die zwarte mensen zouden hebben, worden in dit geval ook gekoppeld aan een vrijwel blank persoon met zwarte voorouders. Dit is een voorbeeld van toegeschreven identiteit (Kottak 2008:305). Voor migranten in een gastland geldt dat zij vaak te maken krijgen met vooroordelen over hun identiteit en etniciteit. In sommige gevallen zullen deze vooroordelen de migranten in de weg staan om een succesvol bestaan op te bouwen in een nieuw land. In andere gevallen zullen deze vooroordelen een migrant juist kunnen helpen bij een succesvolle emigratie. Toegeschreven eigenschappen komen niet altijd overeen met de werkelijke eigenschappen van een persoon of een groep personen maar ze zorgen wel voor een bepaalde indeling van een samenleving. De bevolking van een land kan bijvoorbeeld op basis van herkomst migranten in- of uitsluiten van de samenleving. Daarnaast zullen migranten ook bepaalde vooroordelen hebben over de cultuur en de bewoners van het gastland waar ze in terecht komen. Deze vooroordelen kunnen weer invloed hebben op de manier waarop ze met de lokale bevolking van een land omgaan. De manier waarop mensen met de toegeschreven en verworven identiteit omgaan, heeft invloed op de gedachten en handelingen en de sociale interactie van mensen ten opzichte van anderen. De ideeën van Eriksen over toegeschreven en verworven identiteit hebben ook betrekking op expats en lokale bewoners. De visie van expats op een samenleving en haar bewoners maar ook hun sociale interactie met wie dan ook in hun omgeving, beïnvloed hun ideeën over hun eigen identiteit en de identiteit van anderen. Op basis van hun sociale interactie en de kennis die expats hiermee hebben opgedaan, worden eigenschappen aan hunzelf en anderen toegeschreven. Deze toegeschreven eigenschappen kunnen vervolgens weer effect hebben op het gedrag en de sociale interactie met andere expats en lokale bewoners. Tropisch eiland: Curaçao Het onderzoek dat is verricht vond plaats op het eiland Curaçao, gelegen in de Caraïbische zee boven Venezuela. Hoewel Curaçao een klein eiland is (kleiner dan Texel) heeft het een levendige economie die zich voornamelijk richt op toerisme, de olieraffinaderij, scheepsvaart, reparaties, financiële dienstverlening en offshorebedrijven (van den Bergh, 2010). Curaçao is geen grote speler in de wereldeconomie en Willemstad (de enige stad op het eiland) is geen metropool zoals New York, Hongkong, Dubai of Singapore. Toch is Curaçao met haar voordelige economische zone –onder bepaalde voorwaarden- een aantrekkelijke vestigingsplaats voor internationale bedrijven (van den Bergh, 2010). Dit zijn voornamelijk bedrijven in de internetbranche en de financiële sector. Expats bekleden hierin 12 veelal de leidinggevende en management functies. Daarnaast staat het eiland ook bekend als vestigingsplaats voor Nederlanders omdat Curaçao onderdeel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit koninkrijk bestaat sinds 10 oktober 2010 uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Daarvoor vormde Curaçao samen met de eilanden Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten de Nederlandse Antillen, wat weer een land binnen het koninkrijk der Nederlanden was1 . Na de staatkundige veranderingen op 10 oktober 2010 heeft Curaçao nu haar eigen regering en parlement en is het land grotendeels bevoegd tot eigen wetgeving. Nederland heeft echter een door de Verenigde Naties opgelegde ‘zorgtaak’ voor haar voormalige koloniën en daar is Curaçao er één van. Deze ‘zorgtaak’ uit zich momenteel onder andere in toezicht op het begrotingsbeleid van het eiland, het creëren van een corruptievrij bestuur, bestrijden van drugshandel en criminaliteit, een goede politie en Openbaar Ministerie.2 Om dit te bereiken is er een omvangrijk overheidsapparaat op Curaçao die is verweven met de Nederlandse overheid. Zo zijn er ook veel Nederlanders die de relatie tussen Curaçao en Nederland vormgeven en vertegenwoordigen in de overheidssector. Hierbij gaat het veelal om functies die vragen om hoogopgeleide mensen. De bevolking van Curaçao bestaat uit ruim 140.000 inwoners met in 2006 meer dan honderd nationaliteiten. Een ruime meerderheid is van gemengde Afrikaanse en Europese afkomst en daarnaast leven er minderheden van o.a. Nederlanders, Portugezen, Dominicanen, Haïtianen, Surinamers, Venezolanen, en Indiërs (CBS). Van het aantal werkende personen op Curaçao is ruim 28% van buitenlandse afkomst en ruim 6% van het aantal werkende personen op Curaçao heeft de Nederlandse nationaliteit (Arbeidskrachten onderzoek Curaçao 2009). Hoewel het moeilijk te zeggen is hoeveel expats het eiland kent, simpelweg omdat dit niet geregistreerd wordt, wijzen andere gegevens erop dat Curaçao wel degelijk een vestigingsplaats is voor expats. Allereerst heeft het een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale bedrijven en dient het eiland als knooppunt tussen Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Europa. Daarnaast is er een groot aanbod aan luxe huurhuizen voor tijdelijke periodes, zijn er een aantal expatbureaus en heeft het eiland een internationale school en Nederlandse scholen. Ook uit de geluiden van de ‘vaste’ bevolking kan opgemaakt worden dat het aantal buitenlanders dat de goede banen ‘inpikken’ niet schaars is. Nadat begin 20e eeuw in Venezuela een grote voorraad aan olie werd gevonden, vestigt Shell in 1914 een olieraffinaderij op Curaçao. Dit heeft verstrekkende gevolgen gehad voor het eiland. Vanaf 1923 had het bedrijf dringend behoefte aan meer arbeidskrachten. In eerste instantie werden deze op Aruba, Bonaire en de Nederlandse bovenwindse eilanden geworven; later kwamen ze ook uit Suriname en de rest van het Caribisch gebied. Voor de technische en leidinggevende functies kwamen voor het merendeel hooggeschoolde mensen uit Nederland naar Curaçao toe. Deze vervingen de oude ‘blanke elite’ die bestond uit Sefardische joden en protestanten die in de tijd van het kolonialisme de dienst uit 1 www.rijksoverheid.nl 2 www.rijksdienstcn.com 13 maakten op het eiland. Zo bestond in 1930 ruim 28% van de bevolking uit mensen die niet van het eiland afkomstig waren. De huisvesting voor deze arbeidsmigranten werd op basis van nationaliteit geregeld. Men werd in loodsen en kampen ondergebracht bij mensen met dezelfde nationaliteit. Voor de Hollandse werkgevers en werknemers werden huizen gebouwd met als gevolg dat er ‘Hollandse’ wijken ontstonden zoals Julianadorp en Emmastad (Romer, 1979). Door de economische groei die te danken is aan de olieraffinaderij, vestigen zich ook andere arbeidsmigranten (Libanezen, Syriërs en Indiërs) op het eiland die zich voornamelijk richten op de handel. De aanwezigheid van de vele buitenlanders op het eiland creëerde een ‘in-group’ gevoel onder de Curaçaoënaars (de bewoners die er geboren en getogen zijn). Deze gescheiden leefomstandigheden bevorderde de integratie tussen de verschillende nationaliteiten op het eiland niet (Romer, 1979). Tegenwoordig wordt de samenleving van Curaçao deels gekenmerkt door segregatie op het gebied van wonen, werk, scholing en het sociale leven. Zo wijzen sommige studies uit dat de verschillende bevolkingsgroepen langs etnische scheidslijnen leven waarbij segregatie tussen de Antilliaanse bevolking en de Europeanen sterk is (zie documentaire ‘Curaçao’ van Sander Snoep en Sarah Vos). Dit is bijvoorbeeld terug te zien in typische rijke ‘Nederlandse’ wijken zoals Julianadorp en Emmastad en armere wijken die geassocieerd worden met Antilianen en Caribische immigranten (Jaffe, 2006). Opvallend aan het straatbeeld is ook de etnische scheiding in omgang met elkaar. Aan de andere kant vervagen deze scheidslijnen steeds meer. Waar eerst het verschil tussen bijvoorbeeld rijk en arm vaak langs etnische scheidslijnen liep, is nu een middenklasse ontstaan die bestaat uit o.a. succesvolle Indiërs die actief zijn in de handelssector, Antilianen die middels onderwijs, emancipatie en vergrote sociale mobiliteit opklimmen uit de lage klasse en een voormalig blanke elite die nu deel uitmaakt van de middenklasse. De samenleving bestaat uit vele verschillende bevolkingsgroepen en culturen zodat diversiteit en multiculturalisme een vanzelfsprekend gegeven is voor de bewoners van Curaçao. Het feit dat Curaçao deel uit maakt van het Koninkrijk der Nederlanden verklaart ook het grote aantal Nederlanders dat woonachtig is op het eiland. Het Nederlandse gezag (bestuurlijk gezien) op het eiland is afgenomen maar dit neemt niet weg dat het eiland doordrenkt is en blijft met Nederlandse invloeden zoals de taal, de overheid, gebouwen, het onderwijssysteem, organisatiestructuren, bedrijven en de bewoners. 14 15 Vraagstelling In dit onderzoek staat de sociale interactie van expats op Curaçao centraal. Hoe gedragen expats zich in op dit eiland en wat beïnvloedt hun gedrag? Hoe en met wie interacteren expats? En welke visie hebben deze migranten op hun gastland en hoe wordt deze visie geconstrueerd? Uit het theoretisch kader komt naar voren dat expats zich bewegen in transnationale velden, veel reizen voor hun werk en internationale contacten onderhouden met zowel arbeidsrelaties wereldwijd als familie en kennissen in het thuisland of andere landen. Tegelijkertijd wonen en werken de expats ook in hun lokale omgeving. Hier kan onder andere het verschil in cultuur, taal, normen en waarden leiden tot ‘expatenclaves’ waarbinnen expats met name elkaar spreken en hun eigen cultuur creëren (Breton, 1964; Beaverstock, 2002). De sociale interacties van expats spelen hierin een grote rol en kunnen invloed hebben op hun gedrag in en gedachten over het gastland waarin zij verblijven. Met wie gaan de expats sociale relaties aan, met wie maken zij contact en hoe beïnvloed men elkaar? Baldwin (1902:37) zegt hierover dat dat de mens een product is van zijn omgeving en Eriksen (2002) geeft aan dat de sociale interactie van mensen met hun omgeving ook de ideeën over hun eigen identiteit en de identiteit van anderen vormen. Hoe hangen deze twee visies met elkaar samen en wat betekent dit voor de sociale interacties van expats? Aan de hand van de volgende onderzoeksvragen is getracht dit meer uit te diepen: ‘Wat is de samenhang tussen de sociale interactie van expats en hun visie op de Curaçaose samenleving?’ Deze onderzoeksvraag wordt aan de hand van de volgende deelvragen beantwoord: Deelvragen – Waar wonen, werken en recreëren de expats? – Hoe ziet de sociale interactie van de expats eruit? – Welk contact is belangrijk voor de expats? – Wat is de visie van de expats op de Curaçaose samenleving? – Hoe kijken de expats tegen zichzelf en hun mede-expats aan? Onderzoeksmethoden Ontwerp en kennisbronnen De onderzoeksvraag is door middel van een casestudie beantwoord. Binnen dit design heb ik kwalitatief onderzoek verricht onder een aantal expats op Curaçao. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van participerende observaties en diepte-interviews. Met de keuze voor een intensieve manier van onderzoeken, kunnen er nieuwe theoretische inzichten tot stand komen maar ook oude redeneringen getoetst worden (Bryman 2004). Daarnaast biedt deze 16 manier van onderzoek de mogelijkheid om uitgebreid te weten te komen waarom en hoe iets werkt en het zich ontwikkeld. De meeste ontdekkingen komen voort uit intensieve observaties die binnen een casestudie worden verricht (Beveridge (geciteerd in Kuper&Kuper, 1985: 95). De participerende observaties gaven de mogelijkheid om door de ogen van de onderzoeksgroep te kijken en de context van situaties mee te nemen in het onderzoek. Daarnaast gaf deze onderzoeksmethode de mogelijkheid om flexibel met situaties om te gaan en zo ook onverwachte informatie en gebeurtenissen in het onderzoek te betrekken (Bryman 2004). Door middel van diepte-interviews werd de relatie tussen sociale interactie van expats en hun visie op de Curaçaose samenleving omvangrijk weergegeven. Een kwalitatieve studie levert zo veel specifieke data die bruikbaar is voor onderzoeken die gerelateerd zijn aan deze case. Dit intensief beschrijvende onderzoek verschaft zo meer inzicht voor verdere studies naar hoogopgeleide arbeidsmigranten. Empirisch materiaal en technieken Een deel van het empirisch materiaal bestaat uit secundaire gegevens over de samenleving van Curaçao. Historische ontwikkelingen, huidige bestuurlijke en sociale structuren en de economische positie van Curaçao geven weer in wat voor een samenleving de expats zich bevinden. Met het oog op de onderzoeksvraag draagt deze kennis bij aan de vraag wat de invloed van de ontvangende samenleving is op de komst van hoogopgeleide arbeidsmigranten. Het belangrijkste te verzamelen empirisch materiaal waren de participerende observaties en interviews met een tiental expats op Curaçao. Daarnaast maken ook gesprekken en participerende observaties met lokale bewoners onderdeel uit van het empirisch materiaal. Bij de observaties heb ik gelijktijdig aantekeningen gemaakt. Wanneer er tijdens observaties informele gesprekken plaatsvonden heb ik naderhand een verslag gemaakt van het gesprek. De interviews hadden een semigestructureerd karakter waarbij er ruimte is gegeven aan de inbreng van respondenten. De interviews zijn opgenomen en getranscribeerd. Verder heb ik foto’s gemaakt van de verschillende omgevingen waar ik onderzoek heb verricht. Dit beeldmateriaal geeft een indruk van de fysieke context waarin expats en Curacaoenaars zich bevinden. Populatie en steekproef De populatie van dit onderzoek bestaat uit de expats op Curaçao. Gebaseerd op de definities in de literatuur gaat het hierbij om hoogopgeleide arbeidsmigranten: mensen die tenminste een hbo-diploma hebben en die in opdracht van een bedrijf, organisatie of overheid voor een tijdelijke periode naar het buitenland gezonden worden. Hoewel mensen met een lager opleidingsniveau en/of zelfstandigen ook in expatnetwerken kunnen participeren, is voor deze afbakening gekozen om zo zeker te zijn een subgroep binnen de groep ‘arbeidsmigranten’ te onderzoeken. Uit literatuur en voorgaande studies is namelijk 17 gebleken dat expats in sociaal netwerk, leefstijl en het settelproces afwijken van economische arbeidsmigranten. Verder wordt onder ‘tijdelijke periode’ een periode van minimaal één jaar verstaan. Bij een kortere uitzending zijn er namelijk minder redenen om daadwerkelijk energie te steken in de vestiging en het opbouwen van een leven op een nieuwe plek. De bovengrens wordt niet bepaald door een maximaal aantal jaren dat men uitgezonden wordt maar door het tijdelijke karakter van de uitzending. Uit de populatie is een convenience sample genomen aangezien niet alle expats op Curaçao bereikt konden worden om mee te werken aan het onderzoek (Bryman 2004). Dit is simpelweg onmogelijk omdat expats niet geregistreerd worden als zodanig. Vanwege het ontbreken van deze gegevens moeten de expats op een andere manier bereikt worden waarbij de kans dat een ieder mee kan werken aan het onderzoek zo gelijk mogelijk moet zijn. Door het bezoeken van internationale bedrijven en organisaties, expatgemeenschappen, internationale scholen, kerken, sportclub, golfclub, vrijwilligersorganisaties zijn de respondenten verzameld worden. Betrouwbaarheid Omdat er gebruik wordt gemaakt van een convenience sample is de steekproef niet random en hoort het daarmee tot een non-propablity sample (Bryman 2004). De expats die niet zijn bereikt of geen tijd konden vrijmaken, hebben geen of minder kansen gehad om mee te doen aan dit onderzoek. Dit wijst op een non-sampling error waarbij de kans op verschil tussen de steekproef en de populatie verhoogd wordt. Vanwege de aard van het onderzoek is de kans op dit verschil echter van minder belang. Het onderzoek werd namelijk verricht onder expats die al dan niet een bepaald verschijnsel vertegenwoordigen (sociale interactie) en is daarom representatief voor dit verschijnsel. Het feit dat het onderzoek een casestudie betekend dat er een intensieve studie is gedaan waarin veel geleerd is en kennis wordt toegevoegd over hoe de expats op Curaçao zich gedragen en hoe de sociale interactie processen van expats werkt. De participerende observaties en semigestructureerde gesprekken hadden een bepaalde focus maar er is ook veel vrijheid overlaten aan de onderzoeksgroep. De focus draagt bij aan de external reliability (Bryman 2004:273). Het flexibele karakter van de interviews zorgde ervoor dat het gesprek niet te veel in een bepaalde richting werd gestuurd zodat de onderzoeker alleen te horen zou krijgen wat hij dacht te gaan horen. De internal reliability is hoog aangezien alle interviews door één persoon zijn afgenomen en geanalyseerd. Ook zijn alle interviews getranscribeerd (Bryman 2004:273). Reflectie: mijn rol als onderzoeker Als onderzoeker heb ik invloed gehad op de resultaten van het onderzoek. Deze invloed uit zich enerzijds door de vragen die ik heb gesteld, de focus die ik heb gelegd in een observatie of interview of de plaatsen die ik wel of juist niet heb bezocht. Anderzijds hebben mijn achtergrond en kenmerken ook invloed op in welke mate ik toegang heb gekregen tot bepaalde mensen. De toegang tot expats of een expatbubble heeft mij weinig moeite gekost 18 omdat ik een aantal overeenkomsten vertoon met deze mensen. Zo was ik ook voor een tijdelijke periode op Curacao en kwam ik uit ook een andere cultuur. Hierbij verwachtten de expats van mij waarschijnlijk meer begrip en konden we ons met elkaar identificieren. Daarnaast was in het bijzonder de toegang tot Nederlandse expats eenvoudig aangezien ik ook uit Nederland kom en de Nederlandse taal en cultuur ken. Echter liep ik als onderzoeker hier het risico van ‘going native’; het opgaan in de wereld die je onderzoekt en daardoor geen afstand meer kunnen nemen van je onderzoekobject. Het kijken door de ogen van je onderzoeksgroep heeft als risico dat je één wordt met de mensen die je bestudeert (Bryman 2004: 302). Om dit te voorkomen heb ik na elke observatie of gesprek gelijk notities gemaakt van de kennis die ik heb opgedaan. Zo bleef ik dichtbij mijn rol als onderzoeker. Daarnaast hebben de observaties en gesprekken met de lokale bevolking mij ook andere visies op expats laten zien en heb ik me zo in meerdere werelden begeven. Als laatste heb ik regelmatig afstand genomen van het onderzoeksobject door een dag te besteden aan analyse. De toegang tot de Curacaonaars heeft meer moeite gekost omdat ik een buitenlander ben en geen Papiamentu spreek. Hoewel Nederlands naast Papiamentu ook de officiele voertaal is van het eiland, heeft 80% van de lokale bevolking het Papiamentu als moedertaal. Dit probleem is deels verholpen door een aantal basis zinnen Papiamentu te hebben geleerd, iets wat werd gewaardeerd door de lokale bevolking. Verder sprak vrijwel iedereen op het eiland ook Nederlands of Engels en kon ik dus wel de vragen stellen die nodig waren voor het onderzoek. Als laatst heb ik constant stil gestaan bij het interpretatiegevaar: met een constante reflectie (ingedachten en op papier) op mijn rol als onderzoeker heb ik geprobeerd te voorkomen om te horen en zien wat ik misschien wel wilde horen en zien. Structuur van de scriptie De opzet van deze scriptie is gebaseerd op de drie typeringen van expats en hun visies op de Curaçaose samenleving die naar voren zijn gekomen uit het onderzoek. Elk hoofdstuk staat voor een type expat en zijn visie. Aan de hand van verschillende thema’s die naar voren zijn gekomen in interviews en observaties op Curaçao wordt daarnaast in elk hoofdstuk ingegaan op de deelvragen. In het laatste hoofdstuk, de conclusie, zal er duidelijk antwoord worden gegeven op de hoofd- en deelvragen van dit onderzoek. 19 Hoofdstuk 2 – De expat bubble ‘For me, there are numerous different ways to meet people. Some of it is through the expatriates who are already here with the bank. But there are also active organizations in Curaçao that expatriates are in. My wife for example is the president of the British club. She was born in Britain. First she just joined it to meet people and now she’s the president. There is also an American women’s club that she is a member of as well. That’s two examples. And I’m also the council for Canada here so there is a counselor core they called it here with all the consulates of all the countries. So I know a lot of people through that. Furthermore… mostly you know groups that already exist here before and through that you just get to know more and more people. But through those associations, that’s a very fast way to meet people. And those people are mostly from the same country as you or at least they are foreigners, mostly expatriates. Also from a day to day living point of view, the larger part of the contacts of my wife and me is the expat-community. So through that we meet people from a lot of different places. Plus just dealing with international business, you know, you get to know people who live in different countries as well.’ – John, directeur bank Curacao. John is van oorsprong Canadees en werkt al dertig jaar voor een bank. Momenteel is hij werkzaam als directeur van deze bank op Curaçao. Hij leeft al vijfentwintig jaar als expat en is onder andere werkzaam geweest in Cairo, Londen, Athene en El Salvador. Zo wisselt hij na een aantal jaar voortdurend van woon- en werkomgeving. Dit heeft als gevolg dat hij regelmatig weer ‘opnieuw’ moet beginnen: een nieuwe opdracht, collega’s, vrienden en cultuur, een andere leefomgeving met andere regels en gebruiken. John geeft aan dat de start van een uitzending bij zijn werk ligt. Dit is namelijk de reden van het nieuwe begin in een ander land en hier liggen dus ook de eerste mogelijkheden om bijvoorbeeld mensen te leren kennen en de praktische ‘know-how’ te leren die van toepassing zijn op de nieuwe leefomgeving. Daarnaast zoeken John en zijn vrouw heel gericht naar nieuwe contacten door zich aan te sluiten bij expat-clubs. Deze clubs bieden expats de mogelijkheid om sociale contacten op te doen, te netwerken, ervaringen te delen met lotgenoten en te recreëren. Dit soort clubjes en het verschijnsel dat expats elkaar veelvuldig opzoeken bij uitzendingen naar het buitenland wordt vaak gerelateerd aan het leven in een ‘expat bubble’. In eerste instantie doelde dit concept op het koloniale tijdperk waarin expats de culturele waarden en leefstijl van het moederland bleven vasthouden in de kolonie waar ze kwamen te wonen (Adler, 1994). Later heeft onder andere Fechter (2007) onderzoek gedaan naar deze expats en het concept verder uitgewerkt: ‘I take this metaphor to suggest a colorful, but fragile existence; one that is carefully created like a soap bubble, floating above the ground, and not touching the earth. It gleams and shimmers, displaying an exotic attractiveness, but also an ephemeral nature.’- Fechter in Amit 2007:47. 20 Met ‘floating above the ground’ bedoelt Fechter dat de expats een eigen werkelijkheid hebben gecreëerd en blijven creëren die niet of nauwelijks in aanraking komt met de realiteit van het gastland. De bubble bevindt zich in een land maar komt niet in aanraking met de normen, waarden en leefgewoonten van het land. Naast het behouden van culturele waarden en leefstijl van het thuisland, is er dus ook weinig contact met de lokale omgeving en zijn de expats niet op de hoogte van hoe het lokale leven er uitziet. De expat creëert een eigen, voornamelijk luxueuze leefstijl die mogelijk wordt gemaakt door zijn relatief hoge inkomen. Het leven in een expat bubble is fragiel omdat het een komen en gaan is van mensen die de expat bubble in stand proberen te houden. Bij terugkeer naar het thuisland, komt men weer terug in de ‘ware lokale realiteit’. De expats in de bubbel leven dus op een eigen gesloten eilandje en richten zich dan ook voornamelijk op hun eigen leven. In dit hoofdstuk worden een aantal situaties en verschijnselen beschreven die de expat bubbles op Curaçao weergeven. Naast de observaties die een aantal aspecten van een expat bubble blootleggen, komen er ook gesprekken voorbij waarin duidelijk wordt hoe het sociale leven van deze expats eruit ziet, welk contact belangrijk is voor hen is en hoe zij naar de Curaçaose samenleving kijken. Gated communities Wanneer ik op bezoek ging bij een aantal expats, stuitte ik vaak op hek. Zo nodigden Peter en Lisa mij bij hun thuis uit in het ´villapark Girouette’3 . Dit park is centraal gelegen, geheel omheind door een hek en ´s nachts wordt het park bewaakt door een bewaker. Bij aankomst moet ik op het huisnummer van Peter en Lisa drukken zodat zij vanuit hun huis het hek op konden doen. Het park is ruim opgezet met brede wegen en voor Curaçaose begrippen veel verlichting en groen. Er staan ongeveer veertig luxe, grote woningen, elk weer afgezet met hekwerk. Wanneer ik na het bezoek het park weer verlaat doet de bewaker het hek weer open en dicht. Peter vertelt: ‘Ja, het is wat Amerikaans misschien maar ik vind het een fijn park om te wonen. Het is veilig maar toch centraal gelegen. Voor mijn gevoel leef ik niet achteraf in een eigen wereldje maar leef ik echt in Willemstad.’ Lisa vervolgt: ‘ Ja, in het begin vond ik het wel een gek idee om zo achter een hek te wonen, alsof je je afzondert van de rest van de stad. Maar omdat dit park dus wel in de stad ligt vind ik het wel meevallen. En het is zoveel zorgelozer en veiliger en dat is gewoon nodig op Curaçao’. – Peter (facility manager bij de marine) en zijn vrouw Lisa. 3 Zie plattegrond bijlage 1 21 Toegangspoort villa park ‘Girouette’ ‘Gated communities are residential areas with restricted access in which normally public spaces are privatized. They are security developments with designed perimeters, usually walls of fences and usually controlled entrances that are intended to prevent penetration by not residents.’ – Blakely and Snyder, 1999:2 Gated communities (bewaakte woonwijken) kennen we voornamelijk vanuit de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Ze zijn ontstaan met de bedoeling om veiligheid te bieden in stedelijke gebieden waar de criminaliteit hoog is en het verschil tussen arm en rijk groot. Daarnaast hebben de gated communities ook als doel om het gemeenschapsgevoel te vergroten in tijden van individualiteit en anonimiteit (Blakely and Snyder, 1999; Landman, 2004; Le Goix, 2005). Ook op Curaçao bestaan er veel bewaakte woonwijken die vaak als villaparken of resorts aangeprezen worden. De parken zijn ruim opgezet en er staan grote luxe huizen. Veel huizen worden als vakantiewoningen gebruikt, zowel in de huur- als koopsector. Daarnaast wonen er voornamelijk buitenlanders of Nederlanders. Het feit dat er weinig Curaçaoënaars op deze resorts wonen wordt vaak verklaard met het idee dat de buitenlanders rijk zijn en zich deze luxe kunnen veroorloven. Curaçaoënaars zouden daarentegen armer zijn en in de goedkopere wijken van Willemstad wonen. Dit werd echter ontkracht tijdens een rondleiding door een aantal van deze resorts. Els, een makelaar die zich vooral richt op de expats, vertelde namelijk dat er behoorlijk wat rijke Curaçaoënaars bestaan die zich een woning in een bewaakte woonwijk kunnen veroorloven maar dat zij er simpelweg niet willen wonen: ‘Er zijn ook veel Antilianen die in de vastgoed zitten hoor, dit huis hier tegenover bijvoorbeeld wordt ook door een Antiliaan gebouwd. Maar ze doen dit om de huizen vervolgens te verkopen of te verhuren. Zelf zouden ze nooit op zo’n park willen wonen. Dat associëren ze met makamba’s of buitenlanders. Het past gewoon niet bij hun cultuur. Ze wonen zelf vaak meer richting westpunt of gewoon een mooie woning ergens aan de rand van de stad waar 22 niet zoveel buitenlanders wonen. Ik snap dat ook wel hoor, zo’n park lijkt toch meer op een vakantieoord en als dit je eigen eiland is wil je ook meer tussen je eigen mensen zitten lijkt mij.’- Els, makelaar Century 21. Veel gehoorde kritiek op de gated communities is dat het sterke segregatie bewerkstelligt. Segregatie tussen rijk en arm, tussen verschillende nationaliteiten en tussen plaatsen met een sterk gemeenschapsgevoel en plaatsen van anonimiteit en individualiteit. Hoewel op Curaçao de oorzaak van de vele buitenlanders die in gated communities wonen dus niet alleen gezocht kan worden in het verschil tussen arm en rijk, bevordert het wel degelijk de stedelijke segregatie tussen buitenlanders en lokale Curaçaoënaars. Rijkdom speelt wel een rol in de overweging om in een gated community te wonen (armere mensen kunnen het zich simpelweg niet veroorloven) maar het is zeker geen bepalende factor. Rijkere lokale Curaçaoënaars willen er vanuit bepaalde voorkeuren niet wonen. De stedelijke segregatie die al bestaat versterkt deze segregatie extra omdat voornamelijk buitenlanders in gated communities willen wonen en Curaçaoënaars niet. Dit heeft als gevolg dat de expats die in een gated community wonen, in hun woonomgeving ook veelal expats of buitenlanders (hoofdzakelijk Nederlanders) tegenkomen. Susana, afkomstig uit Spanje en werkzaam bij de RBTT bank, omschrijft haar woonomgeving als volgt: ‘I live in a really really nice and safe community, Royal Gardens4 , it’s a gated community. And there are only thirty-seven houses there and there are a couple of little things that the community does each year. They have an association so just by going to the meetings and to those events I get to know the people who are living there. Not every single one but most of them. Some good friends of mine are also living in Royal Gardens or others moved somewhere else. And the last expatriate from my work who arrived here, is also living at Royal Gardens.’ – Susana, account manager RBTT bank Susana vertelt vervolgens dat ze leuk contact heeft met haar buren en dit haar ook hielp om zich thuis te voelen op Curaçao. Toen ik vervolgens bij haar thuis kwam en het met haar over haar woonplaats en buren had liet ze weten dat haar buren voornamelijk buitenlanders zijn waaronder ook een aantal expats. Dit ervaart ze als gemakkelijk omdat ze niemand kende toen ze op Curaçao aankwam maar zich gelijk welkom voelde in Royal Gardens. Ze ervaart dan ook het gemeenschapsgevoel in haar woonomgeving (Blakely and Snyder, 1999; Landman, 2004; Le Goix, 2005). Daarnaast noemt ze Royal Gardens ook één van de veiligste resorts op Curaçao en dit is voor haar heel belangrijk. Haar buurvrouw Joyce is Nederlandse en woont sinds vijf jaar op Curaçao. Over Royal Gardens vertelt ze: ‘Het is echt niet zo dat we de deur plat lopen bij elkaar maar zo af en toen organiseren we iets voor het hele resort. En verder is het wel zo dat het wonen hier een goede mogelijkheid geeft om nieuwe vrienden te maken. Veel mensen komen niet van Curaçao dus we weten 4 Zie bijlage 1 voor plattegrond 23 allemaal hoe het is om hier op het eiland te komen. Dus je stapt sneller op mensen af die hier komen wonen omdat je zelf ook in dat schuitje hebt gezeten. En omdat je hier bijvoorbeeld twee tennisbanen op het resort hebt, kom je ook snel in contact he.’- Joyce, manager Villa Rental Peter, Lisa, Susana en Joyce hebben het overeenkomstige idee dat een veilige woonomgeving op Curaçao eigenlijk alleen te vinden is in een gated community. Op de resorts heerst dan ook het gevoel dat Curaçao onveilig is en dat het vrij noodzakelijk is om bewaakt te wonen. Joyce vertelt over een stel dat op het resort ‘Blue Bay’5 met veel geweld is overvallen waarbij hun hond is doodgeschoten en slechts een aantal horloges zijn meegenomen: Joyce: ‘That shows that even gated communities are not completely safe’ Susana: ‘But still, those robberies are quite normal outside gated communities…’ Joyce: ‘That’s true; living in a resort is by far the most safe way to live on Curacao’ Wanneer ik met makelaar Els (makelaar Century 21) spreek over de bewaakte resorts en hun veiligheid vertelt ze dat bewaakte resorts juist vaak last hebben van inbraak en overvallen. In gated communities wonen over het algemeen namelijk rijke mensen dus er valt ook meer te halen voor overvallers. Volgens de makelaar laten inbrekers zich niet tegenhouden door een hek of bewaking. De overtuiging die de expats dus hebben over de veiligheid binnen de bewaakte resorts is volgens Els niet terecht. Maar de resorts worden door makelaars en verhuurders daarentegen wel geprezen om hun veiligheid en de mensen die er wonen vertellen elkaar dan ook dat het er veilig is. Daarnaast gaan de woonvoorkeuren van deze mensen ook uit naar een buurt met gelijkgestemde mensen, waar gemakkelijk contact te leggen is en comfort en veiligheid aanwezig zijn. Hoewel de privacy een belangrijke rol speelt en terug te zien is in de vrijstaande huizen met grote tuinen en hekken er om heen, spreken de expats in de wijvorm over hun woonomgeving en zijn ze lovend over de samenhorigheid. Het lijkt er op dat ze hun gated community als een groep binnen op Curaçao zien. Dit wordt onder andere bewerkstelligd door dat de woonomgeving afgesloten is en alleen bestemd is voor de bewoners. Dit betekent dat het niet-bewoners buitensluit. Wanneer het om wonen gaat, zonderen de expats zich dus af tot een bepaalde groep, sluiten ze anderen buiten maar sluiten ze zichzelf ook af voor andere mensen. De ideeën over de (on)veiligheid op Curaçao worden zo versterkt binnen een gated community. Het wonen in een gated community bevordert de aanwezigheid van een expat bubbel omdat er in de gated communities voornamelijk expats en buitenlanders wonen die hun ideeën met elkaar delen en versterken. 5 Zie plattegrond bijlage 1 24 Het Riffort Riffort en de Albert Heijn Op een woensdagmiddag heb ik met Eefje (33 jaar) afgesproken. Ze stelde voor om op een terrasje in de stad wat te drinken omdat ze dit goed kon combineren met het sporten. De man van Eefje had vorig jaar in opdracht van justitie onderzoek gedaan naar het functioneren van de gevangenis op Curaçao. Na aanleiding van het adviesrapport dat hij had opgesteld, werd hem gevraagd of hij zelf de voorgestelde veranderingen wilde doorvoeren. Daar ging hij mee akkoord en vervolgens zijn Eefje en zijn twee jonge kinderen met hem meegekomen om voor een periode van ongeveer drie jaar op Curaçao te wonen en te werken. Ze wonen in Julianadorp6 , een ruim opgezette wijk vlakbij de particuliere Nederlandse basisschool waar hun twee kinderen heen gaan. Julianadorp is aanvankelijk rond 1950 gebouwd om huisvesting te bieden aan de Nederlandse directie en het hogere personeel van de olieraffinaderij van Shell. Omdat ik Eefje al eerder bij mijn tante had ontmoet, heerst er een ontspannen sfeer tijdens onze ontmoeting. Ze vertelde enthousiast over haar leven en ervaringen op Curaçao. Daarbij zag ze zichzelf meer als iemand die een nieuwkomer op Curaçao informatie wilde verschaffen over het eiland dan als respondent in een interview. Wanneer ze vertelt over haar vrijetijdsbesteding op Curaçao geeft ze aan dat ze het winkelen zoals dat in Nederland soms wel mist: ‘Als je vrije tijd hebt kan je in Nederland lekker gaan shoppen in verschillende steden en is er heel veel aanbod. Hier heb ik wel even moet slikken dat je alleen twee straatjes in het Riffort hebt 7 en nog wat winkels in Salina of de Promenade8 maar verder is het allemaal troep. Dus als ik lekker wil gaan shoppen ben ik snel klaar haha. (….) Hoe de rest dat doet? Ja, eigenlijk iedereen die ik ken koopt daar zijn kleding, er is gewoon niet zoveel anders. Kijk voor de kinderen kan je soms nog wel wat vinden in die winkels in Otrobanda9 maar verder zijn daar niet echt kleren te vinden die ik kan en wil dragen haha. Het is gewoon allemaal troep. Dus wanneer ik op vakantie naar Nederland ga of Amerika, dan koop ik daar al mijn kleding neem het mee naar Curaçao. En als ik tussendoor wat nodig heb ben ik toch aangewezen op het Riffort. (….) Weet je wat het ook is, als je in Otrobanda gaat winkelen dan voel ik me toch 6 Zie bijlage 1 voor plattegrond 7 Winkelgebied (incl. restaurants, hotel en entertainment) gelegen in het voormalige fort dat de haven van Curaçao moest beschermen 8 Winkelcentrum waar voornamelijk producten uit Europa worden verkocht. 9 Stadswijk ten westen van de Sint Anna Baai. 25 minder welkom. Je wordt of genegeerd als je een winkel binnenkomt, ze staren je aan. Of ze lopen constant vlak achter je aan, alsof je iets gaan stelen. Dus daar kom ik ook niet zo vaak. Ik denk toch dat de Antilianen daar meer shoppen.’ – Eefje, partner van expat. Eefje benoemt een onderscheid tussen haar en de Antilianen op Curaçao, namelijk een onderscheid in waar ze hun kleding kopen. Los van het soort kleding wat de winkels verkopen, geeft Eefje aan dat er volgens haar een verschil in de omgang met klanten bestaat. Ze voelt zich niet welkom in de winkels waar volgens haar voornamelijk de Antilianen hun kleding kopen. Eefje maakt een onderscheid tussen ‘wij’ (de expats) en ‘zij’ (de Antilianen) op het eiland. Dit is vergelijkbaar met de expat bubbel waar Fletcher (2007) over schrijft. De expats creëren een eigen wereld naast de wereld van de lokale bevolking. Het Riffort is een historisch fort dat aan het water ligt in Otrobanda. De naam van dit stadsdeel betekend in het Papiaments ‘ de andere kant’ en ligt aan de westzijde van de Sint Annabaai. Aan de oostzijde van deze baai ligt het andere deel van het stadscentrum, Punda. Otrobanda wordt gezien als een arme volkswijk in opkomst. Door middel van renovatie probeert Willemstad het imago van dit stadsdeel te verbeteren. Zo is het Riffort omgetoverd tot een mall waar men terecht kan voor ‘exclusive shopping, the finest restaurants and an exiting nightlife.’10 Met ‘de winkels in Otrobanda’ doelt Eefje echter op een ander winkelgebied. Dit zijn namelijk de vele (vaak) Indische winkels waar goedkope kleding wordt verkocht die niet als modieus, mooi of leuk wordt ervaren door de expats die ik op Curaçao heb gesproken. De kleding wordt door hun als ‘troep, ordinair, slechte kwaliteit of lelijk’ omschreven. Ik: ‘Maar er zijn veel van dit soort winkels op Curaçao, hoe kan dat dan als ze volgens jou allemaal troep verkopen?’ Rian: ‘ Tja, ik weet dat de Antilianen daar wel veel kleding kopen. Ik bedoel, kijk maar hoe ze erbij lopen. Dat moet wel uit die winkels komen haha. Nee, maar precies wat je zegt, het is volgens mij allemaal rotzooi maar voor de Antilianen is dat niet zo. Dat is toch prima, kwestie van smaak verschil. En ja, goed, ik heb dan gewoon de pech dat er hier niet zoveel keus voor mij is.- Rian, een vriendin van Eefje. Werkzaam als financieel adviseur bij de Rabobank op Curaçao. Rian en Eefje benoemen een verdeling in de plekken waar zij winkelen en waar Antilianen dat doen. Die verdeling is voor hen voornamelijk gebaseerd op het productenaanbod van de winkels en hun eigen voorkeur voor bepaalde kleding en producten. Wat ze hierbij niet benoemen maar wat wel degelijk meespeelt, is de luxe en het prijsniveau van de producten die ze kopen in de malls. De relatief hoge prijzen zorgen er voor dat het merendeel van de Curaçaose bevolking niet de mogelijkheid heeft om te kunnen winkelen in de luxe malls. Hoewel de expats het verschil dus vooral zien in voorkeuren en smaak, wordt scheiding van winkelpubliek ook veroorzaakt door de mate van rijkdom. Omdat expats vaak financieel gecompenseerd worden voor hun kosten en moeiten wat betreft het wonen en werken in 10 www.curacao.com 26 het buitenland, horen expats vaak tot de rijkere laag van de bevolking (Fechter 2007:4). Voor Rian en Eefje geldt dat hun financiële mogelijkheid om zich op bepaalde plekken te begeven en te winkelen de sterkte van de expat bubbel vergroot. Ze komen niet op de plaatsen waar ‘de Antilianen’ consumeren. Met betrekking tot winkelen, komen deze expats dus op specifieke plaatsen. En in de belevingswereld van deze expats zijn dit voor hen ook de enige geschikte plekken om te kunnen winkelen. Ook over de dagelijkse boodschappen bestaat er een helder beeld van waar je wezen moet: ‘Dat vind ik wel heerlijk hoor, dat er hier een Albert Heijn is. We kunnen hier toch in principe alles krijgen wat we in Nederland ook aten. En het loopt goed hoor, iedereen komt hier zijn paaseitjes en brood halen. Vlakbij mijn huis hebben we ook wel een supermarkt maar voor de Albert Heijn rijd ik toch graag om.’ – Eefje, partner van expat. Het proberen te behouden van eigen cultuur en leefstijl (Fechter 2007) is ook terug te zien in de supermarkten die men bezoekt. Eefje wil graag de producten kopen die zij in Nederland ook gebruikte en zo ook wat eten betreft dezelfde leefstijl kan voortzetten in Curaçao. ‘Ja! De vertrouwde Nederlandse supermarkt nu ook op Curaçao! Haha. Ja vol met Nederlanders natuurlijk en met de Antilianen achter de kassa haha. Maar het is toch eigenlijk precies zo als in Nederland? Daar zitten de Marokkanen achter de kassa. En hier heb je geen hamsterweken maar dushi Curaçao weken ofzoiets. Ach ja, ik ga er gewoon heen omdat ze er alles hebben wat ik nodig heb.’- Leendert, projectmanager vastgoedbedrijf ‘De Albert Heijn hier op het eiland is natuurlijk een gat in de markt met alle Nederlanders die hier wonen. Daarnaast is het gewoon een luxe supermarkt volgens een strak en duidelijk concept. Dat trekt veel mensen aan, met name Nederlanders natuurlijk. Dat het wat duurder is dan de andere supermarkten hier maakt de meeste klanten niet zoveel uit. De meeste mensen vinden het heerlijk dat ze er alles kunnen kopen wat ze thuis ook hebben. Wat natuurlijk onzin is want de meeste producten kan je ook in de andere supermarkten kopen alleen dan is het van een onbekend merk. Maar goed, ik doe er zelf ook aan mee. Het is vertrouwd en herkenbaar.’ – Els, makelaar Century 21 Leendert (40 jaar) is werkzaam als projectmanager bij een Nederlandse vastgoedbedrijf. Dit bedrijf is actief op het gebied van (her)ontwikkelen en renoveren van vastgoed. Leendert is vanuit Nederland naar Curaçao gezonden om voor een periode van drie jaar een herontwikkelingsproject van Aqualectra11 te leiden. Zowel Leendert als Els benoemt het eenzijdige winkelpubliek van de Albert Heijn waar volgens hen dus voornamelijk Nederlanders en toeristen komen. Enerzijds valt het ze op en ze spreken er lichtelijk spottend over. Anderzijds erkennen ze dat ze zelf ook het bij de Albert Heijn hun boodschappen halen. De expats gaan namelijk op zoek naar hun eigen vertrouwde 11 Nutsbedrijf Curaçao 27 producten in een voor hun onbekende samenleving. De Albert Heijn heeft deze vertrouwde producten voor de Nederlanders op het eiland. Daarnaast sluit deze winkel ook aan op de gebruiken van de Nederlanders. Zo is in de documentaire ‘Curaçao’ van Sarah Vos en Sander Snoep (2011) te zien hoe de Nederlandse managers van deze Albert Heijn, de Antilliaanse werknemers de Nederlandse normen en gebruiken op willen leggen. Er wordt ze geleerd om oogcontact te maken met de Nederlandse klanten en hoe ze bijvoorbeeld een stevige handdruk moeten geven. De Albert Heijn richt zich dan ook hoofdzakelijk op de Nederlandse bewoners van het eiland en dit sluit goed aan bij de wensen van de expats. Voor de sociale interactie van de expats geldt hier dat ze voorkeur geven aan hun eigen bekende gebruiken in plaats van op zoek te gaan naar de producten uit de Caribische wereld waar ze in leven. Dit betekent dat hun sociale interactie dan ook vooral plaats vindt in omgevingen die voor hen bekend en vertrouwd zijn. Kenmerkend voor een expat bubble is dat de expats zich richten op de expatcultuur die zich weinig tot niet bemoeit met de lokale cultuur. De komst van de Albert Heijn op Curaçao en de voorkeur van (Nederlandse) expats voor deze supermarkt passen daarbij dan ook in de lijn der verwachtingen wat betreft de clustering van expats. Voor de expats geldt dat segregatie in leefstijl en leefomgeving wordt opgemerkt maar dat dit geen belangrijke rol speelt in hun gedachten en visie op de Curaçaose samenleving. Hun eigen gemak en comfort staat voorop, hetgeen wat als gemakkelijk en vertrouwd wordt ervaren, wordt gewaardeerd. Zweten in het Hilton en op de golfbaan ‘In de sportschool heb ik ook wel mensen ontmoet die ik nu tot mijn vrienden reken. Het is grappig dat dit in Nederland voor mij nooit een platform zou zijn om mensen te ontmoeten. Hier staat iedereen er veel meer voor open, waarschijnlijk omdat iedereen hier voor een paar jaar woont. Je raakt of in de kleedkamer aan de praat of als je even aan het uithijgen bent. Dan gaat het toch vaak over waar je vandaan komt, wat je hier op het eiland doet en eehm.. ja uitwisselen van tips ofzo over wat leuk is hier op het eiland denk ik? Ik zit trouwens te bedenken dat het misschien ook wel komt doordat ik in het Hilton sport. Dat was op aanraden van iemand van de school van onze kinderen. En daar zie je ook wel weer een bepaald publiek rondlopen he. In de Antilliaanse sportscholen zou je veel minder snel contact leggen he, daar zitten toch een ander soort mensen. En je ziet er gewoon veel vrouwen zoals mij overdag, mijn kennissen sporten er ook allemaal. En ’s avonds de zakenmannen met een goede baan haha.’ – Eefje, partner van expat Wanneer ik Eefje vraag naar hoe ze tegen de verschillende soorten publiek van de sportscholen aankijkt, antwoordt ze: ‘Haha ehm.. ja hoe zeg je dat.. Naja sowieso zitten in het Hilton toch meer de mensen die een zelfde soort leven leiden als ik. Expats of Nederlands. Je komt ergens anders vandaan dus dan heb je wat dat betreft gelijk een raakvlak. Bij de Antilliaanse vrouwen is er toch een soort van afstand ehmm, wat gereserveerdheid. Dus je komt met hen minder snel in contact. En dan 28 vind ik het wel fijn dat ik in een sportschool zit waar ik me gewoon thuis voel. (….) Ja, het is wat het is he, zij komen ook niet naar het Hilton om te sporten en zo komen wij niet naar hun sportscholen.’- Eefje, partner van expat Op aanraden van een mede-expat is Eefje in het Hilton gaan sporten. Uit haar citaat is af te leiden dat dit een ontmoetingsplek is voor expats en dat het onder haar sociale contacten duidelijk is dat het Hilton de beste plek is om te sporten. Eefje benoemt het eenzijdige publiek dat voornamelijk bestaat uit expats en/of Nederlanders, net als de klandizie van de Albert Heijn. Andere sportscholen noemt ze dan ook ‘Antilliaanse sportscholen’. Eefje voelt zich prettig bij gelijkgestemde mensen en dit zijn voor haar de mede-epats. De overeenkomsten met de andere sporters in het Hilton is voor haar belangrijk. Ze voelt zich er op haar plek en ze ontmoet er mensen. Dit zou volgens haar niet het geval zijn in de ‘Antilliaanse sportscholen’. Eefje vindt dat de vrouwen hier gereserveerder zijn en ze niet snel in contact zou komen met medesporters. Hoewel ze nog nooit in een ‘Antilliaanse sportschool’ is geweest, heeft ze er dus wel een bepaald beeld van. Het ontbreken van ‘hetzelfde soort’ mensen in andere sportscholen, helpt dit beeld te creëren en daarom niet naar deze sportscholen toe te gaan. De vrouw van John heeft geen werkvergunning en John vertelt hoe haar leven als vrouw van een expat eruit ziet: ‘It’s amazing, first of all there is a lot of work associated with the British women club which she is the president of right now. She plays golf and tennis; she does aquafit at Hilton ofcourse. And that’s where she meet’s a lot of friends. Haha I think Hilton is a good place to socialize other people. When she is not busy with working or sport, there is always time to get coffee with people or have lunch with people. And she is very very happy because she has a good network of friends and she’s involved in many things.’ – John, directeur bank Curacao Op de vraag of ze hun vrijetijdsbesteding en leefstijl constant opnieuw moeten ontdekken en ontwikkelen in elk volgend land waar ze komen te wonen, antwoordt John: Well.. Curacao was an easier posting than I had in other cases. Sometimes you have fewer possibilities to eh practice your own daily activities because there are just not the right facilities present. But in generally you can sport everywhere; there are always clubs or meetings for expats, shopping areas and restaurants. But yes, it is quite easy to get along here. And we have been in de Caribbean before so there are a lot of similarities to other countries. The influence of the Dutch here, I’ve lived in Holland. And also, we’re also familiar Fitness in het Hilton 29 with Latin-America, my wife and I, so there is sort of a mixture of all those things here. And nothing really surprises us; we can live our live like we always do.’- John, directeur bank Curacao Opvallend aan de ideeën van John over zijn emigratie naar Curaçao is dat hij en zijn vrouw het als gemakkelijk hebben ervaren. In de gesprekken met John over het werken, wonen en leven op Curaçao benoemt hij weinig obstakels en spreekt hij zeer positief over zijn emigratie en alles wat daar bij komt kijken. Ze voelden zich snel welkom en thuis op het eiland en ze zijn sociaal zeer actief. John gaf eerder al aan dat hun leven zich voornamelijk afspeelt in de expatwereld. Uit het citaat van John is ook op te merken dat het voor de vrouw van John ook vanzelfsprekend is in het Hilton te sporten. Het lijkt erop alsof dit de enige optie is om te sporten. En daarnaast dient het Hilton voor haar ook als ontmoetingsplek waar ze vriendinnen van de women’s clubs ontmoet. Aangezien het leven van John en zijn vrouw op Curaçao zich voornamelijk binnen de expatwereld afspeelt, voelen ze zich geaccepteerd en thuis op het eiland. Ze bewegen zich in een voor hen bekende wereld. Op een ochtend bezoek ik de golfbaan van het Blue Bay Resort. Deze golfbaan hoort thuis in de mondiale top vijftig van golfbanen. Blue Bay is een bewaakt resort met grote luxe villa’s (koop-, huur- en vakantiewoningen), een privéstrand, restaurants, bars, een hotel en een golfbaan. Het resort ligt ten zuidwesten van Willemstad en is nog in ontwikkeling. In de kantine kom ik een Nederlandse man (Tom, 38 jaar) tegen die wat ballen wil gaan slaan op de drivingrange. Tom vertelt dat zijn vrouw Nicolette voor tenminste twee jaar naar Curaçao is uitgezonden als rechter. Hij is samen met de kinderen meegekomen en mag naar eigen zeggen twee jaar lang de kinderen naar school brengen en vakantie vieren. Zijn vrouw heeft zes jaar geleden ook twee jaar in Suriname als rechter gewerkt. In die tijd heeft hij ook voor de kinderen gezorgd. Daarnaast besteedde hij deze tijd aan het volgen van een opleiding en dat doet hij nu op Curaçao weer. Ze wonen op Blue Bay en hij gaat regelmatig golfen nadat hij de kinderen naar school heeft gebracht. Hij vertelt: ‘Dit is toch zo mooi aan Curaçao he. Een golfbaan en het strand om de hoek, elke dag zon en veel ruimte. Het is echt een heerlijk eiland om op te wonen en hier op Blue Bay hebben we alles wat we nodig hebben en het ziet er allemaal zo goed uit. En zoals nu kan ik lekker golfen en zo wat vrienden ontmoeten. Je zou zeggen dat ik huisvader ben maar we hebben een schoonmaakster dus zoveel hoef ik niet te doen haha.’ – Tom, partner van expat Over het golfen vertelt hij: ‘Meestal ga ik in het weekend golfen met wat mensen die hier ook op Blue Bay wonen en door de weeks sta ik wat te oefenen op de driving range. Het is een mooie baan maar het leuke is ook dat het eigenlijk gewoon je achtertuin is. Er komen toch voornamelijk mensen die op Blue Bay wonen of een vakantiehuis hebben. Het is dus ook een leuke manier om met je buren om te gaan.’- Tom, partner van expat 30 Blue Bay resort – golfbaan en villa’s Hoewel in de recensies over Blue Bay wordt geschreven dat in het weekend de bezoekers zowel uit toeristen en de lokale bevolking bestaat, leek dit uit de eerste indruk niet naar voren te komen. De bezoekers bestonden uit blanke, Nederlands- of Engelssprekende mensen. De mensen die in het restaurant werken zijn juist van Antilliaanse afkomst. Hetzelfde geldt voor de bar op de golfclub. De bezoekers van de golfclub bestonden op het moment van het bezoek uit gepensioneerde mannen uit Nederland en Amerika en Tom. De twee gepensioneerde Amerikaanse mannen zijn regelmatig (vijf a zes keer per jaar) op vakantie op Curaçao, met name ook om te golfen. Ze denken er over na om op Blue Bay een vakantiehuis te kopen. Het klimaat en de kwaliteit van de golfbaan spelen hier een belangrijke rol in. Volgens deze twee mannen maar ook volgens de twee medewerkers achter de bar, wordt deze golfbaan voornamelijk bezocht door toeristen en – wanneer er toernooien worden georganiseerd – door professionals. Daarnaast biedt het golf resort speciale kortingen aan voor ‘locals’ (officiële inwoners van Curaçao) maar ook voor bewoners van het Blue Bay resort. De twee werknemers achter de bar geven aan dat van deze kortingen wel af en toe gebruik wordt gemaakt dus dat er wellicht ook veel vaste bewoners van Curaçao hier komen golfen. Ze geven echter ook aan dat ze zelf niemand kennen die op Curaçao woont en hier komt golfen: ‘Het is duur weetje, ik denk dat er misschien wel van die rijke mensen die hier wonen komen golfen maar in mijn omgeving ken ik niemand die gaat golfen hoor. En ik zie hier sowieso eigenlijk vooral toeristen. Naja, ik kan natuurlijk niet zo snel aan iemand zien of hij toerist is niet maar ik zie gewoon weinig mensen die hier het hele jaar door komen dus dan denk ik dat de meeste toerist zijn. Maar ik spreek ze ook niet zo veel hoor’. – Barman 1, Blue Bay Golfbaan. ‘Ja, de mensen die hier komen zijn gewoon van die rijke lui weetje. Toeristen, mensen die op Blue Bay wonen of andere rijke mensen. Golfen is toch ook echt een sport voor rijke mensen? Ik zie hier vooral buitenlanders Nederlanders. Maar echt geen Antilianen, behalve dan degene die hier werken.’- Barman 2, Blue Bay Golfbaan. 31 Wanneer ik een paar weken later met mijn tante op het strand van Blue Bay heb afgesproken, besluit ik nog even langs de bar van de golfbaan te gaan. De twee barmannen spreken me aan en vertellen dat ze nog hebben nagedacht over de vragen die ik had gesteld: ‘Weetje, wij Antilianen vinden het ook helemaal niet leuk om te gaan golfen ook al hebben we hier een aantal golfbanen op het eiland. Die zijn er echt voor de Nederlanders of toeristen ofzo. Sowieso lijkt het mij persoonlijk een hele saaie sport maar verder is het gewoon niet echt onze sport’ – Barman 2, Blue Bay Golfbaan ‘Er komen ook gewoon alleen maar rijke blanke niet-Curaçaoënaars, er hangt gewoon helemaal geen sfeer, je voelt je er niet welkom alsof het niet voor ons bedoeld is ofzo. En natuurlijk officieel hier is iedereen welkom maar zo voelt dat niet weetje.’ – Barman 1, Blue Bay Golfbaan. Ook hier wordt weer een onderscheid gemaakt tussen expats, Nederlanders of toeristen en de lokale Curaçaoënaar. Ditmaal benoemen de Curaçaose barmannen het onderscheid. Opvallend is dat elke keer als deze groepsvorming ter sprake komt, de mensen er ‘gelaten’ over praten. De expats maar ook de barmannen benoemen het verschijnsel maar halen vervolgens hun schouders er over op. Kenmerkend is dus dat de groepsvorming en scheiding in wie waar woont en recreëert als vanzelfsprekend wordt ervaren. De contacten van deze expats bevinden zich binnen hun eigen groep met gelijkgestemde mensen en daarmee bestaat hun sociale interactie ook voornamelijk uit interactie met mede-expats. Expats clubs Hoewel John de indruk deed wekken dat er naast de British women’s club en de American women’s club nog veel meer expat-gerelateerde clubs zouden zijn op Curaçao12, kon ik deze niet vinden. De andere expats die ik heb gesproken kenden geen georganiseerd verband in de vorm van een club waarin expats samen kwamen. Tot twee jaar geleden werd er door een aantal Nederlandse bewoners op Curaçao tweemaandelijkse ontmoetingen georganiseerd voor nieuwkomers op Curaçao. Deze ontmoetingen werden via een internet forum over Curaçao13 bekend gemaakt. Door te weinig animo zijn deze bijeenkomsten echter opgehouden te bestaan. Daarnaast bestaan er wel georganiseerde verbanden voor bepaalde leefgemeenschappen en nationaliteiten op Curaçao. Ook worden er in Nederland soms informatiebijeenkomsten georganiseerd voor mensen die van plan zijn om naar Curaçao te emigreren. Wanneer dit onderwerp ter sprake komt in de gesprekken die ik met expats heb gehad, geven de expats aan dat specifieke expat clubs eigenlijk niet nodig zijn op Curaçao. 12 Zie citaat eerste pagina van dit hoofdstuk 13 www.curacao.forum.nl 32 ‘You know there are some countries that when you live there as a foreigner, especially if you came to Africa or Asia ehm where you might feel completely lost because the city is so big and you don’t know where to go. And that’s were expatclubs come in. But here, because Curaçao is so small and there are so many people from abroad. It is much easier to meet people. We are shopping in the same supermarkets, we go to the same cinema, we do the same things for entertainment and we live all close to each other.’ – Susana, account manager bank ‘Nee, ik heb er eerlijk gezegd ook geen moment over nagedacht om met aan te sluiten bij een bepaald verband voor expats ofzo. Ik denk dat het komt door dat veel mensen die naar Curaçao toe komen, naja de Nederlanders dan, allemaal wel mensen via via kennen die hier wonen. En anders gaat het vrij snel via je werk of als je bijvoorbeeld kinderen hebt dan gaat dat wel via de school. En ik heb bijvoorbeeld een boot hier en woon aan het water. Daar ontmoet je dan ook snel weer genoeg mensen waar je langzamerhand vrienden mee wordt. En dat zijn dan toch mensen die in hetzelfde schuitje zitten. Afkomstig uit het buitenland, goede baan of expat inderdaad. Ja dat zoek je op en dat trek je aan,’ – Leendert, projectmanager vastgoedbedrijf ‘Hmm, ik ken ze niet maar zou ze ook niet echt nodig hebben hier. Tenminste.. nee ik ken mijn sociale contacten hier via Blue Bay en via een stel die we vanuit Nederland kenden. En zo bouwt het zich langzaam uit. Ik snap het wel dat zulke clubs bestaan voor niet-Nederlanders hier die een poosje hier komen wonen er werken hoor. En misschien bestaan ze ook wel maar ik ben er niet naar op zoek geweest. Maar de Nederlanders komen elkaar zo vanzelf heel makkelijk tegen.’ – Nicolette, rechter Specifieke expatsclubs zouden volgens deze expats niet nodig zijn op Curaçao. Maar net als bij expatsclubs, zoeken deze expats elkaar wel op. Deze clustering past in de metafoor van een bubbel die zich afzondert van de lokale cultuur en bevolking van het eiland (Fechter 2007). Expats vinden elkaar echter door werk, wonen, sport en school van de kinderen. Zo is er een bestaand netwerk aanwezig waar de expats gemakkelijk in terecht komen. Daarnaast biedt het internet ook een netwerk aan voor expats die komen wonen op Curaçao. Zo zijn er verschillende fora14 waar om allerhande advies wordt gevraagd wat betreft een emigratie naar Curaçao. Deze vragen lopen uiteen van geschikte woonplaatsen, scholen, auto’s tot geschikte klusjesmannen en telefoonabonnementen. Ook worden hier al welkomstborrels gepland voor nieuwkomers. Zoals Luuk aangeeft zoeken de expats elkaar bewust op, het contact met gelijkgestemden wordt als belangrijk gezien. Deze voorkeur bepaalt de sociale interactie van de expats en waar deze plaats vindt. 14 www.forum.curacao.nl www.curacao-travelguide.com 33 Multiculturele samenleving? Hoe denken de expats die zich voornamelijk onder andere expats begeven over de Curaçaose samenleving? De expats bevinden zich in de zogenoemde ‘bubble’ en dit heeft als gevolg dat hun sociale contacten zich ook hoofdzakelijk binnen deze bubble bevinden. Bestaan er daarmee ook overeenkomsten in hun kijk op de Curaçaose samenleving? Heerst er een bepaald idee over Curaçao en haar cultuur? Na de observaties en de gesprekken die ik met de expats heb gehad binnen hun bubble kwamen er twee duidelijke visies naar voren. Er is een onderscheid te maken in de visie van de niet-Nederlandse expats en de Nederlandse expats. Het koloniale verleden tussen Nederland en Curaçao heeft daar waarschijnlijk een grote invloed op. ‘I think we are a part of the local society, we don’t do everything I think that the locals do but one thing I find in Curacao – because it is a small island- eh if there are events in the weekend or in the evenings and so on, they temped to be, considered as well, that’s an opportunity for people to go out you know. Whether its carnival or the Vlootdagen, so you go to those things and then you’re caught in the fabric of the local population. And I’m aware of all the different ethnicities and cultures on the island but because it is so small, there is no room for segregation. It is really a mix of cultures. Furthermore, I don’t speak Papiaments but I do speak Dutch and Spanish. Although because of my knowledge of the Spanish language I find Papiamento not so hard to follow. If I know what the subject is general speaking I can follow what’s being said.’ – John, directeur bank Hoewel uit voorgaande citaten is gebleken dat John en zijn vrouw zich voornamelijk onder de expats op Curaçao bevinden, ziet John de Curaçaose samenleving als een mix van culturen. Hij voelt zich onderdeel van de lokale samenleving. Het eiland is klein maar huisvest wel veel verschillende bevolkingsgroepen. Dit heeft als gevolg dat je elkaar ontmoet, helemaal bij grote festiviteiten als carnaval. Hij benoemt dat er geen ruimte is voor segregatie omdat het eiland te klein is om je af van andere af te zonderen. Verderop in het gesprek geeft John ook aan dat hij bij vorige uitzendingen in landen heeft gewoond waar de contrasten tussen rijk en arm, taalverschillen en cultuurverschillen vele malen groter waren en dat hij daarom Curaçao waarschijnlijk een open en vriendelijke samenleving vindt hebben. John’s sociale leven speelt zich voornamelijk af onder de expats. Op zijn werk, zijn woonomgeving, de sportclub en bij het consulaat waar hij ook werkzaam is, ontmoet hij voornamelijk expats. Dit zou juist van segregatie getuigen. Maar omdat John geen spanningen ervaart tussen de vele culturen op het eiland en zich overal door iedereen geaccepteerd voelt, voelt hij zich zeer welkom op Curaçao. Zijn expatvriend Joseba zegt er het volgende over: ‘I think we are accepted. I’ve never felt that that was an issue, ever. Ehm, of course I know the sounds about ‘makamba’s’ and although the locals will look at me as a makamba, they don’t know who I am. Ehm, I think there is some colonial struggle between the purely Dutch 34 people and people of Curacao and that’s natural. And as I said I think that became an issue for a while with the referendum and the elections and so on. And I think that there are a few people in the government who are trying to create that tension. Eh therefore I think it exists but I think that it exists more with people who are really ignorant, they don’t know the current situation about how we got here and how we go on. I think that there are maybe some Dutch also here who bring that out a little bit more if there are people from Holland who think that they are somehow higher than the locals. The best way to make a problem, it’s a little bit of attitude on both sides. And I don’t think it is widespread, I do think it exists but I don’t think it is widespread, I don’t feel that.’ – Joseba, ingenieur en expatvriend van John. John en Joseba kennen de Curaçaose geschiedenis en zijn zich bewust van het koloniale verleden van Curaçao en de relatie met Nederland. Ze weten dat hierover nog steeds bepaalde denkbeelden en spanningen bestaan bij zowel Nederlanders als Curaçaoënaars. Maar los daarvan ervaren ze Curaçao zelf als een open en multiculturele samenleving. NietNederlandse expats maken geen onderdeel uit van de Curaçaose geschiedenis. De Nederlandse expats echter benoemen veel vaker de segregatie in de samenleving, het gebrek aan acceptatie van de lokale Curaçaoënaars en de spanningen tussen verschillende groepen. ‘Curaçao is voor mijn gevoel dan wel echt een gescheiden samenleving. Ik zie niet vaak gemengde clubjes. Als je ergens naar toe gaat, naar Mambo ofzo dan zie je daar bijna alleen maar Nederlanders. Het integreert niet makkelijk nee. Nou El Mundo misschien. Daar komt wel van alles vind ik. We zien er veel Nederlanders en toeristen maar ook veel lokale bevolking. Maar dan blijft het daar alsnog wel gescheiden hoor. Iedereen heeft zijn eigen plekje op de dansvloer. Maar misschien moet je gewoon zelf echt je best doen om er wel tussen te komen. Maar dat hoeft van mij dus niet echt. En ja ik denk dat je eigenlijk bevolking gewoon meer trekt he. En anders zal je daar hier heel bewust zelf je best voor moeten doen. Want als je denkt nou ik zie wel en het komt vanzelf wel, dan komt het hier echt niet’. – Peter, facility manager bij de Marine. ‘Wat ik hier heel opvallend vind is dat ze absoluut niet klantvriendelijk zijn enzo. Je wordt echt bot behandeld in winkels enzo, echt chagrijnig. Daar voel ik me best vaak gediscrimineerd, dat ze me gewoon niet willen helpen en eerst een Antiliaan gaan helpen. Dus ik merk wel dat je als blanke Nederlanders gediscrimineerd wordt. In het begin had ik dat niet zo in de gaten maar naar mate je hier wat langer woont merk je dat wel. Dan gaan dingen je wat meer opvallen. Ze zijn in sociale omgang wel vriendelijk en zo maar als je in een winkel staat af te rekenen dan zeggen ze geen boe of bah tegen je en kijken je ze niet eens aan. En qua sociale contacten heb ik dan ook eigenlijk alleen maar contact met Nederlanders hier. We hebben hiervoor nog in een ander huis gewoond. En daar hadden wel alleen maar Antilliaanse buren om ons heen. En die hebben we ook wel een keer uitgenodigd om kennis te maken enzo. Ja, het is toch wel handig om te weten wie je naast je woont enzo. Ze zijn ook allemaal geweest, en ze waren heel vriendelijk en aardig. En ook na die tijd nog van hallo en 35 hoe is het enzo maar daar blijft het ook wel bij. Je komt niet echt verder dan dat en je blijft je toch een indringer voelen.’ – Rian, adviseur bij de Rabobank op Curaçao ‘Het team van mijn man zijn allemaal afkomstig uit Nederland en de rest zijn allemaal lokale mensen. En daar heeft hij dan ook wel veel contact mee, goed contact. Maar privé niet hoor. Meer gewoon op het werk goed contact. Soms een feestje ofzo van het werk, dan is het altijd wel leuk hoor. Dus dan loopt het contact wel goed.’– Eefje, partner van expat De Nederlandse expats die ik heb gesproken benoemen allemaal direct de segregatie in de Curaçaose samenleving. Hun sociale contacten buiten het werk om bestaan alleen maar uit Nederlanders de ze via hun gated community, school, werk, uitgaansgelegenheden of simpelweg vanuit Nederland kennen. Ze geven aan dat ze moeite moeten doen om contacten te leggen met andere ‘groepen’. Hiermee worden voornamelijk de lokale Curaçaoënaars bedoeld ofwel de Antilianen. Als er wel contact is dan verloopt het stroef en loopt het zelden uit op een vriendschap of kennis. Naast het moeizame contact tussen verschillende bevolkingsgroepen, geven de Nederlandse expats ook aan zich niet geaccepteerd te voelen en soms zelfs gediscrimineerd. Rian noemt zo het verschil in behandeling van Antilliaanse en Nederlandse klanten in bepaalde winkels. Deze Nederlandse expats vinden de Curaçaose samenleving dan ook multicultureel maar zeer gesegregeerd en gespannen. Ze voelen zich thuis bij hun eigen nationaliteit en hun eigen leefwereld op Curaçao. Maar tegelijkertijd bestaat het idee dat ze niet geaccepteerd worden door de lokale bevolking en zien ze de Curaçaose samenleving als een samenleving vol ruzies en spanningen. De expats in dit hoofdstuk vertegenwoordigen de sterke clustering van expats in een bubble op Curaçao. Het sociale netwerk van bijvoorbeeld John maar ook Eefje bestaat uit vele andere expats en zo is deze groep te omschrijven als de ‘transnationale elite’, leden van een grensoverschrijdende cultuur (Sassen 2001). Volgens Sassen, Ley (2004) en Beaverstock (2002) bevindt dit transnationale netwerk zich op lokale plaatsen en dit is terug te zien bij deze expats op Curaçao. Ze ontmoeten elkaar via hun werk, gated community, de sportschool of een expat club/gemeenschap. De leefstijl van deze expats kenmerkt zich door luxe en rijkdom en ze komen met name op plaatsen waar grotendeels andere expats en toeristen komen. Ze wonen op een resort, ze sporten op specifieke plaatsen en consumeren op andere plaatsen dan de lokale bevolking. Ze zijn actief betrokken bij andere expats en zo is hun leefstijl gebonden aan hun sociale netwerk en niet aan het land waar ze wonen. De expats in dit hoofdstuk kunnen vergeleken worden met het ‘ons-soort-mensenkosmopolitisme’ waar Cuperus (2009:28) over schrijft. Het is een internationale jetset die overal op de wereld in een vergelijkbare expat bubble leeft. De sociale gedragingen en ideeën van een individu zijn het resultaat van de interactie met zijn omgeving (Parke 1976). Daar de expats uit dit hoofdstuk zich voornamelijk 36 bewegen in het expat-netwerk beïnvloeden zij elkaar sterk in hun denkbeelden en leefstijl. De overeenkomstige leefstijl van luxe en rijkdom is zo kenmerkend voor de expat bubble. 37 Cabana Hoofdstuk 3 – Waar hoor ik thuis op Curaçao? ‘Ik zou best willen integreren in de lokale samenleving. Dat hoort toch een beetje als je ergens anders gaat wonen, jij bent te gast. Dus ik heb een cursus Papiaments gedaan. En ook op mijn werk sta ik open voor alle mensen en vriendschappen maar het is zo gesloten en afstandelijk. De Antilianen zijn best vriendelijk maar je komt er niet tussen. En zo zijn er nog meer bevolkingsgroepen. En dan kies je uiteindelijk voor de makkelijke weg, je eigen soort mensen. Je wilt het namelijk wel naar je zin hebben toch?’. Rianne, partner van expat Rianne is bewust van de sociale segregatie op Curaçao. Ze benoemt het verschijnsel en ze geeft aan dat ze het graag anders ziet door te zeggen dat ze wil integreren in de lokale samenleving. Ze is van mening dat het zo hoort als je ergens te gast bent en daarom wil Rianne integreren. Om dit te bereiken heeft ze kennis genomen van de lokale taal. Daarnaast benoemt Rianne haar houding in het integratieproces. Openstaan voor iedereen en de taal kennen zal volgens Rianne moeten bijdragen aan de integratie. Dit idee van willen integreren is terug te vinden onder meerdere expats. Maar net als Rianne, ondervinden de expats hierbij weerstand vanuit de lokale bevolking. Deze weerstand gebruiken de expats vervolgens om hun eigen clustering te legitimeren. Rianne ziet het als onmogelijk om met de lokale bewoners van Curaçao te binden omdat zij zich gesloten en afstandelijk opstellen. En omdat de inspanningen die Rianne heeft verricht om contact te leggen met de lokale inwoners geen vruchten afwerpen, zoekt Rianne haar sociale contacten tussen de andere expats op het eiland. Naast haar ideaal van integratie vindt Rianne het namelijk ook belangrijk om het naar je zin te hebben op Curaçao en deze twee doelstellingen lijken voor haar niet samen te gaan. Uit haar citaat blijkt dat het welzijn van Rianne op Curaçao deels wordt bepaald door het hebben van sociale relaties en het lukt Rianne alleen om deze te vinden bij haar mede-expats. In tegenstelling tot de expats in hoofdstuk twee, heb ik ook expats gesproken die zich kritischer opstellen ten opzichte van hun plek in de Curaçaose samenleving. In dit hoofdstuk worden het gedrag en de ideeën van deze expats weergegeven. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat migranten zichzelf opnieuw moeten positioneren wanneer zij in een andere samenleving terechtkomen. Ontmoetingsplaatsen: Cabana of de Snèk Cabana15 is een strandbar die op verschillende websites omschreven wordt als een ‘trendy restaurant en bar’ 16. De bar ligt aan het strand en is een onderdeel van ‘Cabana beach’, een resort dat bestaat uit een strand, ‘cabanas’ (strandhutten), restaurant, bar en een hotel. 15 Zie plattegrond bijlage 1 16 www.cabanabeachbar.com, www.enjoy-curacao.com 38 Volgens Els, de makelaar van Century 21, staat Cabana bekend als een uitgaansgelegenheid waar vooral toeristen, Nederlanders en expats elkaar in het weekend ontmoeten. Bij het bezoek aan deze strandbar viel een aantal zaken op. Zo staan er grote lounge stoelen en banken waar men in grote of kleine groepen kan zitten. Verder staan er hoge tafels en vele barkrukken. Je kunt drankjes bestellen bij het rondlopende personeel of aan de bar. Aan het begin van de avond wordt er voornamelijk zittend gegeten en gedronken, naarmate de avond vordert arriveren er meer mensen. Er is vaak een liveoptreden en er wordt gedanst. Het publiek bestaat grotendeels uit dertigers en veertigers, blank en Nederlandstalig. Verder spelen er kinderen op het strand voor of achter de bar. Hier bevinden zich ook groepjes tieners. De kinderen en tieners mengen zich niet in het publiek dat de bar bezoekt maar vermaken zich op het strand er om heen. Later op de avond groeit de groep twintigers, voornamelijk stagiaires maar het merendeel van de bezoekers blijft bestaan uit dertigers en veertigers. Via mijn tante werd ik voorgesteld aan een aantal mensen. Sommigen onder hen zijn voor een aantal jaar naar Curaçao geëmigreerd, uitgezonden door een bedrijf. Anderen zijn zelfstandig naar Curaçao gekomen om er voor onbepaalde tijd te wonen en te werken. Uit de gesprekken met deze mensen komt een overeenkomstig beeld van de Curaçaose samenleving naar voren. Ze zagen Curaçao voornamelijk als een gesloten samenleving waarin verschillende bevolkingsgroepen langs elkaar heen leven. Hoewel de één meer energie steekt in contact zoeken met lokale bevolkingsgroepen dan de ander, gaven ze allemaal aan dat het contact minimaal is en dat het niet uitloopt op vriendschappen. ‘Ja, je ziet hier bij Cabana hoe het eigenlijk in elkaar zit. Er zijn vooral toeristen en Nederlanders die hier komen. Er zijn weinig Antilianen. En als ik met vrienden afspreek dan gaan we eigenlijk altijd hierheen of naar Mambo17. Ja, hier voel ik me wel thuis en ook welkom.’ Rianne, partner van expat Tim, de man van Rianne, is arts en werkt voor een periode van twee jaar op Curaçao. Hij reageert op Rianne: ‘Ja, maar is dat nou goed he? Ik bedoel, je voelt je goed als je op je eigen plekjes bent maar daar buiten voelen we ons niet thuis. En soms zelfs gediscrimineerd. Op mijn werk niet hoor, dan ben ik in functie en wellicht omdat ik wat functie betreft boven de anderen sta heb ik er daar geen last van. Maar in mijn vrije tijd, bijvoorbeeld met boodschappen doen of gewoon zaken regelen dan voel ik me echt vaak niet welkom of niet geaccepteerd.’ Tim, arts en partner van Rianne 17 Bevindt zich naast Cabana 39 ‘Ja precies, en daarom is het denk ik ook zo’n versplinterd eiland. Omdat je je niet geaccepteerd voelt zoek je je eigen soort mensen op om je wel thuis te voelen.’ Rianne, partner van Tim Met de vraag ‘is dat nou goed he?’ kijkt Tim enigszins kritisch tegen de sociale segregatie op Curaçao aan. Hij vraagt zich af of het verschijnsel goed is en of dit niet zou moeten veranderen. Tegelijkertijd geven hij en Rianne aan dat deze sociale segregatie voor hen het logische gevolg heeft dat zelf ook alleen in hun eigen groep bewegen. Ze vertellen dat ze zich niet op alle gebieden welkom voelen op Curaçao. Dit is dan ook de reden dat ze zich in hun sociale interactie voornamelijk richten op hun eigen groep. Dit zijn de Nederlanders, waaronder een groot aantal expats. Hoewel ze er bij stil staan dat ze op deze manier de sociale segregatie in de hand houden, ervaren ze het alsof ze geen andere keuze hebben. Opvallend is dat het hierbij vooral gaat om een ‘gevoel’ of een ‘indruk’ van zich niet thuis of welkom voelen. Ook Wendy’s analyse van de Curaçaose samenleving benadrukt een gescheiden samenleving waarin bevolkingsgroepen langs elkaar heen leven. ‘De Curaçaose samenleving is niet ingedeeld aan de hand van afkomst of ras zoals vaak gesteld wordt. Het is niet zo dat alle rijke mensen Nederlands zijn en alle Antilianen arm. Er zijn ook zat Nederlanders die niet zo rijk zijn en hier gewoon hard werken, samen met Antilianen en andere immigranten zoals de Chinezen of Indiërs. Er is hier gewoon een grote middenklasse vol met zowel Antilianen als Nederlanders. Het is wel zo dat in het sociale leven deze groepen niet zo mengen. Maar dat heeft vooral te maken met cultuurverschillen, niet met economische status ofzo. En dat ligt ook niet aan één groep, daar werkt iedereen aan mee. De Antilianen discrimineren ook en niet alleen door Nederlanders ‘makamba’s’ te noemen maar ook door Chinezen ‘Chino’s’ te noemen. Voor de Chinezen hebben ze geen goed woord over hoor’. Wendy, eigenares van ‘De Arend’ -horeca en project meubilair- op Curaçao, in eerste instantie op Curaçao werkzaam voor twee jaar. Het sociale leven loopt volgens Wendy langs culturele scheidslijnen. Wendy wil het vooroordeel ontkrachten dat alle Nederlanders op Curaçao rijk zijn en dat alle Antilianen arm zijn. De economische status van een persoon hangt niet af van zijn raciale en/of culturele afkomst en speelt volgens Wendy geen rol in de sociale segregatie op het eiland. Cultuur daarentegen veroorzaakt de scheidslijnen en je nationaliteit bepaalt grotendeels in welke sociale groep je hoort. Iedereen werkt hier aan mee en daardoor versterkt het zich ook. Als voorbeeld hiervan noemt ze de discriminatie vanuit Antilianen naar Nederlanders en visa versa en daarnaast ook discriminatie van Chinezen door Antilianen. Het idee van Wendy dat iemands economische status niet bepalend is voor groepsvorming heb ik onder de Nederlanders op het eiland ook ervaren. Waar in Nederland de mensen hoogstwaarschijnlijk niet met elkaar om zouden gaan vanwege te grote statusverschillen, is de Nederlandse nationaliteit juist een bindende factor voor deze mensen. Een voorbeeld hiervan is Esther, een Nederlandse kapster die met haar man drie 40 Een ‘Snèk’ jaar geleden naar Curaçao was geëmigreerd. Eenmaal op Curaçao liep hun huwelijk stuk en besloot Esther te blijven. Ondanks haar lage sociaaleconomische status is ze bevriend met rijke Nederlandse expat -vrouwen. Uit volgend citaat is te zien hoe Esther dit ervaart: ‘Wat ik moeilijk vind hier is dat het een komen en gaan is van mensen. De meeste mensen vertrekken na een paar jaar weer naar Nederland. Dus elke keer bouw je weer nieuwe vriendschappen op en dan vertrekken ze weer. En dan blijven ze toch niet je vrienden als ze weer in Nederland zitten he, dat is toch anders.’ Esther. Eenzelfde nationaliteit bindt de Nederlanders op Curaçao meer met elkaar dan in Nederland. Dit merkte ik zelf ook in de gesprekken die ik met mensen aanging. In vergelijking met wanneer ik willekeurig mensen in Nederland aanspreek, werd ik op Curaçao veel vaker en sneller uitgenodigd door Nederlanders om eens samen wat te gaan doen of langs te komen. Waar in Nederland eenzelfde sociaaleconomische status mensen met elkaar bindt, is op Curaçao onder Nederlanders een gedeelde afkomst de bindende factor. Hoewel bij veel expats deze scheidslijnen wel opvallen en ze daar soms ook kritisch tegenover staan, verteld Wendy dat uiteindelijk iedereen eigenlijk zijn schouders er bij ophaalt en er aan meedoet. Arjan, manager bij Eco-energy, vertelt dat je in theorie kan gaan en staan waar je wilt op Curaçao maar dat de praktijk laat zien dat veel toch als ongewenst wordt ervaren. ‘Als hier op Cabana ineens alle mannen die normaal gesproken bij een Snèk hangen zouden komen, zou er raar worden opgekeken. Ze zouden een groep apart zijn en wegkeken worden. Maar andersom is het ook zo, als ik ’s avonds eens wat bij een Snèkkie wil halen dan kan dat maar gezellig ‘meehangen’ met de mannen daar gaat echt niet gebeuren hoor. Daar staan ze gewoon niet voor open ook al zijn ze best aardig. Of ze kijken je ook weg haha.’ Arjan, manager bij Eco-energy Een ‘Snèk’ vind je op veel plaatsen langs de kant van de weg. Het is een winkeltje waar je frisdrank, alcoholische drank, snacks maar soms ook illegale producten zoals drugs kan halen. Een Snèk is vaak een ‘hangplek’ voor Antilliaanse jongeren en ouderen. Arjan vertelde dat de lokale bewoners vaak ergens rondhangen terwijl de buitenlanders naar een uitgaansgelegenheid toegaan. Tijdens een aantal bezoeken aan deze Snèkkies kwam ik af en toe in gesprek met een werknemer of bezoekers die er om heen stonden. In eerste instantie reageerden de meeste mensen kortaf en gereserveerd maar wanneer ik meer 41 vragen begon te stellen en vertelde over mijn onderzoek, wilden ze vaak wel wat vertellen. Wanneer deze gesprekken gingen over expats dan stelden de mannen ze vaak gelijk aan de Nederlanders die op dit eiland komen wonen. Ze gaven zelf aan dat dit komt door dat er veel Nederlanders na een aantal jaar op het eiland net als expats toch weer vertrekken. Daarnaast vertelden de Antilliaanse mannen dat de Nederlanders die zich definitief op het eiland hebben gevestigd, zich vooral in de Nederlandse groepen bevinden op een paar uitzonderingen na. Het contact met andere bevolkingsgroepen is er wel maar het blijft voornamelijk gerelateerd aan werk of dienstverlening. Uit de gesprekken kwamen vervolgens verschillende opvattingen naar voren over de Curaçaose samenleving en de expats die hier verblijven. Een aantal gaf aan dat de samenleving inderdaad langs culturele scheidslijnen loopt en dat dit goed werkt. ‘Iedereen kan doen wat hij of zij wil weetje. Er is in principe voor iedereen plek maar de voorwaarde is wel dat je elkaar respecteert. En dan gaat het goed en zo gaat het in de praktijk meestal wel goed op Curaçao. Je hoort wel veel verhalen over dat wij de Nederlanders weg willen hebben enzo maar normaal gesproken leven we goed met elkaar samen hoor.’ Antilliaanse man van middelbare leeftijd Bovenstaande quote wordt door andere Antilliaanse mannen bij een Snèk gedeeld wanneer ze vertellen dat mensen zich op hun gemak voelen in de voor hen bekende culturen, gebruiken en taal. Op Curaçao kan iedereen zich zo in principe thuis voelen. Maar er worden ook andere meningen gegeven: ‘Curaçao is wel ons eiland. Ze doen helemaal geen moeite om het eiland en onze cultuur te leren kennen. Ze leren geen Papiaments en ze blijven lekker in hun eigen hoekje zitten. Aan de ene kant is dat oké want zo hebben we niet veel met elkaar te maken maar hun houding is dan niet goed he. Ze willen namelijk zoveel bepalen en zogenaamd ‘beter maken’. Terwijl dat helemaal niet kan want ze weten helemaal niets van onze cultuur en hoe wij alles doen.’ Antilliaanse man van middelbare leeftijd Ook deze uitspraak werd bevestigd door een paar andere mannen. Het beeld dat deze Antilliaanse mannen van expats en Nederlanders hebben bestaat enerzijds uit respect en acceptatie maar wordt anderzijds verstoord door de houding van de Nederlanders tegenover Curaçao. De scheiding tussen groepen wordt als prettig ervaren maar tegelijkertijd wordt het de buitenlanders ook kwalijk genomen dat ze hun eigen wereld creëren op Curaçao en geen oog hebben voor de lokale bevolking en cultuur. Volgens de Antilliaanse is het eiland namelijk wel van de Antilliaanse bevolking. De Nederlanders zouden in hun doen en laten een houding hebben alsof het hun eigen eiland is. De weerstand van de lokale bevolking ten opzichte van de Nederlandse expats waar Rianne, Tim en Wendy over praten kan vertaald worden naar het wantrouwen dat Antilianen ten opzichte van Nederlanders hebben. De Antilliaanse mannen vertelden mij dat ze zich storen aan de houding van de Nederlanders op het eiland en daarom zouden de Antilianen 42 zich afstandelijk kunnen opstellen. Ze accepteren de verschillende groepen en culturen op Curaçao maar ambiëren ze geen integratie tussen deze groepen. Buurtborrels ‘Ik heb wel gemerkt de Antilliaanse buren wel heel beleefd zijn. Als je ze uitnodigt voor een borrel dan komen ze echt wel. En niet om de borrel hoor haha. Nee, gewoon uit beleefdheid. Maar er ontstaat niet echt iets uit. En dat vind ik wel irritant hoor. Dan hoor je al dat negatieve over Nederlanders die hier hun eigen gang gaan en Antilianen die ons wel weg kunnen kijken en dan probeer je aardig te doen en de situatie te verbeteren en dan krijg je daar ook geen reactie op. ’ Wendy Wendy vat hier goed samen wat veel Nederlandse expats ervaren op Curaçao. In eerste instantie willen ze graag ‘integreren’ en contact leggen met de lokale bevolking. Net als Wendy hebben meerdere expats hun buren op een borrel uitgenodigd om kennis te maken. Vol goede hoop en initiatieven willen ze een leuk bestaan opbouwen in de nieuwe samenleving. Echter nadat ze weerstand ervaren in de vorm van weinig interesse vanuit de lokale bevolking, wijken ze snel uit naar de medebuitenlanders op het eiland. Richard en Marloes kwam ik tegen terwijl ik met mijn tante op het strand van het Papagayo Beach en Lounge Resort was. Ze wonen net een jaar op Curaçao in Montana18, een woonwijk in het oosten van Willemstad. Het gedeelte waar ze wonen is ruim opgezet met veel nieuwbouw. ‘In ons buurtje is het redelijk gemengd. We hebben Nederlandse buren maar er wonen ook een aantal Antilliaanse gezinnen en een Amerikaans gezin. In Nederland waren we gewend dat je je buren kent, groet en af en toe langs gaat om een praatje te maken. Dat is hier wel anders. Sowieso heb je hier allemaal grote afgeschermde tuinen dus als je buiten bent zit je veel minder boven op elkaars lip. Maar de Antilliaanse buren zijn gewoon nooit buiten, ik zie ze nooit hoor.’ Marloes, partner van Richard ‘We zijn in het begin wel langs geweest om ons even voor te stellen maar daarna hebben we ze eigenlijk nooit meer gesproken. En de Nederlandse buren wel. Die staan daar wel voor open.’ Richard, financieel adviseur bij Certa Legal Het gebrek aan contact met de buren wordt door Richard en Marloes deels verklaard door de grote omheinde tuinen. Maar de oorzaak wordt vooral gezocht bij de Antilliaanse buren, zij zijn namelijk nooit buiten en zoeken geen contact. Ook hier wordt weer aangeven dat de sociale interactie voornamelijk plaatsvindt met andere Nederlanders en dat Antilliaanse buren er niet voor openstaan. 18 Zie bijlage 1 voor plattegrond 43 Ellen, een Nederlandse vrouw op Curaçao getogen, gestudeerd en gewerkt in de VS en Nederland, woont tegenwoordig weer op Curaçao. Ze vertelt dat ze na lange tijd een eenvoudige mening heeft ontwikkeld over de Curaçaose samenleving en integratie. ‘Weetje, integratie is echt geneuzel. Nederland en andere landen moeten eens ophouden met het opleggen van integratie. Curaçao is het perfecte voorbeeld van hoe een immigrantensamenleving of een multiculturele samenleving er uit zou moeten zien. Er leven hier heel veel verschillende bevolkingsgroepen in vrede naast elkaar (….) Waarom zouden we dan zo krampachtig moeten mengen? Of waarom wordt er altijd negatief tegen deze scheidslijnen aangekeken? Je moet elkaar gewoon respecteren en daar waar je elkaar tegen komt er het beste van maken. Maar niet krampachtig gaan mengen, juist dan gaat het botsen en krijg je problemen.’ Ellen Wat Ellen hier aangeeft komt in eerste instantie overeen met Wendy, Rianne, Tim en Arjan. Ook volgens Ellen is de samenleving op Curaçao gesegregeerd, de verschillende bevolkingsgroepen leven naast elkaar en er is weinig interactie tussen deze groepen. Men komt elkaar voornamelijk tegen op het gebied van werk en dienstverlening en wellicht ook op sociaal gebied. Maar voorop staat dat de Antilianen, de Nederlanders, de Chinezen, de Joden, de pensionados en andere groepen hun eigen gemeenschap vormen en zich hoofdzakelijk hierin bewegen. Respect voor andere groepen staat centraal om elkaar vervolgens met rust te laten. Ellen benadrukt dat dit een positief kenmerk is van de Curaçaose samenleving en dat het mengen of integreren van verschillende culturen alleen maar kan leiden tot botsing, ongemak en ruzies. Ze legt de nadruk op het onderlinge respect dat er is voor wie dan ook op het eiland. Daarnaast vertelt ze dat het belangrijk is om juist geen probleem te maken van sociale verschijnselen en elkaar te accepteren: ‘Kijk ik ben ook wel eens op een Antilliaanse borrel geweest maar ik vond er niets aan. Harde muziek, plastic bekertjes en er gebeurt wat mij betreft gewoon niet zoveel. Maar dat is toch helemaal niet erg? Zolang je maar niet negatief naar elkaar gaat doen of dingen zien die er helemaal niet zijn dan is er vaak ook veel minder aan de hand.’ Ellen. Ellen doelt op het idee dat onder veel Nederlanders leeft dat ze niet welkom zijn op het eiland en dat ze zich gediscrimineerd voelen. Ze vertelt dat het vaak simpelweg verschillen in gedrag en gewoontes zijn die negatief door Nederlanders worden opgevat terwijl ze lang niet altijd negatief bedoeld zijn. Ellen is geen expat die slechts een aantal jaar op het eiland woont. Ze wordt al haar hele leven geconfronteerd met de Curaçaose samenleving en net als de Antilliaanse mannen bij de Snèkkies geeft ze aan dat de segregatie op Curaçao geaccepteerd moet worden en dat de samenleving van onderaf goed functioneert. ‘De mensen aan de top, in de regering en vanuit Nederland veroorzaken de problemen hoor. Ze worden grotendeels aangepraat en daardoor gaat die problemen ook leven. Maar als je 44 kijkt naar de gewone alledaagse mens, dan leven de Curaçaoënaars in principe vredig naast elkaar.’ Ellen. Tot twee jaar geleden vormde Curaçao samen met een aantal andere eilanden in het Caribische gebied de Nederlandse Antillen. De Nederlandse Antillen was op haar beurt weer een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Op 10 oktober 2010 is Curaçao een autonoom land geworden binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Hiermee heeft Curaçao een zelfstandig bestuur gekregen en met deze ‘status aparte’ is het in theorie niet meer afhankelijk van Nederland. Curaçao is nu net als Aruba en Sint Maarten verantwoordelijk voor eigen het landsbestuur en wetgeving19. Echter, Nederland houdt financieel toezicht op het eiland en blijft verantwoordelijk voor defensie en buitenlandse zaken. Geheel onafhankelijk is Curaçao dus niet. De huidige regering van Curaçao streeft naar volledige onafhankelijkheid en geen bemoeienis meer van Nederland. In sommige partijen zijn er veel anti-Nederlandse geluiden te horen. Ellen is van mening dat deze Curaçaose politiek spanningen veroorzaakt tussen verschillende bevolkingsgroepen terwijl deze spanningen er volgens haar in beginsel niet zijn. Stagiaires Ook de stagiaires op Curaçao vormen een aparte groep. Jaarlijks komen er ruim twaalfhonderd stagiaires uit het buitenland naar Curaçao waarvan het merendeel afkomstig is uit Nederland20. Na een aantal weken op Curaçao kwam ik erachter dat de groep stagiaires op Curaçao hun eigen ‘stagiaire enclave’ vormen en dat in deze enclave goed te zien is hoe sociale interactie samenhangt met hun visie op de Curaçaose samenleving. De stagiaires zijn ‘semi-expats’: het zijn grotendeels hoogopgeleide jongeren die voor een tijdelijke periode in het buitenland wonen en werken. Hun verblijf in het buitenland is van korte duur in vergelijking met de gemiddelde expat, doorgaans een half jaar tot een jaar. Verder voeren de stagiaires vaak een opdracht uit voor het bedrijf waar ze stage lopen. Hoewel de stagiaires niet volledig onder de definitie van een expat vallen, achtte ik het toch van belang om hun sociale interactie mee te nemen in het onderzoek. Opvallend is namelijk dat zij net als de expats in het voorgaande hoofdstuk en in dit hoofdstuk, een duidelijke groep vormen waarbinnen iedere stagiair voor een tijdelijke periode op Curaçao woont en werkt. Het gros van de stagiaires volgt een Hbo-opleiding en is daarmee na het afstuderen hoogopgeleid. Voor hun stage op het eiland doen zij onderzoek voor een bepaald bedrijf waarbij zij een adviserende rol innemen. Vanwege hun raakvlakken met expats is de sociale interactie van de stagiaires hier weergegeven. Voor dit onderzoek ben ik ook als buitenlandse student op Curaçao geweest en hoewel ik in feite geen stage liep heb ik wel kennis mogen maken met het leven van de buitenlandse stagiaires op Curaçao. Allereerst zijn er grote studentenhuizen op Curaçao die zich volledig richten op buitenlandse stagiaires. In vergelijking met de expats 19 www.rijksoverheid.nl 20 www.versgeperst.com, actualiteitenwebsite Curaçao 45 Stagiaires feesten bij ‘Bermuda’ wonen ze niet in gated communities of de ruime opgezette wijken van Willemstad. De meeste studentenhuizen bevinden zich in de buurt van Mambo en Cabana. Deze buurten zijn dichter bevolkt dan de woonwijken van expats en bevinden zich meer in de binnenstad. Er is gemiddeld plek voor vijftien tot twintig stagiaires maar sommige huizen bestaan uit veertig studenten. Een verschil met de expats is dat de stagiaires hun woonruimte op het eiland doorgaans zelf moeten bekostigen. De ruimte en luxe die de expats in hun huis en woonomgeving ervaren is hier vaak niet weggelegd voor de statigiaires. Er zijn er veel stage bemiddelingsbureaus die stages, woonruimtes en auto’s regelen voor Nederlandse studenten op Curaçao21. De meeste stageplekken zijn te vinden in de horeca of op resorts. Maar ook in de zorg, makelaardij en de financiële sector zijn veel stagiaires te vinden. Wanneer de Nederlandse expats over Curaçao en de stagiaires praten, roepen ze vaak in koor: ‘Curaçao: zon, zee, strand en dronken stagiaires!’. Mijn ervaringen op Curaçao kunnen dit beeld niet tegenspreken. De stagiaires op Curaçao die ik heb gesproken gaven aan voornamelijk het strand en feestjes te bezoeken. Omdat de stages allemaal als weinig uitdagend werden beschouwd, konden ze zich een uitbundige leefstijl goed veroorloven. Wat woonomgeving betreft clusteren de studenten zich sterk maar ook de wekelijkse activiteiten beperkten zich tot bepaalde uitgaansgelegenheden. Een student die bijna aan het eind van zijn stage zat vatte de wekelijkse agenda als volgt samen: ‘ Op donderdagavond naar Café de Tijd en daarna Cinco, vrijdag Cabana, zaterdag het strand en Bermuda, zondag het strand en Wet&Wild, maandag meestal thuis, dinsdag openluchtbioscoop en woensdagavond het TMF café. Om vervolgens op donderdag weer van voor af aan te beginnen.’ Pieter, student geneeskunde De meeste stagiaires lopen dit programma wekelijks af met als logisch gevolg dat je elke avond dezelfde mensen tegenkomt. Er heerst onder de stagiaires een ‘feestcultuur’ en wanneer je een paar keer afhaakt wordt je al snel als saai gezien. Van dit imago kan je echter weer snel afkomen wanneer je de daarop volgende avonden gewoon mee gaat stappen en veel drinkt. Op een vrijdagavond spreek ik bij Mambo twee Nederlandse studenten (20 en 22 jaar) die zes maanden op het eiland verblijven om stage te lopen. Ze vertellen dat ik op zondagavond echt niet bij Mambo hoef te komen, er zou dan niet veel te beleven zijn. ‘Dan zijn er alleen maar IB’ers, daar wil je niet tussen staan. Nou, als jij er van houdt moet je natuurlijk lekker gaan, ha denk wel dat je één van de weinige blanke bent dan. Net als dat er 21 Wereldstage.com, stagescuracao.nl, stageplekcuracao.nl, stageportaal.com, stagezorgcuracao.nl 46 hier nu maar een paar IB’ers zijn (……) Laatst hadden we trouwens autopech bij westpunt en toen kwamen er een aantal IB’ers langs, nou toen knepen we hem wel even hoor. Ja, ik vertrouw ze gewoon niet, wordt liever gewoon geholpen door de wegenwacht. Steven, stagiair bij Eco-Energy Onder de Nederlandse stagiaires worden Antilianen ‘IB’ers’ genoemd. Dit is een afkorting voor ‘Inheemse Bevolking’ en is een manier om over Antilianen te praten zonder dat de Antilianen weten dat het over hun gaat. Hier wordt een duidelijke wij/zij scheiding aangebracht, er wordt over de lokale bevolking als groep gesproken en ze hebben deze groep ook een naam gegeven. Er is ook een behoefte om over de lokale bevolking te praten zonder dat deze mensen het door hebben. Daarnaast valt op dat de stagiaires een aantal keer aangeven waar je niet moet komen omdat daar alleen maar Antilianen zijn. Het voorbeeld van de autopech laat zien dat deze twee stagiaires de Antilliaanse bevolking niet vertrouwt. De stagiaires profileren zich als een groep en worden op hun beurt ook zo behandeld. Wanneer ik met een paar huisgenoten bij Cinco ben, worden we door een aantal Antilianen op onze plek gezet. Cinco is discotheek waar zowel Antilliaanse jongeren als Nederlandse stagiaires komen. Opvallend is dat ieder zijn eigen plek op de dansvloer heeft. Er wordt wel door elkaar heen gelopen op weg naar de bar of het toilet maar daar waar gedanst wordt loopt een duidelijke scheiding tussen de twee groepen. Een gedeelte van deze scheidslijn wordt zelfs fysiek vormgegeven door een klein podium. Wanneer mijn huisgenoten en ik een plekje zoeken tussen de Antilliaanse jongeren wordt daar sterk op gereageerd. Van de mannen krijgen we opvallend veel (deels opdringerige) aandacht terwijl de Antilliaanse vrouwen ons al dansend weg proberen te krijgen. Daarop volgend willen onze mannelijke (Nederlandse) huisgenoten dat we weer bij hun komen staan omdat ze de situatie niet vertrouwen: ‘Zo, stonden jullie daar lekker tussen? Zou ik niet doen hoor, straks moeten ze iets van je. Moet je echt niet doen hoor.’ Jasper, stagiair Facility Management. En zo is de scheiding weer volledig hersteld. Er is hier sprake van duidelijke groepsvorming en men zorgt er ook concreet voor dat deze fysieke groepsvorming blijft bestaan. De meeste studenten hebben op hun stage Antilliaanse collega’s. Over deze collega’s hebben de stagiaires een gemeenschappelijk beeld. De vrouwelijke collega’s worden over het algemeen als ‘dom’ weggezet en de mannelijke collega’s als ‘lui’. De stagiaires menen het altijd beter te weten dan hun Antilliaanse collega’s. Daarbij wordt wel altijd gezegd dat ze heel aardig zijn en dat er een leuke sfeer heerst op het werk. In vergelijking tot de expats zijn de stagiaires veel ‘harder’ in hun uitspraken over Curaçaoënaars en de Curaçaose samenleving. Waar expats vaak hun uitspraken nuanceren nemen de stagiaires geen blad voor de mond. 47 Basketbal met Nederlandse stagiaires en Antilliaanse jongeren ‘Vind je het gek dat Curaçao niet zo welvarend is? Die Antilianen zijn lui, langzaam van begrip en ze nemen geen verantwoordelijkheid. Moeten ze lekker zelf weten hoor maar zonder Nederland stort dat hele land in elkaar’. Niels, stagiair op het Kunuku Resort. De meeste stagiaires hebben een negatief beeld over de Curaçaose samenleving en de lokale bevolking. Het klimaat, de stranden en de feesten worden gewaardeerd maar de kritiek op het werkethos, de stages, de infrastructuur, de cultuur en de lokale bevolking overheerst. Opvallend is dat in de visies van de stagiaires die ik heb gesproken weinig variatie te ontdekken valt. De stagiaires leven eigenlijk in hun eigen ‘bubble’ waar dit negatieve beeld over Curaçao rondgaat en alleen maar wordt versterkt. Ruimte voor een andere visie wordt vrij snel de grond ingeslagen en de positieve ervaringen die ze met de lokale Curaçaoënaars beleven worden als uitzondering gezien. Zo waren mijn mannelijke huisgenoten op een veldje aan het basketballen. Er kwam een groep Antilliaanse jongeren aan die ook graag wilden basketballen en dit monde uit in een wedstrijd. De Nederlandse stagiaires waren hier zo enthousiast over dat ze de dag erna weer gingen basketballen in de hoop dat de Antilliaanse jongeren er weer waren. Helaas waren er ditmaal geen tegenstanders en was de wedstrijd in de ogen van de stagiaires dan ook een positieve uitzondering op de regel. Het is opvallend dat deze basketbalwedstrijd als positief werd ervaren door de stagiaires aangezien hun andere ervaringen met de Antilliaanse bevolking doorgaans als negatief worden bestempeld. Wanneer ik de positieve ervaringen met de studenten bespreek krijg ik te horen: ‘Ja natuurlijk zijn er ook leuke en goede dingen aan het eiland en de mensen. Maar weet je wat het is? Hier wonen en werken zou ik gewoon nooit willen, er is geen tempo, geen ambitie, geen vooruitgang. En dat is voor ons denk ik wel heel belangrijk’. Willem, student Bedrijfskunde. Hoewel de stagiaires in een gesprek over hun ervaringen met Curacao wel positieve aspecten kunnen benoemen, worden deze ervaringen overschaduwd door hun negatieve visie op het eiland en haar samenleving. Wanneer je als stagiaire voor het eerst aankomt in je studentenhuis wordt door je nieuwe huisgenoten al snel gewaarschuwd voor het lage niveau van de stage en de luiheid van de Antilianen. Zoals Eriksen (Eriksen 2002:7-8) 48 aangeeft is het bijna onmogelijk van een toegeschreven identiteit af te komen. Dit is duidelijk terug te zien onder de stagiaires: het beeld dat ze meekrijgen van andere stagiares over hun stages en over hun collega’s, raken ze vaak niet meer kwijt. Curaçao.nl: forum voor immigranten Voor expats is het internet een belangrijk middel om een netwerk tot stand te brengen en te onderhouden. De expats die ik heb gesproken gaven aan dat ze via internet contact onderhouden met familie en vrienden in het thuisland. Hier wordt e-mail en skype22 voor gebruikt. Daarnaast is internet ook een belangrijke informatiebron geweest voorafgaand aan de emigratie naar Curaçao. Er wordt alvast contact gezocht met mensen op het eiland, vaak via een forum. Op het forum van de website www.curacao.nl wordt veel informatie uitgewisseld over het wonen en werken op Curaçao. De website heeft in eerste instantie vakanties naar Curaçao in de aanbieding. Er staan hotels op, informatie over het eiland, evenementen en bezienswaardigheden voor toeristen. Het forum van deze website wordt omschreven als ‘het gezelligste forum van Willemstad en omstreken’23. Om deel te nemen aan het forum dient men zich te registeren en de leden van het forum waarderen het dat men zich al nieuw lid ook voorstelt en verteld waarom men lid is geworden van het forum. Opvallend is dat de hele website in het Nederlands is geschreven en zich dus richt op Nederlands sprekende mensen. Hoewel de website in het teken staat van vakanties en toerisme, richt het forum zich meer op het wonen op Curaçao. Het forum is ingedeeld aan de hand van verschillende onderwerpen zoals ‘wonen en emigreren’, ‘aan de slag’, ‘lekker ontspannen’ en ‘Curaçao algemeen’. Daarnaast bestaat er nog de zogeheten ‘speakers corner’ waar het over ‘niets’ mag gaan. Het forum wordt vooral gebruikt voor praktische zaken zoals waar je goede containers kan huren voor emigratie, waar je het minst de lucht van Isla24 ruikt, welke scholen het beste staan aangeschreven of welke internetverbinding het beter is. Er wordt bijvoorbeeld vaak gevraagd waar je het beste kan wonen op Curaçao wat betreft veiligheid en de afstand tot werk of scholen. Tim antwoord op de vraag in welke wijken men absoluut niet moet gaan wonen: ‘Tja welke wijken…. Kijk, natuurlijk ga je niet in de arme wijken zitten, maar dat zal een verhuurmakelaar ook wel tegen je zeggen. Het is niet dat je een huis in Souax moet aannemen…’ Tim op 2 april 2009 25 Op het forum heerst de gedachte dat je overal op Curaçao goed kunt wonen maar dat je de armere wijken zoals Souax, Buena Vista, Koraal Specht en Seru Fortuna26 moet mijden. Hier zou je niet moeten wonen omdat het ‘slechte’ wijken zijn. Met ‘slecht’ wordt meestal 22 Een programma waarmee je via internet gratis kan bellen. 23 www.forum.curacao.nl 24 De olieraffinaderij op Curaçao 25 www.forum.curacao.nl 26 Zie bijlage 1 voor plattegrond 49 bedoeld dat in deze wijken veel armoede heerst en daarom is er in deze wijken ook meer criminaliteit. Tegelijkertijd geven de forumleden ook aan dat die criminaliteit niet aan bepaalde wijken gebonden is. Op het hele eiland wordt men gewaarschuwd voor overvallen. Zo legt Bas uit: ‘Feit is dat het een grotere rol speelt in je leven dan in Nederland. Ik woonde hiervoor in Den Haag en maakte me nooit zorgen over diefstal uit mijn huis of van mijn auto. Hier is het toch een reële mogelijkheid. Gelukkig wonen wij in een rustige wijk maar je hoort genoeg verhalen over ongewenste bezoekers.(….) Daarbij is diefstal in Nederland over het algemeen in het geniep, als je niet thuis bent bijvoorbeeld. Hier hebben ze graag dat je wel thuis bent zodat ze niet hoeven te zoeken naar de waardevolle spullen. En daarbij wordt ook nog regelmatig excessief geweld gebruikt.’ Bas op 14 maart 200727 De waarschuwing van Bas over het verschil in criminaliteit tussen Curaçao en Nederland wordt door meerdere forumleden bevestigd. Toch wordt er voornamelijk positief gesproken over het wonen op Curaçao en wordt er enthousiast over ‘rustige en kindvriendelijke’ wijken gesproken waar het goed vertoeven is. Negatieve zaken als criminaliteit, geweld en veiligheid worden benoemd maar snel gerelativeerd: ‘Och, wat is veilig. Ligt eraan waar je bent. Afgelopen weekend zijn hier weer vier schietpartijen geweest en daardoor in totaal drie doden gevallen. Ook al worden de atrako’s en schietpartijen steeds meer, ik zat prinsheerlijk te ontspannen op mijn porch en heb zoals altijd niks gemerkt.’ Erwin, 13 maart 2012. Erwin reageert luchtig en ontspannen op de vraag hoe veilig het wonen op Curaçao is. De meeste forumleden die op Curaçao wonen, schrijven over het wonen en de veiligheid dat iedereen te maken krijgt met criminaliteit en dat er zowel overvallen worden gepleegd op goed beveiligde resorts als op huizen in andere wijken. Wat overvallen betreft maakt het volgens de forumleden niet uit waar je gaat wonen, er bestaat altijd wel een kans dat je overvallen wordt. Wel wordt er advies gegeven over ruimte, rust en afstand tot werk en scholen. De wijken die dan geadviseerd worden zijn de wijken die dicht in de buurt van de particuliere Nederlandse scholen liggen. Daarnaast zijn het allemaal ruim opgezette wijken die goed bereikbaar zijn. De ‘gated communities’ worden niet meegenomen in het advies omdat deze in ieder geval als ‘goed’ worden gezien. Er komen veel vragen over of de kinderen ook op straat kunnen spelen. Dit kan volgens de forumleden over het algemeen niet maar het is ook niet nodig omdat alle huizen grote tuinen zouden hebben. De huizen in de wijken die worden geadviseerd hebben inderdaad allemaal ruime tuinen maar dit betekent niet dat alle huizen op Curaçao grote tuinen hebben. Dit laat zien dat de forumleden zich focussen op bepaalde wijken en huizen op Curaçao en hier is hun advies dan ook op gebaseerd. 27 www.forum.curacao.nl 50 Naast informatie delen en opvragen dient het forum ook als ontmoetingsplek voor (toekomstige) bewoners op Curaçao. Zo wordt er regelmatig aangekondigd dat een paar forumleden ergens wat gaan drinken en dat iedereen die zich geroepen voelt, ook uitgenodigd is. ‘Uiteraard komen wij woensdag ook naar het forumborreltje en verheugen ons er nu al op dat wij kennis kunnen maken met jou en een groot aantal forum-medewerkers/leden. Dan tot woensdag in het Riffort om 19.30h!’ Curadiver op 20 mei 201228 Uit deze borrels ontstaan nieuwe contacten. Zo komen er nieuwe bewoners op af maar ook de ‘oude garde’ blijft naar de borrels gaan. Opvallend is dat de borrels plaatsvinden in het Riffort (zie hoofdstuk twee). Dit gerenoveerde deel van Punda is een exclusief gebied met luxe winkels, restaurants en cafés. Dit stadsgedeelte richt zich op de toeristen en de rijkere bevolking van Curaçao. Het Riffort is in theorie een openbare ruimte maar door het typische aanbod van winkels, hotels en cafés trekt het een eenzijdig publiek, namelijk de toeristen en de rijke West-Europese bewoners van Curaçao. Het gegeven dat de forumborrels plaatsvinden in het Riffort, laat zien dat de forumleden zich wat ontmoetingsplaatsen betreft richten op de typisch Nederlandse uitgaansgelegenheden. Ook wanneer mensen via het forum opzoek gaan naar nieuwe contacten worden ze gewezen op de forumborrels of de terugkerende koffieochtenden van een aantal dames: ‘Marjolijn ben je al een keer wezen koffie drinken bij Starbucks met de dames? Ik ben er 2 weken geleden geweest en vorige week via datzelfde contact een kookworkshop gedaan. Dus ik zou zeggen begin gewoon eens met actief aan iets deel te nemen dan komt de rest vanzelf.’ Liesbeth op 29 maart 201229 Het leggen van nieuwe contacten op Curaçao kan dus snel gaan en de huidige bewoners op Curaçao die actief zijn op het forum staan ook open voor nieuwe bewoners en nieuwe contacten. Vanuit het idee dat iedereen in het zelfde schuitje zit of heeft gezeten, probeert men elkaar te helpen met het opbouwen van een nieuw (tijdelijk) bestaan op Curaçao. Zo adviseert Liesbeth Marjolijn om met ‘de dames’ (van het forum) koffie te gaan drinken. Daar zullen vervolgens vanzelf nieuwe contacten uitrollen en volgens Liesbeth zal dit gemakkelijk verlopen. Omdat op het forum hoofdzakelijk Nederlandse mensen actief zijn die voor 28 www.forum.curacao.nl 29 www.forum.curacao.nl Een borrel met een aantal vrouwen van het forum 51 onbepaalde of bepaalde tijd naar Curaçao geëmigreerd zijn, zullen de contacten die worden gelegd via het forum ook binnen deze groep vallen. Ook de informatie en meningen die worden gegeven via het forum zijn van een bepaalde groep mensen afkomstig en beïnvloeden de andere leden en lezers van het forum. Zo word er bijvoorbeeld gevraagd naar hoe je goed kan integreren op Curaçao. TheoR antwoord: ‘Martijn, jouw standpunt is typisch voor iemand die plannen heeft hier te komen wonen. Allemaal gaan ze Papiaments leren, integreren, Antilliaanse vrienden zoeken en ga zo maar door. De praktijk is heel anders heb ik bij veel mensen morgen ervaren, dus laat ik dan maar de realist zijn in dit topic. Misschien wil je het niet horen nu je op een roze wolk zit maar bereid je er maar vast een beetje op voor.’ TheoR op 24 mei 200730 TheoR geeft aan dat je met de beste bedoelingen naar het eiland kan komen wat integratie betreft maar dat de uitwerking ervan zal tegenvallen. De gestelde vragen over integreren op Curaçao geven aan dat veel Nederlanders naar het eiland komen met de gedachte en de wil om daar te integreren in de Antilliaanse samenleving. Het gedachtegoed van integratie staat hoog bij Nederlanders en bij een emigratie is participatie in hun toekomstige samenleving van groot belang. TheoR vertelt echter dat deze intenties al snel verdwijnen wanneer men een paar maanden op het eiland woont. Met de Nederlandse taal kan men zich goed redden dus noodzaak om Papiaments te leren verdwijnt. Daarnaast zorgt het grote aantal Nederlanders voor herkenning en men wordt snel opgenomen in deze groep. Verder worden de culturele scheidslijnen als sterk ervaren wat er voor zorgt dat men vooral integreert in haar eigen bevolkingsgroep. De sociale segregatie bevindt zich in een vicieuze cirkel. Hoewel er ook veel positieve ervaringen met betrekking tot integratie in de Curaçaose samenleving rondgaan op het forum, worden ze vaak afgesloten met een aantal relativerende opmerkingen over hoe het er in het algemeen aan toe gaat op het eiland. Zo vertelt Jeroen dat wanneer het contact tussen Nederlanders en Curaçaoënaars wel soepel verloopt dit hoogstwaarschijnlijk komt doordat deze Curaçaoënaars daar meer voor openstaan omdat ze zelf in het buitenland zijn geweest. ‘Het is misschien een wat gevoelig onderwerp maar ik zie wel verschil tussen Curaçaoënaars die een tijdje in het buitenland zijn geweest en mensen die hier geboren en getogen zijn. Ik klik ook makkelijker met mensen die eens over de heg hebben gekeken. Een praktisch voorbeeld: ik merk dat de geboren en getogen Curaçaoënaars (die dus niet van het eiland af zijn geweest) veel meer met etiketten in hun hoofd zitten dan de ‘buitenlandse’ Curaçaoënaars. Die mensen laten bijvoorbeeld niet zo snel het achterste van hun tong zien en hebben een duidelijk beeld van wat je juist wel en niet over jezelf vertelt aan een vreemde. Dan moet ik ineens veel meer oppassen wat ik zeg, dat is niet eenvoudig, al helemaal als je een vriendschap zou willen aanknopen.’ Jeroen op 4 mei 2008.31 30 www.forum.curacao.nl 31 www.forum.curacao.nl 52 Gedwongen groepsvorming ‘Ach ja, voor een deel heeft het natuurlijk ook nog met de geschiedenis te maken he. Dan wil je wel graag integreren maar dan voel je toch spanningen. Belachelijk eigenlijk want dat is al zo lang geleden.’ Richard Het verleden van Curaçao als kolonie van Nederland zou volgens Richard gevolgen kunnen hebben voor de huidige verhoudingen tussen de Curaçaoënaars en Nederlanders op het eiland. Het feit dat Curaçao een kolonie is geweest van Nederland waar de slavenhandel hoogtij vierde heeft toentertijd voor spanningen gezorgd tussen de Curaçaoënaars als slaven en de Nederlanders als slavenhandelaren. Hoewel de slavernij op Curaçao officieel in 1863 is afgeschaft, heeft dit verleden nog steeds invloed op de huidige sociale structuur en de relatie tussen verschillende bevolkingsgroepen op Curaçao. Volgens de makers van de documentaire ‘Curaçao’, Sarah Vos en Sander Snoep (2011), hebben de Nederlanders op het eiland een ‘neokoloniaal superioriteitsgevoel’ en hebben de Curaçaoënaars een minderwaardigheidscomplex.32 Dit komt onder andere tot uiting in het gebrek aan autochtone bewoners op leidinggevende posities en de nog steeds aanwezige invloed van Nederland in de Curaçaose politiek. Het superioriteitsgevoel van de Nederlanders wordt door de Antilliaanse mannen bij de Snèk omschreven als bemoeienissen en het willen bepalen wat er moet gebeuren (werk of politiek gerelateerd). Harry Hoetink stelt in zijn onderzoeken ‘The two variants in Carribbean Race Relations’ (1967) en ‘Slavery and Race Relations in the America ’ (1973)33 dat de huidige etnische segregatie op Curaçao haar oorzaak vindt in de vroegere slavenhandel op het eiland. Al voor de afschaffing van de slavernij werden al snel veel slaven vrijgelaten om de economische kosten van de zorg voor de slaven te drukken. Omdat het grondbezit in handen bleef van de blanke elite, waren er weinig economische mogelijkheden voor de vrije AfroCuraçaoënaars. De ‘vrije slaven’ konden zichzelf niet onderhouden en waren alsnog aangewezen op de blanke slavenhandelaren. Ze werkten in loondienst voor de blanke elite die op haar beurt niet meer verantwoordelijk was voor de huisvesting en eten van de AfroCuraçaoënaars. Ook de bestuurlijk invloedrijke posities waren alleen beschikbaar voor de blanke elite en zo hield de onderdrukking van de Afro-Curaçaoënaars stand. Toch werden zij vanwege hun vrijheid ook als een bedreiging gezien door de blanke elite. Hierdoor werden de raciale grenzen tussen de Afro-Curaçaoënaars en de blanke elite versterkt. De blanke elite zette zich af tegen de Afro-Curaçaoënaars om de macht te blijven houden. Deze verhoudingen zouden volgens Hoetink indirect ook de huidige etnische segregatie op Curaçao veroorzaken. De huidige Afro-Curaçaoënaars (of Antilianen genoemd) zien de bemoeienis van de Nederlandse regering en de assertieve houding van de Nederlanders op het eiland als een manier om aan de macht te blijven en invloed te blijven uitoefenen op het eiland. De Antilliaanse mannen bij de Snèk vertelden dat Curaçao het eiland is van de lokale 32 www.hollanddoc.nl 33 Gert Oostindie over Harry Hoetink in ‘Ethnicity in the Caribbean (1996) 53 bevolking, het is hun eiland. In dit licht is er een sterke wij-zij verhouding te zien, een houding die segregatie teweegbrengt. Naast de link tussen de slavernij en de etnische segregatie introduceert Hoetink het concept ‘somatic norm image’ om de starre rassenscheiding in de voormalige Caribische koloniën te verklaren. Het somatisch normbeeld is ‘the complex of physical (somatic) characteristics wich are accepted by a group as its norm and ideal’ (Hoetink 1967:120). In eerste instantie gaat het om de norm en ideaalbeeld dat heerst binnen een bepaalde groep zoals bijvoorbeeld een bepaalde bevolkingsgroep. De mensen binnen deze groep willen graag aan het somatische normbeeld van die groep voldoen. Zo heeft de blanke elite voorkeur voor blanke mensen en de Afro-Curaçaoënaars hebben voorkeur voor de mensen binnen hun eigen raciale groep. Deze werking versterkt de raciale scheidslijnen. Volgens Hoetink kan het somatisch normbeeld echter ook de karakteristieken van de sociaaleconomische dominante groep omvatten welke op den duur ook nagestreefd worden door de leden van minder dominante groepen. Zo zou de slavernij en het kolonialisme de Afro-Curaçaoënaars een minderwaardigheidscomplex hebben gegeven. Als gevolg hiervan willen de Afro-Curaçaoënaars graag bij de blanke elite horen en dus blank zijn. Enerzijds vervagen de raciale scheidslijnen steeds meer omdat de mensen van verschillende groepen zich met elkaar gaan mengen, men wil toetreden tot de dominante groep. Anderzijds houdt het somatisch normbeeld de etnische segregatie in stand zolang de karakteristieken van de witte elite de norm blijft. Er zijn namelijk altijd groepen die niet aan dit somatisch normbeeld voldoen. De ideeën van Hoetink over het effect van de slavenhandel op de huidige raciale verhoudingen dienen als een verklaring voor de raciale segregatie op Curaçao. Of het somatisch normbeeld nog steeds die van de blanke elite is kan men zich afvragen. Dat een Antiliaan letterlijk blank wil zijn heb ik niet opgemerkt en in de huidige tijd waarin wij leven heerst er een steeds groter taboe op discriminatie op basis van huidskleur. Toch kan het koloniale verleden waarin macht en invloed alleen was weggelegd voor de blanke elite, nog invloed hebben op de ideeën die er nu bestaan over wie er op Curaçao macht en invloed hebben. Volgens de Antilliaanse mannen bij de Snèk zijn dat nog steeds de vele Nederlanders op het eiland en de Nederlandse overheid. Dit leidt tot het minderwaardigheidscomplex van de Antilliaanse bevolking. De ervaringen die de Nederlandse expats in dit hoofdstuk delen over hun grotendeels mislukte integratiepogingen hebben een raakvlak met de neokoloniale verhoudingen op het eiland. Zowel vanuit het verleden als het heden worden de Nederlanders door de lokale bevolking al snel gezien als mensen die macht en invloed willen hebben. Van deze toegeschreven identiteit (Eriksen 2002) komen de Nederlandse expats niet snel af en hun pogingen tot integratie in de lokale Antilliaanse cultuur worden dan ook als moeizaam of zelfs onmogelijk ervaren. Zo voelen de Nederlandse expats in dit hoofdstuk zich lang niet overal welkom op Curaçao en lukt het ze meestal niet om te integreren en vriendschappen te sluiten met de Antilliaanse bevolking. Dit gevoel wordt volgens de expats veroorzaakt door de afstandelijkheid van de Curaçaoënaars en de al aanwezige sterk gescheiden bevolkingsgroepen op het eiland. Daarentegen vinden de Antilianen die ik heb 54 gesproken dat de expats zich lang niet altijd respectvol op stellen tegenover de lokale bevolking en vaak van alles voor hun willen bepalen. Zo zorgen bepaalde sociale patronen in de Curaçaose samenleving ervoor dat deze patronen aanwezig blijven. De Antilliaanse mannen bij de Snèkkies en Ellen accepteren deze sociale segregatie en vinden het geen probleem dat de vele verschillende bevolkingsgroepen op het eiland zo langs elkaar heen leven. De expats daarentegen voelen zich vaker bezwaard. Bij hun heerst het ideaal van integratie en komen vaak ook naar het eiland toe met de intentie om onderdeel uit te maken van de Curaçaose bevolking. Wanneer zij echter op de sterke groepsvorming stuiten en moeite ondervinden om vriendschappen te sluiten met de lokale bevolking, voelen zij zich vaak ‘gedwongen’ om hun eigen bevolkingsgroep op te zoeken. De sociale interactie die de expats hebben met de lokale bevolking voldoet niet aan hun ideaal van integratie en dit heeft als gevolg dat de expats zich voornamelijk bewegen binnen de Nederlandse bevolkingsgroep op het eiland. Ze kijken in eerste instantie kritisch naar hun eigen gedrag, de houding van de lokale Curaçaoënaars en de bestaande culturele scheidslijnen. Vervolgens gebruiken de expats hun ervaringen met de lokale Curaçaoënaars en de sociale segregatie op het eiland om hun eigen groepsvorming te legitimeren. Dit delen ze ook met hun mede-expats zoals bijvoorbeeld op het forum van de website www.curacao.nl te zien is en op basis van hun ervaringen geven ze informatie en advies aan (toekomstige) mede-expats. Dit hoofdstuk laat zien dat de Nederlandse expats op Curaçao zich grotendeels beweegt binnen de Nederlandse gemeenschap op het eiland. Harvey’s (2007) factoren voor in welke mate expats clusteren zijn hier van toepassing op de Nederlandse groep expats. Het is een homogene groep, ze zijn allemaal afkomstig uit Nederland. Daarnaast is het een relatief grote groep, zes procent van de bevolking van Curaçao is in Nederland geboren (CBS Sensus 2011). Ook kent de groep een jaarlijkse toestroom van Nederlandse expats en Nederlanders die voor onbepaalde tijd naar het eiland emigreren. Een aantal van hun blijven voor een relatief korte tijd vanwege de uitzending van een bedrijf voor een jaar of enkele jaren. Deze factoren versterken de clustering van de expats en dit is dus ook terug te zien bij de Nederlandse expats. De expats zelf geven aan dat vooral het verschil in cultuur en de houding van de lokale bewoners hun ‘dwingt’ om zich terug te trekken tot de groep mensen met dezelfde nationaliteit. Het verschil in cultuur, taal, normen en waarden worden ook door Breton (1964) en Beaverstock (2002) aangedragen als reden voor geringe integratie van expats in hun gastland. Daarnaast speelt te toegeschreven identiteit een grote rol in de sociale interactie en clustering van de Nederlandse expats op het eiland. Eriksen (2002) schrijft dat mensen bepaalde eigenschappen krijgen toegeschreven op basis van bepaalde aannames. Zo hebben een aantal expats aangegeven dat ze zich niet welkom voelen op de plaatsen waar veel Antillianen komen en dat ze lang niet altijd welkom zijn op het eiland. De sociale interactie met de lokale bevolking zien ze in het daglicht van deze gevoelens en ideeën en deze zijn vaak gebaseerd op het koloniale verleden tussen Nederland en Curaçao. De afwachtende 55 houding van de Antillianen wordt opgevat als afstandelijk en vijandig en deze identiteit schrijven de expats de Antillianen toe. Deze ideeën verspreiden zich onder de Nederlandse expats en zo trekken ze zich terug tot de Nederlandse gemeenschap op het eiland waar ze zich wel gewenst voelen. 56 Hoofdstuk 4 – Yu di Korsou ‘Dingen zijn niet altijd zoals ze zijn, er zit altijd wel iets achter. En als je opbouwend met mensen om gaat, dan zie je wel wat er achter zit. Wat de bedoelingen zijn van mensen. Daar moet je je in verdiepen en wanneer mensen dat merken, dan kom je wel ver hier hoor. Soms word ik dan wel eens ‘Yu di Korsou’ genoemd haha.’ – Nelianne ‘Yu di Korsou’ betekent ‘kind van Curaçao’ en het is een term die word gebruikt voor de ‘echte Curaçaoënaar’. De meningen over wie een ‘Yu di Korsou’ is lopen uiteen en de definitie van de term is dan ook niet gebaseerd op objectieve criteria. Het is een lastig begrip welke afhankelijk van situaties, relaties en emoties op verschillende wijze gebruikt wordt (Marsch & Verweel 200:40). Zo geven sommigen mensen aan dat het begrip niet (meer) bestaat terwijl anderen het gebruiken voor zij die geboren en getogen zijn op Curaçao onafhankelijk van hun afkomst. Maar het begrip wordt het meest gebruikt voor de AfroCuraçaoënaars. Römer geeft aan dat dit komt doordat zij zichzelf zien als de eerste bewoners van Curaçao (Römer 1974:53). Echter, de oorspronkelijke bewoners van het eiland waren de Indiaanse Arowakken. De Arowakken werden bij de ontdekking van het eiland als slaven door de Spanjaarden meegenomen. Daarna werden er Afrikanen onder leiding van de Nederlanders als slaven naar Curaçao gebracht. Huender (1993) is van mening dat de Afro-Curaçaoënaars zichzelf als echte Curaçaoënaars zien omdat ze geen keuze hebben tussen een nationale binding of een groepsbinding. Nederlanders of bijvoorbeeld Surinamers (wonende op Curaçao) kunnen kiezen tussen een nationale binding van Yu di Korsou of zich terugtrekken op het niveau van een specifieke groepsbinding (hun eigen nationaliteit). Een Afro-Curaçaoënaar kan dit niet want wanneer hij zich terugtrekt op het niveau van de groep dan is hij nog steeds een Yu di Korsou. Hij is Curaçaoënaar en heeft daarnaast geen andere nationaliteit. (Huender 1993:49). Hoewel er veel discussie bestaat over de definitie van de term ‘Yu di Korsou’ heeft de Curaçaose regering in 2002 vastgesteld waar de term voor staat: ‘Een ‘Yu di Kòrsou’ is iemand die op Curaçao of daarbuiten woonachtig is, die Papiaments verstaat en begrijpt en die bereid is voor de vooruitgang van Curaçao te werken. Een Yu di Kòrsou is iemand die tegenover de wereld kan verklaren dat hij of zij zijn of haar cultuur en geschiedenis zonder enig gevoel van schaamte kan accepteren. Het is iemand die de multiculturele situatie van Curaçao accepteert en naleeft en die de culturele diversiteit accepteert. Hij of zij accepteert ook dat de Afro-Curaçaose elementen het merendeel van de Curaçaose cultuur overheersen.’ Kabinet Schotte, regeerakkoord 2002 Voor de regering is de afkomst van een persoon niet belangrijk om een ‘Yu di Kòrsou’ te kunnen zijn. Men hoeft niet geboren en getogen te zijn op Curaçao om als ‘kind van Curaçao’ gezien te worden. Het gaat met name om de inzet en aandeel in de Curaçaose samenleving. Toch lijkt de term ‘Yu di Kòrsou’ toch op mensen van toepassing te zijn die van het eiland 57 afkomstig zijn aangezien men zijn of haar cultuur en geschiedenis zonder enig gevoel van schaamte moet kunnen accepteren. Dit lijkt te slaan op het slavenverleden van de AfroCuraçaoënaars. Hoewel er dus een officiële definitie bestaat van het begrip ‘Yu di Kòrsou’ kan deze breed geïnterpreteerd worden. Uit het citaat van Nelianne blijkt dat zij met haar inzet en houding tegenover de Curaçaoënaars heeft weten te bereiken dat men haar soms als een ‘echte Curaçaoënaar’ ziet. Dit hoofdstuk belicht een aantal expats die in tegenstelling tot de expats uit de vorige hoofdstukken, veel energie steken in hun integratie in de Curaçaose samenleving. Hierbij hebben ze zich niet gericht op het contact leggen met andere expats en/of Nederlanders op Curaçao maar zijn ze actief gaan deelnemen aan de meer Antilliaanse samenleving. Waarom en hoe hebben ze dit gedaan? En wat betekent hun sociale interactie in de Curaçaose samenleving voor hun visie op het eiland? ‘You are a good makamba!’ ‘Jennifer, die werkte bij mij in het restaurant maar die moest helemaal niets van mij hebben. En op een gegeven moment na een aantal maanden kregen we het steeds leuker. Gewoon omdat ik geduld had en we samenwerkten en dat het beeld van slechte makamba’s later wordt bijgesteld. Ze hebben vaak een slecht beeld van ons maar als je het tijd geeft en goede wil toont dan zullen zij op een gegeven moment ook wel inzien dat je geen ‘slechte makamba’ bent. Dat zei ze op een gegeven moment ook: ‘ohh Nelianne, you’re a good makamba!!’ – Nelianne, partner van Wubo die voor drie jaar werkzaam is als manager bij de gevangenis. Volgens Nelianne ben je een ‘goede makamba’ als je je in de ogen van de Antilianen niet uit de hoogte gedraagt. Hierbij is het belangrijk om je nederig op te stellen tegenover de Antilliaanse bevolking, dan merken ze op dat je respect hebt voor de lokale bevolking, hun cultuur kan waarderen en oprechte interesse hebt in de Curaçaose samenleving. Het stereotype Nederlander op het eiland wordt als ‘slechte makamba’s’ gezien: zij willen bepalen wat er wel en niet gebeurt en ze bewegen zich alleen in de Nederlandse enclave op het eiland. Volgens Nelianne is dit ook de reden waarom veel Nederlanders de Antilianen als afstandelijk en argwanend ervaren: ‘ De Nederlanders bemoeien zich overal mee, of ze het nu goed bedoelen of niet. En dan worden ze toch als een soort indringers gezien’ verteld Nelianne. Nelianne en Wubo zijn in 2009 naar Curaçao verhuisd omdat Wubo voor drie jaar aan de slag kon als manager bij de gevangenis op het eiland. Het verbeteringstraject bij de gevangenis is inmiddels uitgelopen en Nelianne en Wubo hebben besloten om daarom nog tot eind 2013 op Curaçao te blijven wonen en werken. Bij aanvang van de emigratie hebben ze samen besloten om de Curaçaose taal, cultuur en bewoners te willen leren kennen. Nelianne vertelt dat ze dit in eerste instantie wilden bereiken door zich met name onder de Antilliaanse bevolking te bewegen. Omdat ze met haar man maar zonder baan naar Curaçao 58 verhuisde, had ze naar haar idee alle ruimte en mogelijkheden om het eiland te leren kennen. Allereerst is ze vrijwilligerswerk gaan doen in de zorg en in een dierenasiel. Hier werkte ze samen met Antilliaanse collega’s. Daarna heeft ze een restaurant opgezet waar ze Antilliaanse werknemers had aangenomen. Door de intensieve samenwerking heeft ze veel vriendschappen kunnen sluiten met deze collega’s. Naar eigen zeggen speelde haar houding ten opzichte van haar werknemers hierbij een belangrijke rol. Nelianne en Wubo zijn namelijk met een bepaald idee naar Curaçao gekomen en deze visie is voornamelijk ontstaan vanuit de integratieproblematiek die ze in Nederland kennen. ‘Kijk, in Nederland is er vaak veel kritiek op de buitenlanders die hier komen wonen. Ze integreren niet, leren de taal slecht en clusteren veel. Dit zorgt voor problemen en veel Nederlanders hebben er ook echt moeite mee. Wij zelfs soms ook hoor. En we vinden dat als je dan als Nederlander naar het buitenland vertrekt, je niet hetzelfde moet gaan gedragen als de buitenlanders waar je in je eigen land zoveel kritiek op hebt. Je moet het land waar je gaat wonen respecteren en willen leren kennen.’ – Wubo. Er zijn meerdere expats die de gedachte van Wubo bevestigen maar dit betekent niet dat ze dit daadwerkelijk proberen na te streven wanneer ze eenmaal op Curaçao zijn gaan wonen. De meeste expats die ik heb gesproken liepen al snel tegen obstakels aan die voor hun een reden waren om zich alsnog in de expat bubble te gaan bewegen. Zo gaven een aantal expats aan dat ze door hun eigen emigratie steeds meer beginnen te snappen waarom de immigranten in Nederland clusteren en het integratieproces gebrekkig verloopt. Door de clustering van immigranten in eigen land te begrijpen, legitimeren ze hun eigen clustering op Curaçao. Nelianne en Wubo hebben hun emigratie en settelproces echter anders aangepakt en bleven altijd vasthouden aan de gedachte dat ze Curaçao wilden leren kennen zoals de lokale bewoners het eiland kennen. ‘Weet je wat het is, je merkt dat veel mensen op het eiland je bij voorbaat al in een hokje plaatsen. En aan dat hokje hangen ze dan van alles op. Jij bent donker? Dan wil je vast niets met mij te maken hebben. Jij bent een Nederlander? Dan kom jij hier lekker de boel bepalen terwijl je alleen maar Cabana kent. En zo loopt men langs elkaar heen. Je merkt wanneer je dit achterwege laat en je gedraagt als goed mens zonder vooroordelen, alle vooroordelen ineens niet meer waar zijn.’ – Wubo Wubo kent de stereotypen die bestaan op Curaçao en hij stelt dat veel mensen denken te weten hoe een ander over hen denkt. Hieruit ontstaan de sociale patronen die segregatie met zich mee brengt. Volgens Wubo gaat men elkaar uit de weg omdat men denkt dat de ander een negatief beeld van hem heeft. Wubo heeft echter zelf ervaren dat wanneer je dit patroon doorbreekt, de bekende vooroordelen wegvallen. Dit is ook terug te zien in het voorbeeld van Nelianne waar ze vertelt over Jennifer die haar een ‘goede makamba’ vindt. De motivatie van Nelianne en Wubo om te willen integreren in de Curaçaose samenleving verschilt in wezen niet van de expats in het vorige hoofdstuk hun verhaal vertelden. Omdat ze te gast zijn in een ander land met andere taal en cultuur, vinden ze dat ze zich hieraan 59 moeten aanpassen. Waar de meeste expats die ik heb gesproken op den duur zich toch vooral in een expat bubble bevinden, steken Wubo en Nelianne meer energie in hun integratie op Curacao. De afstandelijkheid en argwaan van de lokale Curaçaoënaars waar de andere expats tegenaan lopen, accepteren Wubo en Nelianne maar doet ze niet besluiten om zich dan maar te richten op de mede-expats op het eiland. Wubo en Nelianne vinden hun integratie in de Curaçaose cultuur belangrijker te vinden dan snel een vrienden te maken en een kennissenkring op te bouwen. Openbare school Nelianne en Wubo vertelden dat hun sterke wil om de Antilliaanse samenleving te leren kennen veel invloed heeft gehad op hun huidige positie in de Curaçaose samenleving. In tegenstelling tot veel andere expats, proberen ze de expat bubble te ontlopen om zo meer te kunnen integreren in de lokale Curaçaose samenleving. Ook Tjeerd en Annelien zijn met deze intentie voor een aantal jaar naar Curaçao geëmigreerd. Tjeerd werkt als belastingadviseur bij PricewaterhouseCoopers. Daarvoor heeft hij voor hetzelfde bedrijf ook in Duitsland gewerkt. Tjeerd en Annelien hebben drie pubers in de leeftijd van elf tot en met zestien jaar. De kinderen gaan momenteel naar het ‘Peter Struyvezant college’, een openbare middelbare school. In het eerste jaar dat het gezin op Curaçao woonde gingen de kinderen naar het Vespucci College, een Nederlandse privéschool. Hiervoor hebben ze gekozen om de overgang van Nederland naar Curaçao geleidelijk te laten verlopen. Al snel ervoeren Peter, Annelien en de kinderen dat ze, mede dankzij deze school, voornamelijk Nederlandse expats leerden kennen. Hoewel het onderwijs goed was hebben Peter en Annelien in overleg met de kinderen vervolgens gekozen voor een openbare school. De ouders vonden het namelijk van groot belang dat hun kinderen, in de tijd dat ze in het buitenland wonen, daar ook wat van leren op het gebied van verschillende culturen, mensen, taal en gewoontes. De kinderen ervaren dat sinds ze op de openbare school zitten, het contact met de lokale kinderen eenvoudiger tot stand komt. Ze worden ‘ gedwongen’ om met elkaar om te gaan en ze leren Papiaments. Naast hun Nederlandse vrienden hebben ze nu langzamerhand ook Antilliaanse vrienden gekregen. De manier waarop sociale interactie met anderen plaatsvindt is hierin van grote invloed op de beeldvorming over andere mensen. Eerst kwamen de kinderen van Tjeerd en Annelien namelijk ook af en toe in contact met Antilliaanse kinderen maar sinds ze daadwerkelijk bij hun op school zitten, beschouwen de kinderen de omgang meer als gelijkwaardig en vriendschappelijk. Zo verteld Rick: ‘Het worden vanzelf je vrienden omdat je ze elke dag tegenkomt en samen dingen met ze moet doen. En nog steeds wordt ik ‘makamba’ genoemd en noem ik hun zwart of wat dan ook maar het is nu vriendschappelijk, je weet nu wat je wel niet kan maken omdat je elkaar kent. En omdat het dus voor de grap is’. – Rick, 15 jaar en zoon van Tjeerd en Annelien 60 Tjeerd en Annelien geven aan niet zoveel contact met de school te hebben. Ze brengen en halen de kinderen maar ontmoeten daarbij vrijwel niemand. Ze bezoeken meestal wel de ouderavonden en dan voelt het voor hen deels alsof ze onderdeel zijn van de lokale bevolking omdat ze net als de Curaçaoënaars hun kinderen naar een openbare school sturen, de ouderavonden bezoeken en zich niet uitsluiten van de lokale samenleving door voor een Nederlandse school te kiezen. Anderzijds merken ze ook op dat het soms toch voelt alsof ze er niet helemaal bij horen. Dit gevoel komt naar voren omdat ze minder aanspraak hebben in vergelijking met de ouderavonden op Nederlandse scholen en in vergelijking met de andere ouders die de ouderavonden bezoeken. Volgens Tjeerd zal dit echter langzamerhand vanzelf meer worden. Daarnaast merkt Annelien ook op dat sinds de kinderen op een openbare school zitten, ze ook veel meer Antilliaanse vrienden meenemen naar huis. De interactie van de kinderen is meer gemêleerd en hun visie op de Curaçaose samenleving wordt vormgegeven door het Curaçaose onderwijs en zowel Nederlandse als Curaçaose sociale contacten. Tjeerd en Annelien geven aan dat zij hier indirect ook wat van mee pikken. Luuk, de oudste zoon van Tjeerd en Annelien zit op de rugbyclub van Curaçao. Net als de Curaçaose voetbalvereniging kent de rugbyclub een gemêleerde samenstelling. Luuk geeft aan dat zowel ‘blanken’ als ‘zwarten’ deze sporten beoefenen en dat de teams verschillende nationaliteiten kent. ‘Er zitten ook veel Antilianen in mijn rugbyteam en mijn trainer is ook een Antiliaan. Soms is dat wel lastig aangezien ze onder elkaar dan veel Papiaments praten. Maar ja, we zijn voornamelijk aan het sporten he en dat is heel leuk samen. Al is het wel zo dat je echt niet van die Antilliaanse jongens op aan kan. Of ze komen niet op dagen of ze komen veel te laat, zo irritant!’. – Luuk, 16 jaar en zoon van Tjeerd en Annelien Sport verbroedert en dit geldt ook voor het Curaçaose rugbyteam. Waar het bij Luuk om gaat is dat samen sporten leuk is en dat het voor hem niet uitmaakt of hij dat met Nederlanders of Antilianen doet. Opvallend is dat Luuk wel verschillen tussen zijn teamleden noemt op basis van afkomst (de Antilianen spreken voornamelijk Papiaments en komen te laat). Toch vertelt Luuk dat hij door deze sport zijn Antilliaanse teamleden tot zijn vrienden kan rekenen en dat ze elkaar ook regelmatig buiten het veld om opzoeken. Er wordt door hem een onderscheid gemaakt op basis van etniciteit maar dit betekend verder niets voor het contact wat hij heeft met zijn vrienden. Rugbyteam Luuk 61 Schaamte voor mede-expats Wat doen Tjeerd, Annelien, Wubo en Nelianne anders dan de andere expats en waarom? Hoe komt het dat zowel Tjeerd en Annelien als Wubo en Nelianne het belang van integratie ook omzetten in daden in tegenstelling tot de expats in voorgaande hoofdstukken? En waarom blijven ze hun best doen ook al slagen ze er niet altijd in om ook daadwerkelijk een Yu di Korsou te zijn? Tot nu toe kan gezegd worden dat ze de expat bubble proberen te vermijden en de lokale Curaçaose cultuur op te zoeken. Daarnaast hebben ze meer geduld dan de andere expats en lijken ze hun integratie meer de tijd te geven. Derk vertelt over zijn houding in zijn tijdelijke verblijf op Curaçao en vergelijkt deze met andere expats. ‘Ik heb ook wel eens plaatsvervangende schaamte voor sommige Nederlanders. Staan ze weer te brullen in de supermarkt achterin de rij en te zuchten. Al die mensen hier.. Nee, zulke dingen doen wij niet. We proberen hier maar gewoon te zijn zoals we zijn, gewoon aardig en leuk tegen de mensen hier. En soms misschien wel tot tien tellen maar dat moet je in Nederland ook toch wel eens?’ – Derk, werkzaam voor defensie Derk leerde ik kennen als de oom van een huisgenoot van mij op Curaçao. Hij is voor een periode van tweeëneenhalf jaar op Curaçao werkzaam als manager voor Defensie en hij heeft zijn vrouw Eva meegenomen. Ook al zijn er verschillen in cultuur en gebruiken, Derk blijft zich naar eigen zeggen hetzelfde gedragen tegenover Curaçaoënaars zoals hij zich gedraagt tegenover mensen in Nederland. Andere gebruiken, een andere taal of een andere nationaliteit doet zijn houding ten opzichte van mensen niet veranderen en dat is volgens hem een groot verschil met zijn mede-expats. Volgens Derk ergeren mensen zich te snel wanneer iets niet gaat zoals zij dat gewend zijn: ‘In plaats van zich te verwonderen gaan die expats zich ergeren bijvoorbeeld omdat iets niet snel genoeg gaat of niet goed genoeg is’- Derk. Nelianne en Wubo lieten al doorschemeren dat de meeste mede-expats het volgens hun verkeerd aanpakken op Curaçao en alleen maar actief zijn binnen de expat bubble. Kim ontmoette ik bij haar thuis in de wijk Salina34, vlakbij de binnenstad van Willemstad. Ze werkt voor een periode van drie jaar als controller bij een afdeling van de Rabobank op Curaçao. Hoewel ze van de Rabobank een huis aangeboden had gekregen op een villapark heeft ze er voor gekozen om in een appartementje te gaan wonen. Hiervoor heeft ze gekozen omdat ze in een villapark het gevoel dacht te krijgen dat ze op vakantie was en alleen maar tussen de rijke expats zou zitten. Ze wilde ervaren hoe – in haar woorden- de ‘gewone mens’ leeft op Curaçao en daar wil de ze onderdeel vanuit maken. Maar eigenlijk zijn de mensen hier dan ook gewoon aardig en willen ze best wel dingen voor je doen. Dus daar moet je soms gewoon bij stilstaan. En als je dat doet en je doet je best dan merk je dat je best wel geaccepteerd wordt. Als je gewoon niet die rol speelt van goh hier 34 Zie plattegrond bijlage 1 62 kom ik en qua geld, hoe sommige Nederlanders daar mee om gaan. Ze spelen hier de rijkste terwijl ze in Nederland gewoon modaal waren bij wijze van spreken. Ja hoe de mensen hier soms kunnen doen.. die bederven het dan voor de mensen die hier gewoon lekker willen wonen en genieten in deze samenleving.’ – Kim, controller bij de Rabobank Ook Kim geeft aan dat de houding van haar mede-expats haar stoort. Ze benoemt net als Hoetink (1967) de superieure houding van sommige Nederlanders als boosdoener voor spanningen tussen de lokale bevolking en de expats. Daarbij geeft ze aan dat ze heeft ervaren dat zij soms haar best moet doen om het tegendeel te bewijzen. ‘In principe vind ik het eigenlijk ook stom dat sommige Antilianen al een mening over mij hebben op basis van hoe andere Nederlanders zijn. Maar aan de andere kant snap ik wel dat de combinatie van het slavenverleden en de huidige houding van sommige Nederlanders het wel verpesten voor de rest.’ – Kim, controller bij de Rabobank Hoewel Kim bij een Nederlandse bank werkt en ook veel Nederlandse collega’s en klanten heeft, heeft ze ook Antilliaanse vriendschappen ontwikkeld. Dit heeft ze onder andere gedaan door te gaan voetballen bij de voetbalclub van Willemstad, regelmatig contact zoeken met haar buren en via haar Antilliaanse collega’s. Hieruit zijn meer contacten ontstaan. En hoewel Kim regelmatig contact heeft met familie en vrienden in Nederland, heeft zij een lokale binding ontwikkeld op Curaçao (Stueve et al 1975). Een bijdrage leveren aan de samenleving Om in contact te komen met de lokale cultuur en bewoners van Curaçao, verrichten Nelianne, Annelien en Derk vrijwilligerswerk. Zo werkt Annelien twee dagen in de week in de zorg en helpt Nelianne mee in een dierenasiel. Derk is incidenteel vrijwilliger bij verschillende organisaties . Volgens Annelien is het verrichten van vrijwilligerswerk de manier om in contact te komen met de lokale bevolking en aan je integratie te werken. ‘Ik doe het werk natuurlijk omdat ik het belangrijk vind. Een samenleving zonder vrijwilligers is nergens. Maar een mooie bijkomstigheid is dat je snel mensen leert kennen die hun hart op de goede plek hebben zitten. En het zijn Antilianen he haha, geen expats. Dus via dit werk leer ik de taal, cultuur maar ook mijn Curaçaose vrienden kennen.’ Annelien. Voetbalwedstrijd bij dag voor vrijwilligers in de zorg 63 Annelien nodigde mij uit om als vrijwilliger mee te gaan naar een stranddag georganiseerd voor en door de vrijwilligers bij een dagopvang voor ouderen en gehandicapten. De dagopvang vind normaal plaats in een buurtcentrum maar af en toe wordt er een speciale dag georganiseerd waarop de vrijwilligers samen met de gehandicapten en ouderen een dag naar het strand gaan. De groep bestond uit dertig cliënten en twaalf vrijwilligers. Op deze dag sprak ik Consuela, de leidinggevende van de dagopvang, over Annelien als vrijwilliger. ‘We zijn echt heel blij met Annelien en ik vind het ook mooi als zo iemand als zij toch wilt helpen, een bijdrage wilt leveren he. Die mensen zijn altijd nodig. En ik vind het ook echt goed van Annelien want ze doet echt iets voor ons, Curaçaoënaars. Ja bijzonder, dat gebeurt gewoon niet vaak.’ Consuela, leidinggevende dagopvang ouderen en gehandicapten. Annelien vertelt later dat door samen activiteiten te ondernemen je veel sneller gewaardeerd wordt door de Antilliaanse bevolking. Ze zien dan wie je bent en dat je met goede bedoelingen komt. Door samen bezig te zijn wordt er ook sneller contact gelegd. Daarbij is het volgens Annelien belangrijk om initiatief te tonen aangezien de lokale bewoners van het eiland hun sociale leven op orde hebben. Expats moeten zichzelf als nieuwkomers zien die met een afwachtende houding nooit zullen integreren in de lokale samenleving. ‘Kijk, expats en zeker de Nederlandse expats op Curaçao, hun wordt vaak verweten dat ze hoge posities bekleden en de Antillianen wel even zullen vertellen hoe ze het moeten doen. Door wel het initiatief te tonen maar dan op een soort respectvolle, ja misschien wel op een onderdanige manier, dan laat je zien dat je een goeie bent. In hun ogen een buitenlander die wil integreren en de cultuur wilt leren kennen.- Tjeerd, belastingadviseur Wat opmerkelijk is aan de expats in dit hoofdstuk ten opzichte van de expats in de vorige hoofdstukken, is dat zij een lokale binding willen ontwikkelen op Curaçao. Hierbij gaat het met name om institutionele bindingen zoals lokale activiteiten en organisaties en privébindingen met de lokaal opgedane vrienden en kennissen (Stueve et al 1975). De moeilijkheid met expats is de duur van hun verblijf in een plaats tenopzichte van lokale binding. Vanwege het tijdelijke karakter van hun verblijf is het voor expats vaak moeilijk om een binding met een plaats te ontwikkelen. Het kost namelijk tijd om een sociaal netwerk en lokale binding te ontwikkelingen. Toch lijken deze expats erin te slagen omdat ze zoveel belang hechten aan de integratie in en leren kennen van de Curacaose samenleving. Curaçao als verrijking van je leven ‘En eigenlijk is het jammer dat de Nederlanders zich daar niet vol overgave in storten. En veel hebben er geen belang bij. Ze verdienen veel geld, blijven een paar jaar, zon, zee, strand, vertier.. en weer weg. Dus geen inzet om de Curaçaose cultuur te leren kennen en daarin mee te gaan. En als je daar in mee gaat, begin je het ook leuk te vinden. Zo wordt het hier ook veel leuker, je leert nieuwe dingen, gebruiken. Het is soms ook veel spontaner en vrolijker hier 64 in vergelijking tot Nederland. Er wordt veel meer gelachen enzo. Het is wel echt een verrijking, ook al gaan andere dingen hier weer heel anders en ook soms minder goed. ‘Derk Waar komt de wil vandaag om te integreren in de Curaçaose samenleving en waarom geven deze expats bij weerstand niet op zoals te zien is bij de andere expats? Derk geeft aan dat Curaçao voor hem een verrijking is van zijn leven. Het leren van nieuwe gebruiken en de verschillen met zijn moederland vind hij een positieve toevoeging aan zijn leven. Deze redenen zijn voor hem belangrijker dan de redenen van de andere expats om zich terug te trekken tot hun eigen groepsniveau van expats en Nederlanders op het eiland. De expats uit het vorige hoofdstuk hechten meer waarde aan het op gemak en het thuis voelen op Curaçao. De afstandelijkheid van de lokale bewoners verstoren dit. Deze waarde van op je gemak voelen is dan belangrijker dan hun ideaal van integreren. ‘Als je zelf moeite doet, om mensen niet zo onder druk te zetten. Zo voelen Antilianen dat namelijk vaak, dat Nederlanders hier gelijk zoveel willen en van hun vragen. En meteen begrepen worden. Dat moet je gewoon loslaten als Nederlander. En dan ontdek je zoveel leuke dingen.’ Kim Kim laat zien dat je de waarde van begrepen willen worden en ergens op je gemak zijn, los moet laten. Het opzij zetten van je eigen waarden geeft je de mogelijkheid om te integreren. Waar het verschil tussen de expats die dit wel willen doen en de expats die niet lukt in zit, is onduidelijk. Uit de literatuur die te lezen is in het theoretisch kader komen een aantal argumenten naar voren waarom expats clusteren en weinig investeren in de samenleving van het land waarin zij verblijven. De expats uit dit hoofdstuk investeren echter wel in de Curacaose samenleving, ook al is deze hun vreemd en wonen ze er slecht tijdelijk. Hun redenen hiervoor lijken ideologisch te zijn. Waarom deze expats die in dit hoofdstuk naar voren komen deze ideologische redenen hebben en meer laten spreken in tegenstelling tot de andere expats blijft onduidelijk. Verschil in religie, soort werk, gezinssamenstelling, leeftijd of etnische achtergrond is niet geconstateerd. In dit hoofdstuk komt duidelijk naar voren dat de mensen met wie je interacteert, je gedrag en ideeën vormen. Het individu is het resultaat van zijn omgeving (Baldwin, 1902:37) en waar je mee omgaat, wordt je mee besmet. De expats uit dit hoofdstuk hebben duidelijk een andere visie op het migreren naar een ander land en de Curaçaose samenleving in vergelijking met de epxats die leven in hun eigen bubble. Hoewel de expats die in dit hoofdstuk naar voren komen de toegeschreven eigenschappen van de lokale bevolking ook kennen, is dit niet de basis voor hun omgang met deze bewoners. Waar Eriksen (2002) dus aangeeft dat het onmogelijk is om toegeschreven eigenschappen volledig kwijt te raken, zijn deze expats op de goede weg. Ze leren de taal en cultuur van Curaçao kennen zonder daarbij aanstoot te nemen aan aspecten die voor hun vreemd of anders zijn. Ook de visie van de lokale bewoners op de expats komt niet meer overeen met de eigenschappen die zij hebben toegeschreven aan de gemiddelde Nederlander of expat op het eiland. 65 De geschreven literatuur over expats en hun leefstijl in het buitenland is grotendeels samen te vatten in de transnationale cultuur van een expat bubble waarbij er weinig kennismaking, integratie en binding is met de lokale samenleving. Toch is uit dit onderzoek gebleken dat er ook expats zijn die het anders aanpakken en waar hun intensieve sociale interactie met de lokale bevolking een respecterende en positievere kijk op de Curaçaose samenleving met zich meebrengt. 66 Conclusie In dit onderzoek stond de sociale interactie van expats op Curaçao centraal. Door in gesprek te gaan met verschillende expats over hun leefwijze op het eiland en hun denkbeelden over de samenleving heb ik getracht de volgende onderzoeksvraag te beantwoorden: ‘Wat is de samenhang tussen de sociale interactie van expats en hun visie op de Curaçaose samenleving?’ Voor het beantwoorden van deze onderzoeksvraag heb ik in de gesprekken en observaties een aantal deelvragen laten terugkomen: – Waar wonen, werken en recreëren de expats? – Hoe ziet de sociale interactie van de expats eruit? – Welk contact is belangrijk voor de expats? – Wat is de visie van de expats op de Curaçaose samenleving? – Hoe kijken de expats tegen zichzelf en hun mede-expats aan? Uit het onderzoek komen drie verschillende typeringen van expats naar voren gebaseerd op hun sociale interactie én hun visie op de Curaçaose samenleving. De expats die ik heb gesproken verschillen onderling in met wie ze op Curaçao interacteren en hoe deze interactie eruit ziet. Sociale gedragingen van mensen kunnen niet los van hun omgeving worden gezien en alleen maar worden verklaard door de persoonlijkheid of het karakter van een mens. Het individu, zijn gedragingen en gedachten, zijn het resultaat van de interactie met zijn omgeving (Baldwin, 1902:37). Dus waar een expat werkt, woont en mensen ontmoet, dat vormt zijn sociale gedragingen en gedachten. De meeste expats die ik heb gesproken vertonen overeenkomstig woon-, werk-, en recreëergedrag. Ze wonen vaak in luxe, beveiligde villaparken of de betere wijken van Willemstad en hun woning wordt grotendeels betaald door hun werkgever ter compensatie voor de uitzending naar het buitenland. Een enkeling heeft ervoor gekozen om niet in een villapark te wonen om zo de rijke enclave te vermijden en zich meer te begeven onder de lokale Curaçaoënaars. De expats bekleden hoge leidinggevende en managementfuncties in uiteenlopende branches (financiële sector, overheid, vastgoed) bij internationale bedrijven. De partners die mee verhuist zijn naar Curaçao hebben uiteenlopende bezigheden. Een aantal werkt niet en doet het huishouden en past op de kinderen. Ze sporten, golfen en ontmoeten vrienden en halen de kinderen van school. Sommige expats en hun partners verrichten ook vrijwilligerswerk. De meeste expats die ik heb gesproken bezoeken sport- en recreatiegelegenheden waar ze veel andere expats en Nederlanders tegenkomen. Zo is de golfbaan en de sportschool in het Hilton populair en zijn de toeristische ‘Beach bars’ populaire ontmoetingsplaatsen voor de expats. Waar het op neer komt is dat de meeste expats de plaatsen waar lokale Curaçaoënaars komen vermijden. Een aantal expats (waaronder de niet-Nederlandse expats) doen dit simpelweg omdat ze hun vrije tijd willen 67 besteden op plaatsen die voldoen aan hun behoefte. Dit zijn bijvoorbeeld de luxe shoppingmalls, sportscholen en stranden. Dit zijn ook de plaatsen waar ze andere expats ontmoeten (Beavorstock 2002 en Ley 2004). Ze hebben hun eigen cultuur en leefstijl en proberen deze te behouden binnen hun expat bubble (Fechter 2007). De andere expats vermijden de plaatsen waar lokale Curaçaoënaars actief zijn met name omdat ze zich er niet welkom voelen. In tegenstelling tot de eerste groep staan ze kritisch tegenover de etnische segregatie op Curaçao, ze willen in theorie graag integreren. In de praktijk lukt hun dit naar eigen zeggen niet en daarom trekken ze zich terug op het groepsniveau van mede-expats en Nederlanders. Onder andere de verschillen in cultuur tussen deze expats en de lokale bevolking maken het voor de expats om aansluiting te vinden bij de lokale samenleving (Breton 1964). Een klein aantal expats die ik heb gesproken zijn in hun vrije tijd juist actief bezig met de lokale Curaçaose cultuur te leren kennen. Dit doen ze onder andere door vrijwilligerswerk, sporten in teamverband en het contact aangaan met de lokale bewoners van Curaçao. Ze vermijden de toeristische en Nederlandse plaatsen. Uit deze observaties komen de drie type expats al naar voren die ik heb gesproken tijdens mijn verblijf op Curaçao. Het eerste type kan gezien worden als de kosmopoliet van de internationale jetset. Ze voelen zich overal op de wereld thuis maar volgens Cuperus (2009:28) betekend dit dat ze zich thuis voelen in elke expat-gemeenschap. De sociale interactie van dit type expat op Curaçao vind voornamelijk plaats binnen een expat bubble (Adler 1994). Hun internationale collega’s en buren binnen hun gated community behoren tot hun vrienden en kennissen. Ze zoeken mede-expats op via werk , expat-bijeenkomsten en hun gated community. Ze houden er een luxe leefstijl op na waarbij er nauwelijks tot geen aandacht wordt besteed aan de lokale taal, cultuur en bevolking van Curaçao. Deze expats richten zich voornamelijk op hun eigen cultuur binnen hun eigen bubble. De interactie met mensen buiten deze bubble vindt plaats bij bijvoorbeeld het doen van boodschappen of ze zijn werk-gerelateerd. Het tweede type expat die ik heb gesproken is afkomstig uit Nederland en naar het eiland gekomen met het ideaal van integreren. Ze vinden dat ze te gast zijn op Curaçao en dat ze zich moeten aanpassen aan de lokale cultuur. Wanneer ze echter op het eiland aankomen ervaren ze een samenleving die is opgedeeld in verschillende bevolkingsgroepen waar tussen vaak sterke scheidslijnen aanwezig zijn. De expats proberen de lokale taal te leren maar ervaren al snel dat ze ook met het Nederlands ver kunnen komen. De noodzaak om het Papiaments te leren verdwijnt. Daarnaast sturen ze hun kinderen vaak naar Nederlandse scholen en zoeken ze andere Nederlanders op het eiland op om hun emigratie ervaringen mee te delen, advies te vragen en sociale contacten op te doen. Hoewel deze expats naar eigen zeggen proberen om contact te leggen met de lokale Curaçaoënaars en zo te willen integreren in de Curaçaose samenleving, stuiten ze op weerstand bij de lokale bevolking. Ze ervaren de lokale Curaçaoënaars als afstandelijk en ongeïnteresseerd. Vanwege de ‘negatieve’ ervaringen in hun sociale interactie met de lokale Curaçaoënaars, trekken deze Nederlandse expats zich terug in de Nederlandse en expat bubbles op het eiland. De groep Nederlanders op het eiland is een homogene groep (afkomstig uit hetzelfde 68 land) en is relatief groot. De groep kent een jaarlijkse toestroom en volgens Harvey (2007) dragen deze aspecten ook bij aan de mate van clustering van de expats. Het derde type expat dat ik ben tegengekomen op Curaçao zijn expats die zich bewust afkeren van andere expats en Nederlanders op het eiland. Deze expats hebben net als type twee het ideaal van integratie in hun hoofd. Echter in tegenstelling tot de andere expats, lukt het deze mensen naar eigen zeggen wel om de lokale cultuur en bevolking te leren kennen, vrienden te worden met lokale Curaçaoënaars en te integreren. Net als de andere expats werken deze expats ook bij internationale bedrijven of de Nederlandse overheid en bekleden daarin hoge leidinggevende posities. Daarnaast wonen ze ook vaak in ruime, luxere huizen in goede buurten. Ze leven wat dat betreft dus in eenzelfde omgeving als de andere expats (op de gated communities na). Opvallend is dat deze expats in de goede buurten wonen die niet per se bekend staan als de ‘Nederlandse buurten’ zoals bijvoorbeeld Julianadorp. Ze kiezen voor de meer gemengde maar alsnog veilige woonwijken. Daarnaast zijn ze heel bewust bezig met zich te mengen in de lokale Curaçaose samenleving. Zo verrichten ze vrijwilligerswerk en sturen ze hun kinderen naar een openbare school. Daarnaast is het verschil met de andere expats voornamelijk dat ze zich begeven en blijven begeven onder de Curaçaose bevolking. Ze blijven contact zoeken met hun buren en collega’s en zoeken bewust weinig contact met de Nederlandse enclave op het eiland. Hierbij noemen deze expats het zelf ‘een kwestie van doorzetten’ tot dat ze het vertrouwen van de Curaçaose bevolking hebben gekregen. Waar de andere expats snel opgeven wanneer ze in hun ogen geen gewenste respons krijgen van de lokale bevolking, blijven deze expats doorgaan met contact zoeken tot dat het ze is gelukt. De visie op de Curaçaose samenleving hangt grotendeels samen met het type expat dat ik ben tegengekomen op het eiland. Type één, de expats die leven in een expat bubble waarbinnen ze hun eigen cultuur behouden, houdt zich weinig bezig met de lokale samenleving waarin zij wonen. Curaçao ervaren ze als een multiculturele samenleving waarin iedereen vredig naast elkaar woont. Spanningen ervaren ze niet, iedereen is welkom op het eiland en iedereen wordt geaccepteerd. Omdat Curaçao een klein eiland is, is er volgens deze expats ook geen sprake van duidelijke etnische segregatie. Toch kijken de Nederlandse expats binnen de expat bubble hier wat kritischer tegenaan. Ze ervaren Curaçao ook als multiculturele samenleving maar ervaren meer spanningen dan de nietNederlandse expats. De oorzaak hiervan ligt wellicht in het koloniale verleden tussen Nederland en Curaçao. Buiten hun expat bubble voelen de Nederlandse expats zich niet altijd welkom op het eiland en soms voelen ze zich gediscrimineerd door de lokale (Antilliaanse) bevolking. Dit brengt ons naar het expat type twee. Dit zijn de Nederlandse expats op het eiland. Deze expats bewegen zich voornamelijk binnen de Nederlandse enclave op het eiland bestaande uit expats maar ook uit vaste bewoners. Deze expats ontmoeten elkaar veel op dezelfde uitgaansgelegenheden waar bijna alleen maar toeristen en Nederlanders komen. Hun sociale interactie en de contacten die belangrijk voor hen zijn bevinden zich dus onder de andere Nederlandse expats en hun clustering is groot. Deze 69 expats zijn kritisch over de Curaçaose samenleving, voornamelijk wanneer het gaat om de volgens hun sterke scheiding tussen de bevolkingsgroepen. De expats hebben een integratie ideaal die voornamelijk voortkomt uit integratiepolitiek in Nederland. Daar is gewenst dat buitenlanders de Nederlandse taal en cultuur leren kennen en niet clusteren met hun eigen bevolkingsgroep. Vanuit dit idee wilden deze expats op Curaçao integreren maar vanwege de sterke etnische segregatie en de afstandelijkheid van de lokale bevolking lukt hen dit niet. Ze vinden dat de ontvangende samenleving, Curaçao, niet openstaat voor de integratiepogingen van de Nederlanders en ze zijn gaan begrijpen waarom bepaalde bevolkingsgroepen in Nederland sterk clusteren. Ze legitimeren hun eigen enclave door de lokale Curaçaoënaars de schuld te geven van hun mislukte integratiepogingen. Hierbij geven ze aan dat het koloniale verleden van Nederland en Curaçao er wellicht mee te maken heeft. De toegeschreven identiteit van Nederlanders als ‘neokolonialen’ raken ze volgens hen niet kwijt (Eriksen 2007) en dat is volgens deze expats de reden waarom hun integratiepogingen mislukken. Daarop volgt dat deze expats zich op hun beurt clusteren en zo de sterke scheidslijnen tussen bevolkingsgroepen versterken. Het derde type expats onderscheid zich van de andere expats in gedrag dat ze alles op alles zetten om te integreren in de Curaçaose samenleving. Ze benaderen de lokale bewoners en hun cultuur met een open houding, respect en interesse. Hun visie op de samenleving is meer positief dan die van expat type twee. Dit wordt veroorzaakt door hun positieve ervaringen met hun pogingen tot integratie in vergelijking met de negatieve ervaringen van de andere expats. Ze erkennen de scheiding tussen bevolkingsgroepen maar volgens deze expats ligt het grootste aandeel hierin bij de expat- en Nederlandse enclave op het eiland. Ze ervaren de Curaçaose samenleving als verrijking op hun leven omdat ze nieuwe gebruiken leren en ervaren dat er meer wordt gelachen en genoten op het eiland in vergelijking tot Nederland. Ook vinden ze de lokale bevolking gastvrij. Ze erkennen dat het enige moeite vergt om te integreren maar vinden dit niet meer dan normaal. Geconcludeerd kan worden dat de visie van de expats op Curaçaose samenleving samenhangt met hun sociale interactie. De visie op de Curaçaose samenleving is in vele mate positiever wanneer de expats actief omgaan met de lokale bevolking en de ze sociale interactie met Curaçaoënaars opzoeken. De Nederlandse expats die zich voornamelijk in de Nederlandse enclave op het eiland bevinden, staat kritisch tegenover de etnische segregatie op het eiland en ervaren het als bijna onmogelijk om te integreren in de samenleving. De niet-Nederlandse expats die zich in een expat bubble bevinden, zijn positief over de multiculturele samenleving waar alle bevolkingsgroepen vredig naast elkaar leven. Ze hebben weinig tot geen contact met de lokale bewoners maar ervaren ook geen spanningen tussen de verschillende bewoners van het eiland. 70 Bibliografie Adler, N. (1994) Competitive frontiers: Women managing across borders. Journal of Management Development 13, 24-41. Arbeidskrachtenonderzoek Curacao (2009) op: www.cbs.an. Toegang op 17-02-2012. Basch, L., Glick Schiller, N. and Szanton Blanc, C. (1994) Nations unbound: Transnational projects, postcolonial predicaments, and deterritorialized nation-states, Basel, Switzerland: Gordon and Breach Publisher. Beaverstock, J.V., Boardwell, J.T., (2000). Negotiating globalization, transnational corporations and global city financial centers in transient migration studies. Applied Geography 20, 227–304. Beaverstock, J. V. (2002) ‘Transnational elites in global cities: British expatriates in Singapore’s financial district’, Geoforum, 33(4): 525-538. Berg, van der R.O.B. (2010) op: http://www.spocnet.net/Bestanden/De_economie_van_Curacao_in%202010_articlefinal.pdf Toegang op 17-01-2012. Blakely, E.J. and Snyder, M.G. (1999) Gated Communities in the United States. Washington D.C.: Brookings Institution Press. Breton, R., (1964). Institutional completeness of ethnic communities and the personal relations of immigrants. American Journal of Sociology 70, 193–205. 31, 245–268. Brink, G. van den (2006) Culturele contrasten. Het verhaal van de migranten in Rotterdam. Amsterdam: Bert Bakker. Bryman, A. (2004) Social research methods. OUP Oxford; 2e edition. Carins, R.B., (1979) The analysis of social interactions: Methods, Issues, Illustrations. Lawrence Erlbaum Associates Publishers, Hillsdale, NJ. Castells. M., (2000) The Rise of network Society. Oxford. Blackwell. Cuperus, R. (2009) De wereldburger bestaat niet. Waarom de opstand der elites de samenleving ondermijnt. Amsterdam: Bert Bakker. Dahl, M.S., Sorenson, O. (2008) The social attachtment to place. Social Science Research Network, Toronto. Davies, W.K.D., Herbert, D.T. (1993) Communities within cities, an urban sociale geography. Belhaven Press, London. 71 Eerste Resultaten Census 2011 Curacao, CBS. http://www.cbs.cw/cbs/themes/Census%202001/Publications/Census%202001- 20120815100148.pdf. Eriksen, T.H. (2002) Ethnicity and nationalism. Pluto press. Faist, T. (2000) The volume and dynamics of international migration and transnational social spaces. Oxford University Press, Oxford. Findlay, A.M., Li, F.L.N., Jowett, A.J., Skelton, R., (1996). Skilled international migration and the global city: a study of expatriates in Hong Kong. Transactions, Institute of British Geographers 21, 49–61. Fechter, A.M. (2007) Transnational Lives: Expatriates in Indonesia, Hampshire: Ashgate Publishing Limited. Friedmann, J. (1998), The Common Good: Assessing the Performance of Cities. In: H. Dandekar, ed., City, Space, and Globalisation: An International Perspective, 15–22. Ann Arbor, MI: College of Architecture and Urban Planning, University of Michigan. Gad, G., (1991). Toronto’s financial district. The Canadian Geographer 35: 203-207. Glick-Schiller, N., Basch, L., Blanc Szanton, C. (1992) Transnationalism: a new analytic framework for understanding migration, Towards a new transnational perspective on migration, New York Academy of Sciences, 1-24. Guarnizo, Luis Eduardo & Michael Peter Smith, eds., (1997) Transnationalism from Below, New Brunswick, New Jersey, USA, Transaction Publishers. Harvey, W.S., 2007. The social networks of British and Indian expatriate scientist in Boston. Geoforum 39 (2008) 1756-1765. Hoetink, H. (1967) ‘The Two Variants in Carribean Race Realtions. A Contribution to the Sociology of Segmented Societies. Oxford University Press, London. Huender, S. (1993) Un spil di Presente i un Porta pa Futuro: Geschiedbeleving en nationale identiteit op Curaçao. Leiden: doctoraalscriptie. Jaffe, R., (2006). Stedelijke fragmentatie op Jamaica en Curacao. Rooilijn Jg. 39/Nr. 6/ 2006. Kanter, R.M. (1995) World Class: Thriving Locally in the Global Economy. New York: Simon & Schuster. Kottak, C.P. (2006) Cultural Antropology. Europe McGraw-Hill Education. Kuper, A., & Kuper, J. (1985). The social science encyclopedia. London: Routledge. Landman, K. (2004) Gated communities in South Africa: The challenge for spatial planning 72 and land use management, The Town Planning Review, Vol. 75, No 2: 151-172. Le Goix, R. (2005) Gated Communities: Sprawl and Social Segregation in Southern California, Housing Studies, Vol. 20, No. 2, 323–343. Ley, D., (2004). Transnational spaces and everyday lives. Transactions of the British Institute of Geographers, New Series, Vol. 29, Nr. 2. Mahroum, S. (2000) ‘Highly skilled globetrotters: mapping the international migration of human capital’, R&D Management, 30 (1), pp. 23-31. Marcha, V. & Verweel, P. (2000). De waarheid van Curaçao, Amsterdam: SWP ‘. Nijman, J.(2007) ‘Locals, exiles and cosmopolitans: a theoretical argument about identity and place in Miami’, Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie, 98 (2), pp. 176-187. Oostindie, G (1996) ‘Ethnicity in the Caribbean. Essays in Honor of Harry Hoetink’. Macmillan Education, London. Parke, R.D. (1976) Social cues, social control and ecological validity, Merril Palmer Quarterly, 22, 111- 118. Portes, A. (1999) ‘Conclusion: Toward a new world – the origins and effects of transnational activities’, Ethnic and Racial Studies, 22:2. Portes, A. (2003) Conclusion: Theoretical Convergencies and Empirical Evidence in study of Immigrant Transnationalism, International Migration Review, 37(3), 874-892. Richardson, J. & McKenna, S. (2002). International experience and academic career: What do academics have to say? Personnel Review, 32(6), 774 – 793). Romer, R.A. (1974) Het ‘wij’ van de Curaçaoënaar, KristofI(2):49-60. Romer , R.A., (1979) Een volk op weg: un pueblo na kaminda : een sociologisch historische studie van de Curaçaose samenleving. Zutphen: de Walburg Pers. Romer, R.A., (1998) De Curaçaose samenleving. Sassen, S., (2001). Cracked castings. Notes towards an analytics for studying transnational processes. In : Pries, L. (Ed.), New Transnational Social Spaces. Routledge, London. Saxenian, A (1999) Silicon Valley’s New Immigrant Entrepreneur. San Francisco : Public Policy Institute of California. Saxenian, A., (2002). Silicon Valley’s new immigrant high-growth entrepreneurs. Economic Development Quarterly 16 (1), 20–31. 73 Saxenian, A. (2005) ‘From Brain Drain to Brain Circulation: Transnational Communities and Regional Upgrading in India and China,’ Studies in Comparative International Development 40 (2): 35-61. Saxenian, A., (2006). The New Argonauts, In: Regional Advantage in a Global Economy, Harvard University Press, Cambridge, MA. Scheffer, P. (2007) Het land van aankomst. Amsterdam: De Bezige Bij. Scott, S., (2007). The Community morphology of skilled migration: the changing role of voluntary and community organizations (VCOs) in the grounding of British identities in Paris (France). Geoforum 38 (4), 655–676. Stueve, A., Gerson, K., Fischer, C.S. (1975) The structure and determinants of attachment to place. Working paper 255, Institute of Urban and Regional Development. University of California, Berkerly. Turner, B. S. (2001) ‘The erosion of citizenship’, British Journal of Sociology, 52 (2), pp. 189-209 Vered, A. (2007) Going First Class? New Approached to Privileged Travel and Movements. Berghahn Books. Wellman, B., Leighton, B. (1979) Networks, neighbours and communities. Urban Affairs Quarterly, 14, 363-390. Internetbronnen http://www.promenade-curacao.net (29 -12-2011).. http://www.curacao.com/nl/Attracties-en-Restaurants/Winkelen/Renaissance-Mall-Rif-Fort (29 -12- 2011) www.cabanabeachbar.com (16 -06-2011). www.enjoy-curacao.com (28-04- 2012). http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2010/10/10/10-10-10-nieuw-begin-voor-eilanden-nederlandseantillen.html (20 -05- 2012). http://forum.curacao.nl/. http://www.hollanddoc.nl/kijk-luister/documentaire/c/holland-doc-curacao.html (25-6-2012).. http://www.versgeperst.com/lifestyle/1853/stageplek-vinden-dat-lukt-wel.html (11-6-2012) http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/caribische-deel-van-het-koninkrijk/vraag-enantwoord/hoe-ziet-de-bestuurlijke-structuur-van-het-koninkrijk-der-nederlanden-eruit.html (13-8- 2012). http://www.rijksdienstcn.com/pagina/110/veranderingen+per+10-10-10.html (13-8-2012). 74 http://igitur-archive.library.uu.nl/fss/2006-0801- 200449/Oostindie_05_Ethnicity_in_the_caribbean.pdf (20-8-2012). http://www.caraibischeletteren.com/vanlier.html (20-8-2012). http://www.versgeperst.com/nieuws/72642 … ekend.html (20-8-2012). 75 Villapark Girouette Cabana en Mambo Blue Bay Otrobanda Punda Royal Gardens Montana Julianadorp Souax Koraal Specht Seru Fortuna Buena Vista Salina

Meest recent:
  • Woning op Mini Resort in Jan Sofat te Koop
    te Koop: ANG 710.820

    Objectnr: 88530

  • Geweldige Villa in Vista Royal te Koop
    te Koop: ANG 2.565.000

    Objectnr: 88469

  • Prachtige Appartementen in Santa Rosa te Huur
    te Huur: ANG 850

    Objectnr: 88412 - Per Maand

  • Royale Villa in Vista Royal te Koop
    te Koop: ANG 1.961.000

    Objectnr: 88382

Contact


At Home Curaçao Intermediair b.v.
Caracasbaaiweg 202 (1st Floor)
Willemstad

Curaçao

Kantoor: +5999 788 4663

Buiten kantooruren +5999 512 42 74

sales@athomecuracao.com

Chantal Boshuizen +5999 698 27 30

Jasmine Boularas +5999 515 7668

Jacqueline Dekker +5999 698 8678

Merel Franssen +5999 512 42 76

Diana van den Heuvel +599 9 517 2664

Timothy Huyzen +599 9 52 50 788

Mark Sven de Vries +5999 512 42 74

Fred Wight +5999 682 54 30


At Home Curacao
de grootste huizensite van Curacao voor makelaar en particulier !

Zend naar vriend

Email Agent